Moderne Manieren

Reacties

januari/februari/maart 2008

Reageer op de adviezen of op de website via beste@beatrijs.com of door het invullen van het formulier. De reacties worden hieronder geplaatst, tenzij u er bezwaar tegen heeft.

Archief alle reacties

Zie voor meer reacties op de problemen die deze week in Trouw staan Beatrijs in Trouw.


In Trouw van afgelopen zaterdag zag ik jouw problemen en die van ouders van een dochtertje met het benoemen van het geslachtsdeel van een meisje. Ik deel hun gevoelens. Wij, mijn lief en ik, gebruiken nogal eens de benaming "vagijntje". Dat klinkt in elk geval wat minder medisch en past denk ik ook beter bij een klein meisje.

Albert R.


Allang had ik je eens willen schrijven hoe ik van je moderne-manieren-rubriek geniet. Ik ben geen fanatieke krantenleester, maar die rubriek gaat erin als koek.
Door het werk van mijn man als VN staflid hebben we zo'n dertig jaar buitengaats gewoond en deden we af en toe de thuishaven aan. Veel wat zich daar afspeelde is ons toen ontgaan. Dolle Mina's, emancipatie, witte fietsen, ontzuiling, enz. enz. Ook de radicaal gewijzigde insteek t.av. gezag. Zowel jegens de overheid, docenten als de ouders. Jouw rubriek is een soort opfrisserscursus. Plus dat je op humoristische en tactische manier vaak rake klappen uitdeelt waar dat van pas komt. Ik geniet van je commentaren en krijg ook aardig wat inzicht van wat zich hier zoal in de omgang afspeelt. Vaak ware "eyeopeners".
De direkte aanleiding voor deze mail is de suggestie die je doet voor het benoemen van het vrouwelijke "daaronder" door kleuters. Ik heb zelf kleintjes in die categorie en stel me dan zo voor dat het peutertje van ruim twee tegen me zegt: "Oma, ik heb een beetje jeuk aan m'n vagina". Zeg nou zelf, dat klinkt toch niet uit de mond van zo'n kleintje? Ik wil jou, en ook de ouders die hiermee zitten, een suggestie aan de hand doen. Toen wij van '66 tot '69 in Suriname woonden met onze drie kinderen in de kleuterleeftijd, twee meisjes en een jongetje, wisten we al gauw dat ze daar voor piemeltje "tollie" gebruikten en voor vagina "poentje". Het gaat me om het laatste woord, want voor een jongen hebben we best wel iets geschikts. Wij hebben alle jaren daar en ook daarna "poentje" gebruikt voor de meisjes. En nu wordt het weer gebruikt voor de kleindochters. Wij vinden het een uiterst handzaam en net woord. En wie schetst mijn verbazing toen ik beide Surinaamse benamingen opzocht in de dikke Van Dale en daar we;iswaar geen "tollie" aantrof maar wél "poentje"! Ik citeer: "poentje of poenie ( etymologie onbekend), (Sur.) vrouwelijk schaamdeel".
Ik heb geen idee wat je met deze suggestie gaat doen, maar misschien bereikt het wel een aantal ouders die met het formele vagina in hun maag zitten.
Vriendelijk groeten, en blijf vooral heel lang doorgaan met je rubriek!

Rietje G.


Naar aanleiding van uw antwoord op de brief van 'eh, daar van onderen', met de vraag hoe zij het geslachtsorgaan van haar dochter moet noemen, antwoordde u met 'vagina'. Dat is natuurlijk ook het geslachtsorgaan, maar de moeder bedoelt naar mijn idee een naam voor het deel waar haar dochter uit plast. En dat is niet de vagina.
Bij jongens/mannen is het makkelijke dat het van buiten een en hetzelfde is, dus ook maar 1 naam behoeft. Bij vrouwen zijn het zichtbaar 2 verschillende 'dingen', en dat maakt het voor veel mensen lastig er een goede naam aan te geven. Ik vind het vreemd om bij kleine meisjes het woord vagina te gebruiken als de plasser wordt bedoeld.
Wat dacht u van het woord 'bibsje', dat woord gebruikte ik vroeger als klein kind. Maar plassertje lijkt mij het meest normale benaming.

