Reacties
december 2003/januari/februari/maart 2004
Als u reacties of vragen hebt over de website of over de problemen en antwoorden, kunt u
die e-mailen naar beste@beatrijs.com
of u kunt het formulier
invullen.
De reacties worden hieronder geplaatst, tenzij u er bezwaar tegen heeft.
Alle eerder op deze site gepubliceerde reacties:
- Reacties september/oktober/november 2003
- Reacties juni/juli/augustus 2003
- Reacties mei 2003
- Reacties 3 ; Reacties 2 ; Reacties 1
Op uw website vond ik het probleem "Kerstkindje".
Beste Beatrijs,
Wij lezen Uw kolom bijna altijd met volledige instemming; en willen u een
compliment maken voor de kwalitiet en het inzicht van Uw wijze
rubriek. Juist daarom willen wij reageren op de aflevering van 14
februari die ons tegenviel. Op alle drie brieven hadden wij een ander
antwoord verwacht.
1. "Verongelijkte oom".
Ieder mens wil prettig leven. Laat Oom bij zichzelf te rade gaan.
Waarom wil hij anderen leed bezorgen na zijn dood? Niet alleen zijn
ex-pleegkinderen, maar ook zijn vrouw, als hij eerder dan zij overlijdt. Wordt
hij daar zelf nu blijer van?
Het feit alleen al dat hij met deze vraag en dit voorstel komt toont
dat hij meer op zichzelf is gericht dan op de nichten en neef. Als
dat
zijn karakter is, is het niet zo verbazend dat ze - nu de noodzaak is
geweken - niet meer zo graag komen.
Laat hij proberen de goede verhouding te herstellen door te laten
blijken dat hij ze graag wil zien, maar vooral door zijn instelling te
veranderen: tonen dat hij graag HEN wil helpen en steunen in HUN leven,
dat hij wil Geven, niet Krijgen. Dan zullen zij ook hem waarderen,
en Geven.
2. "Lief en leed potje".
Als de afdeling een traditie heeft van vaste verjaarscadeau's e.d.
(bloemetje, snoepje), dan is een potje met vaste bijdragen daarvoor de
juiste weg.
Maar voor echt "Lief en Leed" (huwelijk, geboorte, ontslag,
ernstige
ziekte, rouw, dood) is de essentie dat elke collega persoonlijk
meeleeft; het geldbedrag is de bijzaak die daaraan uitdrukking geeft.
Meestal doet men er ook een briefkaart o.i.d. bij met handtekeningen.
Alleen met een collecte bereik je dat doel. Een "potje"
doet dus de
ware betekenis van de collecte teniet. Het gaat niet om "efficiëntie",
maar om meeleven.
3. Mijn Vriendin.
Vijf glazen in vijf uur is wel erg veel; is men dan nog wel onder de
wettelijke grens? En die grens ligt eigenlijk nog te hoog. Een
betere regel: wie rijdt drinkt geen alcohol. U heeft gelijk: als
gastheer/vrouw ben je mede verantwoordelijk als je gast te veel drinkt.
Eric F.
Beste Beatrijs,
Wat een teleurstellend antwoord van jou, op de vraag mijn vriendin drinkt
te veel als ze nog moet rijden.
Het is al zo’n 20 jaar geleden dat ik mijn
zoons op het hart drukte, denk er om, als je wil drinken, dan kun je niet
rijden.
Ook niet een glas per uur. Waar je deze wijsheid vandaan haalt is mij niet
helemaal duidelijk.
Dit hangt nog al af van de persoon in kwestie, ik bedoel, heb je goed
gegeten, is je gezondheid goed, en zo zijn er nog wel meer dingen te
bedenken, zullen veel mensen zeggen.
Het zou veel beter geweest zijn als je had geadviseerd, bij deelnemen aan
het verkeer, en dat geldt ook voor de fiets, GEEN
ALCOHOL, er gaan per jaar te veel mensen dood door dit probleem.
Groeten van een
bezorgde vrouw, moeder en oma.
Jane H.
Met plezier lees ik uw antwoorden op de dagelijkse problemen van allerlei mensen. Meestal ben ik het in grote lijnen eens met uw oplossingen. Maar vandaag 14 februari 2004 ben ik het duidelijk niet eens met uw oplossing. Op de vraag van "Mijn vriendin drinkt" antwoordt u dat je over een avond elk uur een eenheid alcohol mag drinken, waarna je veilig auto kunt gaan rijden. Dit is pertinent niet waar. Zodra je elk uur een eenheid alcohol gaat drinken, wordt de hoeveelheid alcohol in je bloed teveel opgevoerd. Je lever kan dan niet meer de hoeveelheid alcohol in je bloed afbreken op het niveau, wat nodig is om te kunnen autorijden. Een ander probleem is dat vrouwen eerder dronken worden en slechter alcohol afbreken. Een veiliger advies zou zijn om maximaal 2 a 3 eenheden alcohol per avond te drinken als je auto rijdt. Dan zit je veilig gezien het wettelijk maximum, 210 ug alcohol per liter uitgeademde lucht. Bestraft wordt je vanaf 235 ug alcohol per liter uitgeademde. Tijdens de uitvoering van mijn werk, politieagent, heb ik vaak gezien dat mensen uitgingen van uw rekensom en daarmee de boot ingingen. Het beste advies is volgens mij nog steeds: "Rijden of alcohol drinken". Bij mij thuis krijgen mijn gasten, als ze nog moeten rijden, maximaal 2 eenheden alcohol. Dat weet iedereen en dat levert dan ook geen problemen op. Ook weten gasten, dat er altijd slaapgelegenheid is, mocht er toch iets teveel alcohol worden gedronken bij gezellige gelegenheden. Deze duidelijkheid levert geen problemen op en ik wil mijn gasten niet terugvinden in de dagrapporten van de politie bij de aanrijdingen met alcohol. Helaas weet ik uit ervaring hoe afschuwelijk dergelijke aanrijdingen eruit kunnen zien en hoeveel leed het veroorzaakt. Gaarne zou ik dus zien dat uw advies ten aanzien van "Mijn vriendin drinkt" wordt aangepast.
Renske D.
Beatrijs Ritsema verspilt haar grijze
hersencellen en kostbaar krantenpapier door een briefschrijver in Trouw
van 30 jan. te laten klagen over de informele wijdbeenszit van de
jeugdjournaallezers. Erger nog: ook zij vindt dat het afleidt van de info.
Krijgen sommige mensen, inclusief Beatrijs, soms onmiddellijk vunzige
gedachten als ze iemand wijdbeens zien zitten? Nooit last van gehad. Waar
ik wel last van heb is de foto van Beatrijs en dan met name haar kapsel.
Dat is zo verschrikkelijk tuttig dat ik haar adviezen op het gebied van
normpjes en waardjes niet meer serieus kan nemen. Misschien wil zij daar
even iets aan doen?
Mevr. H. Frings
Elke zaterdag geniet ik weer van je reacties op
vragen van lezers. Zo ook andere Trouw-lezers onder onze buren en
vrienden(vertel ik je op hun verzoek!).
Soms heb ik de behoefte om erop te reageren...nu doe ik dat dan ook eens
echt:
Over het probleem van het 18-jarige meisje met de
vriend van 19 die niet
luistert. Je raadt haar aan om hem subiet de laan uit te sturen. Ik hou
voor mogleijk dat hij meer onwetend is dan kwaadwillend of egoistisch;
mogelijk heeft hij nooit de kans gehad om meer te leren over goede
communicatie. Hij is er gewoon nooit op gewezen; laat staan dat hij weet
hoe dat moet. Veel mensen zijn opgegroeid in een omgeving waar hard
gewerkt werd (wordt); geen tijd wordt genomen om met elkaar te praten, zo
wordt er ook niet nagedacht over het belang van meeleven, delen in elkaars
belevenissen enz... Ik ben opgegroeid in zo'n milieu en in een sociaal
beroep terecht gekomen en heb daarom (op latere leeftijd) geleerd wat
essentieel is voor goede relaties en dus vriendschap en goed
partnerschap. Ik heb (veel) broers en zusters die dit niet hebben geleerd
en (met goede bedoelingen, die ik begrijp) ook die fouten maken.