Martine M.


Vrouwe, Pas las ik in Trouw uw advies inzake een moeder, die niet goed wist hoe het lage geslachtsdeel van haar dochtertje te benoemen. U raadde haar aan "desnoods" vagina te gebruiken. M i minder goed gelukt. De vagina, het gaatje, is geen in het oog vallend onderdeel en ook nog niet zo belangrijk voor kleine meisjes. Het gleufje (vulva) is dat wel. Een tijd geleden las ik de kreet "vooronder(tje)", als ik het wel heb, door Koot en Bie gelanseerd. Heel mooi woord vond ik dat, beide begrippen omvattend, heel netjes en toch duidelijk.
De moeite waard om dit aan de betreffende vrouwe door te geven?
Ik ben wat van "mevrouw en mijnheer" af, beiden nog stammend uit het feodale tijdperk. Ik gebruik liever "Vrouwe en Heer".
Eet veel taart en ruik aan bloemen!

Teco Zoete


Gisteren lazen we in Trouw het zoeken naar een benaming van het vrouwelijke geslachtsdeel om dit aan een kind van twee jaar duidelijk te maken en wij moesten direct denken aan de tijd dat onze dochter, nu tien jaar, hardop aan het nadenken was over een juiste benaming omdat zij in de gaten had dat zij er toch wel wat anders uitzag dan haar oudere broer.
Zij bedacht zelf de variant plasbillen, omdat in haar ogen het ongeveer hetzelfde moest zijn als haar poepbillen.......... en zo is het tot op de dag van vandaag gebleven!

Betty en Peter van der S.


Als zaterdag Trouw in de bus valt, blader ik eerst naar de Weekendgids pagina 3 en zoek "Moderne manieren" op. Soms vraag ik me vertwijfeld af waarom sommige mensen bepaalde vragen stellen, maar meestal vind ik het interessant om te lezen welke "prangende" vragen er leven. Vooral de antwoorden interesseren me, ze zijn recht voor zijn raap, vaak verrassend en origineel.
De reden waarom ik deze mail stuur is de vraag: Eh, daar van onderen. Niet om kritiek te leveren, maar voor een m.i. aardige aanvulling. Mijn zoon zat met hetzelfde probleem als de briefschrijver/ster en ook hij vindt het woord "vagina" te medisch wetenschappelijk voor een klein kind. Hij haalde uit een Indianentaal het woordje "joni" en dit wordt nu al geruime tijd (mijn kleindochter is 5) tot ieders tevredenheid gebruikt. Bezwaar is natuurlijk wel dat lang niet iedereen - ik mag wel zeggen bijna niemand - dit woord kent. Bij kleine kinderen lost dat probleem zich vanzelf op, ze kennen nog geen gêne en praten er dus gemakkelijk over. Zo heb ik het woord leren kennen. Het klinkt in elk geval lief en vriendelijk, vind ik.

Nanny B.


Met belangstelling en waardering en veelal instemming, lees ik uw rubriek 'Moderne manieren'.
Vandaag verschil ik met U van mening over de benaming van het vrouwelijk geslachtsdeel.
Van Dale's Groot Woordenboek (12e druk, 1992) geeft bij vagina : kanaalvormig deel van de vrouwelijke geslachtsorganen tussen vulva en baarmoeder, syn. schede.
Montijn / Vroom's Latijns-Nederlands woordenboek (tien jaar jonger dan ik zelf) noemt vagina als degenschede, schede.
Er lijkt t.a.v. het woord 'vagina' een taaltrend te zijn om de pars-pro-toto constructie te gebruiken, zoals 'hervormd-op-wielen', of 'een-glaasje-drinken. Het gaat dan uiteraard om meer dan wielen of een glaasje.
In de geneeskunde en anatomie wordt het woord 'vagina' gebruikt voor het onzichtbare, relatief uitwendige, deel van het geslachtsorgaan. Het uitwendige deel heet 'vulva' of eventueel 'labia'.
Ten behoeve van mijn kleinzoon en met instemming van zoon en schoondochter, stelde ik voor dat zijn zusje een 'geluksgleufje' had. Bij een kleuter (en bij wie wel ?) zou ik niet graag van 'degenschede' spreken.

Jan Pieter Hebly, rustend gynaecoloog / ex-tropenarts


Het antwoord op de vraag van deze week is niet van deze tijd. Tegenwoordig zijn vrouwen zelfstandig genoeg om voor zichzelf te zorgen. Ze hebben een volledige baan en hebben geen man meer nodig die voor hun zorgt. Dit geldt net zo goed andersom. Ook mannen doen de was, maken schoon, doen de afwas, koken en allerlei andere klusjes die in vroegere tijden alleen als taak van de vrouw werden gezien. Tegenwoordig kan een vrouw een man heel goed ten huwelijk vragen. Ik begrijp dat dat in vroegere tijden anders was omdat de desbetreffende vrouw afhankelijk werd van haar toekomstige man. Maar dat is nu niet meer het geval. Man en vrouw zijn gelijkwaardig, zeker in een twee persoons huishouden.
Als ik zeker zou weten dat mijn vriend 'nee' zou antwoorden op mijn huwelijksaanzoek dan zou ik het natuurlijk niet vragen. Maar dat heeft niets te maken of ik een vrouw of een man ben.
De zinsnede: "Word niet zwanger, zolang er geen huwelijksdatum op tafel ligt." Slaat nergens op. Er zijn tegenwoordig genoeg stellen die eerst kinderen krijgen en daarna pas een bezoekje aan het stadhuis brengen. Waarom zou dat tegenwoordig niet kunnen? Beseft uw dat u met uw antwoord een serieuze relatie op het spel zet? Er zijn genoeg mensen die om de meest uiteenlopende redenen niet willen trouwen. Dat heeft vaak weinig te maken met een relatie serieus nemen of niet. Trouwen is tegenwoordig geen must meer. Je kunt heel goed ongetrouwd samen door het leven gaan en samen oud worden. Daar is het samenlevingscontract voor in het leven geroepen. Daarnaast is het bijzonder onrespectvol ten opzichte van de vele voorvechters van emancipatie van toen én nu!
Uit uw antwoord maak ik op dat u waarschijnlijk niet in emancipatie gelooft. Dat is bijzonder jammer voor u. De laatste 50 jaar is er behoorlijk wat veranderd in dat opzicht. Misschien moet u daar eens naar kijken.

Patricia D.


Helaas weet ik de datum van de betreffende Trouw niet meer, maar onder de brief stond "schaven of japen?".
In uw antwoord noemde u de uitdrukking :
"Wie de kaas holt tot een schuit, moet de deur uit!"
Wij gebruikten vroeger thuis een vergelijkbare uitdrukking, maar wel iets kleurrijker en met een meer regelmatig metrum:
"Wie de kaas holt als een schuit, wordt in geen zeven jaar de bruid."
(Jongens werden kennelijk niet geacht aan uithollen te doen...)

Elke O.


Naar aanleiding van uw rubriek in Trouw van 1 maart:
Wie van mijn kaas al maakt een schuit
Vliegt hier alras de deur weer uit.

Dit mij toen onbekende rijmpje hoorde ik in het gezin van mijn schoonouders toen ik in 1967 met hen kennis maakte. Het was gevelugeld genoeg dat ik het sindsdien altijd onthouden heb. Geheel metrisch in deze variant dus.

Eva H.


Mijn goede moeder placht te zeggen: "Wie mijn kaas hompt als een schuit, trap ik ras mijn deurtje uit".
Dat laat metrisch niets te wensen over. En ik denk dan ook dat dit de canonieke versie is.
Trouwens, ik vind uw stukjes bijzonder leerzaam en grappig, en ze laten stilistisch niets te wensen over.

Gerrit S.


Vanmorgen las ik het kaasgedichtje uit de oude doos. Heel lang geleden hoorden wij dat regelmatig, alleen was het
iets beter in het gehoor liggend: "Wie mijn kaas snijdt als een schuit, jaag ik mijn huisje uit."