Ik zou dus een tweede mogelijkheid willen geven aan dit meisje, namelijk:
geef hem aan wat je belangrijk vindt (luisteren en meeleven en niet met je
eigen belevenisen er doorheen komen) en dat je dit als wezenlijke
voorwaarde voor een goede relatie ziet. Dan krijgt hij in elk geval een
kans om iets te leren.(Er zijn ook cursussen voor zoals 'beter omgaan met
jezelf en anderen' van Thomas Gordon). Dan nog blijft het zijn keuze om
iets te veranderen, maar dan is de reden duidelijker en kan hij later
beter begrijpen dat er een reden is voor zijn gebrek aan vrienden/
relaties.
Mijn pleidooi voor iets meer begrip voor onuitstaanbaar gedrag is hopelijk
duidelijk.
Voor mij blijft het wel een probleem of ik en hoe ik mijn
broers en zussen (en ook andere vriedinnen die uit dit milieu komen)
duidelijk maak dat beter luisteren en meeleven veel relaties zou
verbeteren.
Caty, een trouwe lezeres
Geachte redactie,
Elke keer weer verbazingwekkend, de column 'moderne manieren' van mevrouw
Ritsema.
Alleen al al die gebieden waarop ze zich met haar adviezen begeeft:
psychologie, opvoedkunde, relaties, etiquette: dat kan niet goed gaan. Als
het gaat om de omgang met kinderen geeft mevrouw Ritsema soms
huiveringwekkende adviezen die getuigen van een grote kilte en van
onbekendheid met mogelijke ontwikkelingsstoornissen. Afgelopen zaterdag
was het in drie adviezen drie keer raak: een
man, die tijdens een gratis
lunchconcert zijn buurvrouw hinderde viel in de categorie onaangepaste
personen over wie ze schrijft "gekken hebben gewoonlijk minder
geld". Knap, zo'n diagnose op afstand. Maar geen advies over de
manier waarop je een storende buurman vriendelijk en/of beleefd inlicht
over mogelijk storend gedrag.
In hetzelfde antwoord gaat het over dames die op crapaud of sofa geen kant
opkunnen. Hoe modern. En de wat vindt u van de volgende zinnen: 'bij
gewone conversaties zijn mensen alleen geďnteresseerd in het
bovenlichaam. Dus kan het onderlichaam net zo goed weggewerkt worden
(bijvoorbeeld onder tafel)'. Als ook het bovenlichaam gaat storen en dus
weggewerkt moet worden zullen de
moslima's zich bij ons snel thuis voelen.
De adviezen die mevrouw Ritsema geeft bij het beëindigen van een relatie
komen op het volgende neer: trek er een half uurtje voor uit, zeg waar het
op staat en verbreek alle contact. "Uit is uit en dan moet je elkaar
niet meer zien".
Mevrouw Ritsema weet niet, dat veel moderne mensen dat al lang heel anders
doen. Dat zij ernaar streven om het contact aan te houden, al is het
alleen maar uit sociale overwegingen: de banden die inmiddels met de
schoonfamilie zijn ontstaan, de ouderavonden, bruiloften en verjaardagen
die op deze manier voor alle partijen aangenamer worden. En nóg modernere
mensen realiseren zich, dat zij met hun ex-partner ooit eens iets
bijzonders hebben gehad, koesteren die herinnering en trekken lering uit
het feit, dat de zaken gelopen zijn zoals ze gelopen zijn. De adviezen die
mevrouw Ritsema geeft vind ik zeker niet "misschien wel de beste
adviezen van Nederland".
Lida V.
In uw antwoord aan "Geen zolen" heeft u het over “onaangepaste” personen die even later "gekken" genoemd worden.
Letterlijk: Gekken hebben gewoonlijk minder geld. U wordt geacht vragen te beantwoorden m.b.t. omgang net anderen.Uw taalgebruik in dit antwoord vind ik onzorgvuldig en kwetsend.Wie worden er hier bedoeld ? In mijn werk heb ik te maken met mensen met een psychiatrische achtergrond. Zij worden “ten onrechte” gekken genoemd door personen die niet op de hoogte zijn van hun ziektebeelden.Ik heb begrepen dat u psychologe bent,ik hoop dat u in het vervolg meer respect toont voor de “zwakke” medemens.
D. te H.
Als (voormalig) docent Engels wilde ik dit even aan u kwijt, als aanvulling op uw reactie in Trouw afgelopen zaterdag over het tutoyeren: De ironie wil dat oorspronkelijk 'thou' de jij-vorm was en 'you' de beleefdheidsvorm (zie bijvoorbeeld de toneelstukken van Shakespeare). In feite spreek je in het Engels dus iedereen met 'U' aan !
Hemmy W.
Ietwat geschrokken las ik jouw advies aan een moeder wiens dochter ging trouwen. Ik vraag me af om wiens trouwen het nou gaat Wie gaat er nu eigenlijk trouwen , de moeder of de dochter? In een normaal volwassen relatie lijkt het me zinvol om de dochter zelf te laten beslissen hoe en met wie ze wil trouwen. Het gegeven advies maakt op mij een een zeer conservatieve indruk. Wel kan mi de moeder aangeven hoe zij zich voelt onder het feit dat ze de 2e dochter niet heeft uitgenodigd. De dochter (die volwassen is) kan daar mee doen wat ze zelf wil. Het gegeven advies maakte bij mij los dat er geen vrijheid in keuze meer was. De dochter was fout en de moeder goed. Ik geloof niet zo in die benadering en denk dat het gegeven advies niets toevoegd, maar eerder de situatie verder onnodig onder druk zet.
Wouter L.
Met belangstelling en genoegen lees ik elke zaterdag uw antwoorden op vragen die lezers u stellen.
In de laatste aflevering (zaterdag 27-12-03) geeft u een antwoord aan een Spijbelaar- leraar. Als oud-docent aan een middelbare school doet het mij deugd met hoeveel welgekozen woorden u de "spijbelaar" in het onderwijs tracht te houden. Bravo!
Toch een kleine kanttekening mijnerzijds. De betreffende docent schrijft dat de schoolleiding slechts een keer gevraagd heeft hoe het hem beviel. Dat is een grote tekortkoming van de betreffende schoolleiding, deze is er onder andere voor om regelmatig contact met haar docenten te hebben en zeker met beginners. Een goed gesprek op gezette tijden met docenten die het in/voor de klas moeilijk hebben doet wonderen. Een docent die weet dat de schoolleiding - in principe - achter hem staat voelt zich gesteund. (De schoolleiding zal uiteraard bij problemen ook de leerling/klas moeten horen). Dus ik ben het niet eens met de zinsnede: "De schoolleiding kan er meestal weinig aan doen".
Sterker nog de schoolleiding heeft tegenwoordig de mogelijkheid docent-begeleiders aan te stellen en er op die manier heel veel aan te doen. Dat zijn ervaren docenten, die een cursus kunnen volgen in het begeleiden van beginnende docenten,ze hoeven b.v. 2 uur geen les te geven. In deze 2 uur hebben ze een gesprek met de beginneling, wonen een les van hem bij, bereiden samen een les met hem voor enz.
Er ziin tal van mogelijkheden op dit gebied. Zelf ben ik 10 jaar docent-begeleider geweest en heb ontdekt dat de meeste beginnende docenten slechts een paar kneepjes hoeven te leren en het gaat een stuk beter, maar bij soromigen helpt het niet "en het zal ook nooit wat worden".