Margriet


Dit weekend las ik in Trouw een advies over de 83-jarige tennisspeler die de ballen mist.
Hoewel ik geniet van uw stukjes en vaak tactvolle adviezen, vind ik uw antwoord op de vraag hoe om te gaan met deze oude spelbederver niet bevredigend. Hij maakt immers deel uit van de groep. Ik vind dat met uw suggestie die bejaarde meneer toch aan de kant geschoven wordt, wel wat hard.
Ik doe de suggestie om een andere oplossing te kiezen, bijvoorbeeld zoals wij het doen.
Maak volgend seizoen een groepje van meer mensen, bijvoorbeeld 7. Iedereen valt om de zoveel weken uit. Ook degene die eigenlijk niet zo goed speelt. (Misschien kan deze zelfs een keertje extra uitvallen.) Er blijft dan nog genoeg leuks te spelen over.

Maria B.


Ik heb je advies aan 'moet het met dwang' (9 februari) met verbazing gelezen. Heb je wel echt ervaring met scheidingen? Wel eens gehoord van loyaliteitsconflicten bij kinderen? De optie overwogen dat in dit geval er misschien niet sprake is van bewust opstoken (van kind tegen vader), maar wel van 'onbewust opstoken'? Bedacht dat de oplossing (vader elke week ene middag zien) stuk kan lopen op een hele reeks praktische consequenties? En besef je, dat kinderen niet 'logeren' bij hun vader, maar dat ze er 'zijn' en dat vader voor ze 'zorgt'? Op dit laatste punt vind ik je een tikkeltje ouderwets.

M. van der Plas


Hoewel wij het vaak (99%) eens zijn over uw zienswijze, slaat u wat ons betreft de plank geheel mis met betrekking tot de etiquette voor een huwelijkscadeau, in uw reactie van vandaag 2 februari. Ouders moeten echt helemaal zelf weten wat ze doen en geven bij een huwelijk. Al geef je bloem (hoe waardevol zijn die niet bijvoorbeeld op de kist van een overledene).
Het gaat totaal niet om de waarde. Ook al kun je het goed doen. En kinderen mogen totaal geen verwachtingen hebben in wat ze krijgen. Ze hebben er nooit een cent aan bijgedragen. Ze kunnen er dus ook geen enkele aanspraak op maken. Geld is iets wat je zelf verdient (of verkrijgt volgens de wil van de erflater) of anderszins.
Wij hopen dat u uw mening hierover bijstelt.

Bas K.


Hierbij moet mij het volgende van het hart betreffende uw antwoord aan deze mevrouw.
Het addertje onder het gras, daar ben ik het helemaal niet mee eens, want het betalen van de rekening voor eten (of voor wat dan ook) staat helemaal los van seks.
Liefde en seks is onvoorwaardelijk, tenzij je aan het hoereren bent.
Deze mevrouw doet al wat ze kan, namelijk lekker en uitgebreid voor haar geliefde koken, hem op een lunch trakteren en soms een klein cadeautje voor hem meenemen.
Wanneer de man de rekening betaalt, dan kun je als vriendin, partner of als vrouw de keuze maken:
- de volgende keer te betalen wanneer de genegenheid wederkerig is,
- zelf lekker eten klaar te maken,
- het bespreekbaar te maken, wanneer je niet zoveel kunt betalen.
Kortom, uw antwoord vind ik man- en vrouwonvriendelijk.

Liesbeth G.