Albert Snijders, oud-docent Duits aan het Meerwegen College te Amersfoort
In Trouw van 15 november maakt iemand zich zorgen over de 'moderne manieren' , waarop een scheldende kleinzoon moet worden aangepakt. In Trouw van vandaag adviseert mevrouw Spelde-Zweens te praten in plaats van te straffen. Het probleem is overigens zo oud als de wereld.
Niet alleen mijn kleinkinderen, tussen twee en negentien kunnen er wat van; ook mijn eigen kinderen lieten zich niet onbetuigd.
Zo'n dertig jaar geleden waren poep en pies nog heel vieze woorden, zo vies dat in een versje van Annie M.G.. een boze kleuter zich afreageert met: "En als ze kwaad zijn zeg ik bil!. "
Mijn eigen kleuters reageerden iets smeuďger af. Tč smeuďg vond ik. Maar omdat Dr. Spock mij geleerd had dat verdringen gevaarlijke frustraties zou kunnen opleveren, waardoor de lievelingen tot op hoge leeftijd gekweld zouden kunnen worden, besloot ik niets te verbieden. Integendeel, ik vatte het plan op hun de kans te bieden zich helemaal uit te leven, weliswaar met in mijn achterhoofd de wens, dat een overvloed aan verboden vruchten wel eens tot oververzadiging en derhalve tot afkeer van het begeerlijke zou kunnen leiden.
Ik vond een goede gelegenheid: Eerst aan tafel, later bij het in bad gaan was er weer eens veelvuldig stiekem doch uitgebreid gegiecheld om woorden welke men in die dagen beslist niet gedrukt kon zien.
Dus kondigde ik, na het gebruikelijke versje-voor-het-slapen-gaan, monter aan: 'Ziezo, nu mogen jullie tien minuten lang vieze woorden zeggen!'
Vier verbaasde ogen waren mijn beloning.
'Nu? ' vroeg de oudste. ,,'Hardop?' zeI de jongste. - Ik knikte vriendelijk. 'Poep! ' zei de oudte. Er klonk een lachsalvo. 'Pies!' riep haar zusje. Weer dolle pret. Er volgde nog een aantal uitdrukkingen die in mijn jeugd slechts fluisterend of op frommelige briefjes werden doorgegeven. Daarna haperde het even. 'Mag een versje ook?' vroeg de oudste toen. 'Ja hoor! ' antwoordde ik glimlachend. Prompt kwam het alom beroemde (of beruchte) hobbelpaard van Konstant opdraven. Met veel succes. 'Ik weet er ook een!', kondigde zus aan en ze hief aan: 'Eet meer bananen.
Ze werd echter onderbroken. 'Sufferd, dat is niet vies, het lijkt alleen maar vies', verweet de oudste. Haar gezicht stond nu ernstig. Weer was het even stil.
'Kom', moedigde ik aan en keek op mijn horloge, 'jullie hebben nog vier minuten.'
Kleine zus lepelde nog was onparlementaire termen op. Toen ze klaar was keek grote zus haar peinzend aan, haalde haar schouders op en zei: 'Ik weet niet meer.' 'Nou ja " zei ik, dan stoppen we voor vandaag. 'Morgen mogen jullie weer. En voortaan elke avond. Ze keken elkaar aan. Om de lippen van de jongste speelde nog een vaag lachje; was ze bezig nieuwe stof tot vreugde te verzamelen? Opeens kwam de oudste omhoog van haar bed, waarop we samen gezeten hadden. Rechtop stond ze daar nu, midden in haar privé-domein. Ze liet haar blik rondgaan door het vertrek met de vorsende uitdrukking van een schoonmaakster, die tot in de meest verborgen hoeken en kieren ongerechtigheden vermoedt. Toen zei ze, met een niet te veronachtzamen autoriteit: 'Best! Maar niet meer op mijn kamer!'
Ds. Mies Westera-Franke
Naar aanleiding van ‘Mijn kerstkindje valt erbuiten’: Schandalig antwoord aan een moeder die vraagt hoe het feestje te organiseren voor haar zoontje dat twee jaar wordt.
Beatrijs: allerminst objectief; antwoord een grove kluit in het riet. Volstrekt voorbij gegaan aan de moeder die met liefde een fijn feestje wil geven. Dat zinnetje van Beatrijs: ‘om mensen te laten opdraven voor de verjaardag van een peuter’. Wat geringschattend en aanmatigend.
Mevrouw G. B-K (62 jaar)
Uw reactie op de meneer met de verliefde echtgenote van afgelopen zaterdag vond ik nogal kortzichtig. Om met elkaar te kunnen communiceren, lijkt me openheid van groot belang. Uit het berichtje van deze meneer krijg ik de indruk dat hij en zijn vrouw op een open manier met elkaar omgaan. En in zo'n relatie ineens iets geheim moeten houden wat zo'n indruk op je maakt? Het lijkt me de achterdeur uit. Juist door erover te praten, zouden ze nader tot elkaar kunnen komen. Een verdieping van de relatie lijkt me daarvan het gevolg, en die bereik je nooit door je gevoelens krampachtig voor je te houden. Als ze hem zou hebben `ontzien' door niets te zeggen, had ze haar eigen man onderschat! -- en dat zou dan een oplossing moeten zijn?. Deze keer vind ik dat u de briefschrijver met een kluitje in het riet hebt gestuurd. Graag iets meer nuance in uw oordeel.
mevrouw M.E.
Emancipatie niet voltooid!
Werkster sinds 15 jaar, aardig en nooit ziek, maar niet vakbekwaam. Geen functioneringsgesprekken, geen bijscholing, maar met een maand salaris op staande voet ontslagen. Dat kan toch nergens?
Waarom leggen goedopgeleide mensen geen verband tussen hun eigen baan en vakken als schoonmaken en verzorgen. Zorgelijk. Deze briefschrijfster zou volgens mij eerst haar eigen werk serieus moeten nemen en dat overdragen op de trouwe hulp. Een functioneringsgesprek aankondigen en dat goed voorbereiden. Schriftelijk werkplan met feiten, tijden, materialen… Bijscholen over vetoplossers, kalkoplossers, bacterieoplossers. Na een paar maanden evalueren en als een ontslag moet volgen, het gangbare traject aanhouden. Anne v. G.
Het ging hier over een ‘zwart werkende’ schoonmaakhulp. In de schimmige wereld van de zwartwerkers gelden andere conventies.
Beatrijs
Ik wilde graag reageren op uw stukje over de satanistische dochter en de door u gelegde link met Gothic. Met uitzondering van de kleur van de kleding is die er niet. Voor u een dergelijke vergelijking maakt lijkt het mij zinvol dat u zich eerst informeerd over wat gothic inhoud. Bij gothic hou je je niet bezig met de duivel of met dood. Wel dragen we kleding die vaak zwart is en luisteren we naar muziek met een wat diepere inhoud, we zijn gevoelsmensen. We houden ons vaak bezig met dingen als Wicca en de natuur. En we zijn ontstaan uit een vreedzame afsplitsing van de punk in de jaren 70. We houden ons bezig met poezie en de kleding stamt af van de kleding uit de victoriaanse tijd (koningin victoria heeft na het overlijden van haar man ook alleen maar zwart gedragen) Voor mij is de zwarte kleding een uiting van het gevoel anders te zijn dan de anderen en mijn uiting van treurigheid over hoe mensen in de maatschapij met elkaar om gaan. Zo dat was mijn relaas. Ik zou u zeer erkentelijk zijn als u uw advies enigsinds bijsteld. Want zo komen de vooroordelen in de wereld.
Mark v.d. S.
beheerder van de site www.gothic-lifestyle.nl