Ik lees vaak met genoegen uw 'Beste Beatrijs' vragen en antwoorden.
Uw antwoorden getuigen altijd van inzicht, en goed, nuchter, 'no nonsense' oplossingen voor allerlei menselijke vraagstukken.
Ik vond echter dat u afgelopen zaterdag een vreemd en verontrustend antwoord gaf aan mevrouw 'Alleen ingewijd eten'.
Ik ken de Brahma Kumaris niet en u blijkbaar ook niet, gezien uw eerste zin: "het lijkt er sterk op dat uw zus in een soort sekte terecht is gekomen."
Daarna gaat u verder en brandt de beweging volledig af: 'mensen zijn nauwelijks nog aanspreekbaar, niet voor rede vatbaar - regels per definitie arbitrair - het gaat nooit om de inhoud - proberen te vervreemden van familie en vrienden - bizarre dagelijkse leefregels - pseudo-heilsbeweging - de sekte heeft haar klauwen weer wat dieper geslagen - ik vrees dat ze al te ver heen is.'
Nou, nou, het kan niet op! Als deze mevrouw zich nog geen zorgen maakte om haar zus, dan doet ze het zeker nu en daar bent u dan verantwoordelijk voor.
Ik had vroeger een oom (en ook een tante) die in een sekte zat: hij had besloten om zijn leven geheel aan God te wijden door meditatie en werk. Absolute gehoorzaamheid aan de sekteleider was in deze sekte voorgeschreven. Hij leefde celibatair, rookte niet en gebruikte geen alcohol. De maaltijden daar waren zeer eenvoudig en ik meen vegetarisch. Vaak werd hij midden in de nacht wakker gemaakt om gedurende lange perioden te bidden en te mediteren. Slechts bij zeer hoge uitzondering mocht hij bezoek van familie of vrienden ontvangen. Verder was hij ten alle tijden gekleed in bijzondere kleding, zodat hij ook buiten de poorten van de sekte goed herkenbaar was als zijnde 'niet van deze wereld'. Als hij (of mijn tante) bij ons op bezoek was, dan bleef de fles wijn als vanzelfsprekend van de tafel (je gaat je gasten niet beledigen door onder hun neus lekker wijn te drinken in de wetenschap dat zij gekozen hebben deze genotmiddelen niet tot zich te nemen).
Als we als eens op bezoek mochten bij de sekte, dan háálden we het niet in ons hoofd om een fles wijn mee te nemen! Dat zou intimiderend, beledigend en ronduit vreselijk ongemanierd geweest zijn.
Mevrouw 'Alleen ingewijd eten' zegt dat ze haar levensstijl niet aan haar zus wil opdringen, maar getuige de meegenomen wijnfles doet ze dit intussen - onbewust waarschijnlijk - wel.
Ik kan natuurlijk goed begrijpen dat ze het als onprettig ervaart dat haar zus haar voedsel niet wil nuttigen en haar eigen pannetje meeneemt, maar dat zou ook gebeurd zijn als die zus een fysieke aandoening had, een heftige vorm van allergie of zoiets: dan zou ze toch ook niet beledigd zijn? Mevrouw 'Alleen ingewijd eten' vraagt - terecht - om uitleg. Een reden zou kunnen zijn dat volgens oude indiase traditie vegetarisch eten meer geschikt is voor een religieus leven en vlees bijvoorbeeld meer geschikt voor ridders. Daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen, lijkt me. Dat het voedsel dan speciaal door sekteleden klaargemaakt moet zijn lijkt inderdaad een beetje overtrokken, maar lijkt me geen reden om je zus uit je leven te stoten of er ruzie over te gaan maken.
Ik heb intussen de Braham Kumaris opgezocht op Wikipedia en het lijkt me allemaal nogal mee te vallen: lang niet zo strikt als de sekte van mijn oom en mijn tante. Zoals die mevrouw al schreef is haar zus blijkbaar erg tevreden met haar leven, dus laat haar in haar waarde, respecteer haar keuzes, heb haar lief zoals ze is en maak u geen zorgen over haar, zou ik zeggen.
Beste Beatrijs, ik hoop dat u deze mail aan mevrouw 'Alleen ingewijd eten' door zou willen sturen, voordat ze zich teveel zorgen gaat maken en misschien zelfs volledig vervreemd raakt met haar zus.
Overigens woonden mijn tante en mijn oom - u raadde het al - beiden hun hele leven in een klooster, ze zijn alletwee zeer oud geworden en ik heb zelden gelukkiger mensen als hen meegemaakt.

Jos S.


Ik lees net uw antwoord op het stukje over "alleen ingewijd eten" en de negatieve sfeer die u van de de Brahma Kumaris suggereert zonder dat u weet wat de Brahma Kumaris is.
Ik ga regelmatig naar lezingen of meditaties van de Brahma Kumaris en ik vind het beslist geen sekte. Ik ben ook niet "lid" want dat kan volgens mij niet eens. Je kunt er mediteren, lezingen volgen enz.
De Brahma Kumaris is een wereldwijde Spirituele Academie die in vele landen afdelingen heeft en dmv lezingen, cursussen en workshops over positief denken, stress enz. en meditaties die mensen veel goeds heeft te bieden. Het is ieders verantwoordelijkheid wat men er mee doet en ik heb nog nooit een sfeer geproefd van "zieltjes winnen" of zoiets.
Zij zijn voorstander van gezonde, biologische voeding maar kan me nauwelijks voorstellen dat ze dat mensen "opleggen" zoals u in uw antwoord suggereert.
Misschien doet u er goed aan om, voordat u een antwoord geeft, zich enigszins te verdiepen wat de Brahma Kumaris is zodat u een wat genuanceerder antwoord kunt geven. Zeker een krant als TROUW die ook veel aandacht schenkt aan spiritualiteit zou ik anders verwachten.
Ieder mens is vrij om te eten en te drinken wat hem of haar goeddunkt en als de zuster van die mevrouw daar problemen mee heeft en het gevoel heeft dat haar eten niet goed is dan toont ze m.i. weinig respect voor de voorkeur van haar zus.
U zegt dat er geen uitleg is, maar wat is er mis met gezonde voeding?
U kunt de website van Brahma Kumaris eens bekijken en dan uw conclusie trekken (www.bksa.org).
Ik hoop dat u in het vervolg wat genuanceerder zult antwoorden.

Lida R.


Naar aanleiding van vraag en antwoord over gebruik van invalidentoiletten het volgende: in theorie ben ik het volstrekt met U eens, maar de praktijk is anders.
'eigenaars' van dergelijke toiletten doen de deuren ervan dikwijls op slot, om -wat zij misbruik noemen- te voorkomen Vraag me niet waarom, het ìs gewoon zo: in theaters, horeca en op stations. Briefje erop met 'sleutel te halen bij...'. Er was een station waar je voor de sleutel een trap op en dus ook weer af moest. Handig voor rolstoelers! (Er is een aantal jaren geleden een TVprogramma aan gewijd.)
Als er meer mensen van invalidentoiletten gebruik gaan maken, gaan er dus nòg meer op slot! Dat kan U niet bedoeld hebben. Als deze toiletten beschikbaar horen te zijn voor iedereen, zie ik niet in waarom dames altijd wachten bij de damestoiletten en geen gebruik maken van de 'openbaarheid'van de herentoiletten,die vrijwel nooit overvol zijn.

L.A.Klok- de Stoppelaar


Met schrik en verontwaardiging las ik uw goedbedoelde mening over het gebruik van invalidentoiletten (in dit geval in een theater). Het is mij zonneklaar dat u niet verkeert in een omgeving met ernstig gehandicapten want anders had u dit advies niet gegeven. Ik hoop van harte dat u ook gewijzigde inzichten in uw rubriek vermeldt want dan is er een kans dat onnadenkende burgers (dat zijn er vele honderdduizenden) zich driemaal bedenken alvorens invalidentoiletten te gebruiken.
De verwijzing naar het ontbreken van een indicatie of vergunning voor het gebruik van een invalidentoilet als rechtvaardiging voor het gebruik van zo’n toilet is zeer kortzichtig. Daar gaat het niet om. Vermoedelijk heeft u invaliden voor ogen die vrij gemakkelijk voor zichzelf kunnen zorgen zolang ze in elk geval nog voor de deur van hun woning kunnen parkeren. Ik ken andere invaliden met ernstige lichamelijke en/of geestelijke gebreken die vaak incontinent zijn of de neiging daartoe hebben. Het onmiddellijke gebruik van een toilet is voor hen en hun begeleiders van enorm belang. Ik heb het meegemaakt dat ik met snerpende banden van de snelweg afmoest om een invalide broer bij een tankstation naar een toilet te brengen die op dat moment in beslag was genomen door een gewoon gezond mens. Vervolgens zat ik met het bijna onoplosbare vraagstuk van verschoning op een tankstation. De rest van de reis verliep in diepe treurnis. Soortgelijke ervaring bij een theater waarbij het theaterbezoek door de invalide in kwestie uiteraard moest worden afgebroken. Als u denkt dat e.e.a. eenvoudig te verhelpen was geweest door het gebruik van luiers dan vergist u zich opnieuw. Niet iedereen wil aan de luier en niet iedereen kan voorspellen hoe zijn blaas en darmen het houden.
Ook bij parkeerplaatsen voor invaliden merk ik voortdurend mensen op die er hun auto stallen omdat “ze alleen maar even de krant hoeven te halen”. Een invalide die dan komt aanrijden, kan niet “ alleen maar even op de rijweg” blijven staan wachten. Dat levert direct forse problemen op. Ook blijkt ‘even’ altijd veel langer dan twee minuten. Die plaatsen zijn er echt en alleen voor invaliden en omdat niemand kan weten wanneer zij die plaatsen nodig hebben, moet je er als gezond mens gewoon vandaan blijven. Als vrouwen plasplaatsen tekort komen dan moet je daar je actie op richten en die steun ik van harte.
Ook uw suggestie om in trams, treinen en bussen zulke plaatsen te bezetten als er geen invalide in de buurt is, vervult mij met grote zorg. De voorbeeldwerking die daarvan uitgaat, leidt onvermijdelijk tot erodering van het toch al minimaal ontwikkelde besef (zie uw eigen advies) dat invaliden weinig te eisen hebben. Niet iedereen staat spontaan op bij de aanblik van een gehandicapte. Beter is het om zulke plaatsen vrij te laten.

Hub van W.


In uw reactie op "liever één op éen" stelt u dat op een mobiele telefoon geen intercom (meeluister) functie zit. Dit is met de meeste (moderne) mobieltjes juist wél het geval!
Ik word namelijk ook steeds meer met dit meeluisteren geconfronteerd via mobieltjes de laatste jaren en het begint nu ook op kantoor normaal te worden collega's te laten meeluisteren - ook als dat niet noodzakelijk is.
Een goede manier om netjes van dit meeluisteren van de andere kant af te komen is te zeggen dat de geluidskwaliteit zo slecht is (echo's oid) dat je liever van de intercom afgehaald wordt. Werkt bij mij altijd!

Ron


Ik wil graag reageren op een brief uit moderne manieren van zaterdag 15 december; het gaat dan om de jongen die informeert naar het gebruik van een petje.
Uw antwoord verbaasde mij een beetje omdat u (volgens mij) om de hete brij heen blijft hangen.
Ik geef les aan het VMBO en herken het probleem dat de jongen heeft. Bij ons op school mogen jongeren ook geen petje dragen en dan wordt de reden daarvoor al snel dat de klep de ogen afschermt. Onzin natuurklijk.
Maar eigenlijk weet niemand meer waarom die pet wel of niet 'mag' worden gedragen. '
In de documentaire 'Hoeden van Jeruzalem' komt dit even zijdelings ter sprake; er wordt gemeld dat i.t.t. joden, christenen geen hoofddeksel hoefden te dragen. Maar als ze dat wel deden dan zetten ze hem bij het betreden van een kerk, uit respect, af.
Het gaat/ging dus om respect. Ik heb 32 jaar bij de Koninklijke Marine gediend en ook daar was het de gewoonte om de pet buiten op te zetten en bij het betreden van een ruimte weer af te doen. De gewoonte, want het hoe en waarom is nooit uitgelegd.
Maar de jeugd van tegenwoordig heeft daar niet zo veel meer mee. En ik denk terecht.
Als we willen dat ze hun hoofddeksel afzetten, moeten we ze uitleggen waarom. En de reden dat te doen ' omdat de moeder van de briefschrijver dat vraagt' (zonder daarbij het waarom te noemen) werkte vroeger wel, maar tegenwoordig niet meer.
Het gaat de jongen er volgens mij om dat hij dat best wil doen in een omgeving die niet zijn eigen thuis is, maar thuis (en dat is niet alleen het thuis van zijn ouders maar ook dat van hem) wil hij zichzelf zijn en daar hoort dat petje blijkbaar bij. Dat heeft niets van doen met het niet respecteren van zijn ouders en hun wensen. Het heeft volgens mij te maken met het niet begrijpen van elkaar. Vroeger mocht het niet en dus nu ook niet is geen geldige reden meer.
Trouwens, als ik naar de tegenwoordige hygieneregels kijk (waarbij koks hun mutsen weer opmoeten en eten alleen gepakt wordt met handschoenen aan), is het misschien juist een 'must' om je hoofddeksel op te houden bij het eten.
Het antwoord dat u dus geeft is volgens mij geen antwoord op de vraag die de briefschrijver stelt.
Bij mij op school wordt het petje wel gedoogd als uiting van geloof. Maar eigenlijk is dat tegenwoordig ook achterhaald; de grote verhalen zijn verleden tijd; geloof is steeds meer een persoonlijke uiting en niet meer gebonden aan DE regels van HET geloof in kwestie.
En als reden aandragen dat buitenkleding niet binnen gedragen moet worden verdient ook geen schoonheidsprijs.
Het zijn regels en redenen van 'toen' en ik denk dus dat we hopeloos achter de feiten aan blijven lopen als we petjes 'verbieden' op grond van etiquette-regels van vroeger.
Maar ik moet ook toegeven dat ik uit die wat oudere generatie stam en het mij tegen de borst stuit als ik jongeren, binnenshuis een petje zie dragen. Maar hun voorbeelden (waaronder een Ali B.) zijn nu eenmaal niet de voorbeelden die wij hadden (want wie dragen er tegenwoordig nog een hoed?) en moet je dan toch halsstarrig blijven hangen aan oude regels of moet je die bijstellen naar meer moderne manieren?
Natuurlijk kan het geen kwaad om regels van vroeger te blijven hanteren, niet alles hoeft te veranderen. Maar dan moeten we toch op zijn minst voor onszelf duidelijk kunnen krijgen waarom we willen dat ze hun petje afzetten.
Ik hoop dat u een antwoord voor mij heeft, want ik heb soms het idee dat ik op school niet voor vol wordt aangezien als ik weer eens een petje af moet laten zetten.

Kees Bleekemolen
(docent levensbeschouwelijke vorming)

Dank voor uw reactie.
U vraagt mij wat de echte reden is van de regel 'mannen dragen binnenshuis geen hoofddeksels.' Volgens u kunnen jongeren alleen vrede hebben met regels als ze begrijpen waar ze voor dienen of als ze begrijpen wat de achtergrond ervan is.
Ik moet u teleurstellen, want heel veel etiquetteregels hebben helemaal geen reden of functie. Ze zijn arbitrair. Het zijn afspraken die uit een ver verleden stammen en die om een of andere reden traditie zijn geworden. Waar het vandaan komt doet niet ter zake. We houden met ons allen rechts in het verkeer, maar het had ook links kunnen zijn (zie Engeland en nog een paar landen). Mannen worden geacht hun hoofd te ontbloten binnenshuis, moslima's worden juist geacht hun hoofd te bedekken. Het had ook andersom kunnen zijn. De regel was altijd om zwarte kleren te dragen bij begrafenissen, maar het had ook paars of oranje kunnen zijn. In sommige culturen is wit verplicht.
Begrijpt u? Het gaat bij etiquette niet om het waarom van een regel, maar alleen om het feit dat er überhaupt een regel is. In allerlei culturen en religies bestaan uiteenlopende regels voor wat je wel en niet mag en moet eten. Dit is inhoudelijk en wetenschappelijk gezien allemaal volstrekte onzin. Uitleg hierover draagt ook niet bij tot een grotere bereidheid om de regels te volgen. Het volgen van de regels betekent alleen dat je jezelf onderwerpt aan die cultuur of religie. Dat je daar respect voor hebt inderdaad. Het is in wezen een machtskwestie. Degene met de meeste macht bepaalt hoe het gaat, en degene met de minste macht conformeert zich daaraan.
Etiquetteregels verschuiven altijd. Niets blijft zoals het was. Tegen de tijd dat de petjesdragers van nu senioren zijn geworden, zitten ze allemaal met de pet op aan tafel, dat zou best kunnen. Maar voor een jongen van 18 die in het huis van zijn ouders woont (niet zelfstandig is, niet z'n eigen geld verdient, niet de hypotheek betaalt) kan het geen kwaad als hij zich houdt aan de huisregels van zijn ouders. Idem dito op school. Een kwestie van respect van de afhankelijke voor degene die de dienst uitmaakt. Als hij eenmaal op eigen benen staan, kan hij z'n pet 24 uur per dag ophouden, als hij daar aardigheid in heeft.
In de hoop dat deze toelichting een en ander verduidelijkt heeft,


Beatrijs