Reacties
april-december 2007
Reageer op de adviezen of op de website via beste@beatrijs.com of door het invullen van het formulier. De reacties worden hieronder geplaatst, tenzij u er bezwaar tegen heeft.
2003 (vanaf mei)
september/okt/nov/dec
juni/juli/augustus
mei
Januari 2000 - april
2003
Reacties 3
Reacties
2
Reacties 1
Zie voor meer reacties op de problemen die deze week in Trouw staan Beatrijs in Trouw.
Inzake "beste waar zit" antwoordt u o.a. dat niemand nog het fijne daarvan weet.
Ik kan u melden dat dit gedoe – want dat is het –te maken heeft met de ereplaatsen.
Vanouds geldt de rechterplaats als ereplaats.
De man als hoofd van de vrouw en van het toekomstig gezin heeft dus recht op die ereplaats.
Vandaar die wisseling.
Zie verder de plaats die de koningin inneemt op de troon, deze staat altijd rechts naast de partnertroon.
In het rijtuig of auto idem: rechtsachterin, tenzij dit bij het uitstappen en begroeten bezwaarlijk is.
Hans P.
Onlangs beantwoordde u een vraag van een kattenhoeder.
Met stijgende verbazing heb ik uw antwoord gelezen.
U behandelt dit probleem op een zeer pretentieuze manier, alsof u over een voorwerp praat.
Een dier is een levend wezen met een eigen integriteit die als huisdier volledig van de eigenaar afhankelijk is.
Een automobiel wordt (helaas) in veel gevallen vaak beter behandeld dan een huisdier; gaat tenslotte minimaal 1 keer per jaar naar de autodokter (garage).
Inderdaad, de diergeneeskunde staat niet stil en we zijn net als in de humane sector tot steeds meer in staat.
Het is heel normaal om de dierenarts (dit i.t.t. de humane dokter) te vragen een indicatie te geven voor de kosten, maar dit is voor de eigenaar nog geen vrijbrief om de dierenarts te vragen om het dier dan maar te euthanaseren.
Wij zijn dan ook blij dat er nu eindelijk 2 goede, en niet dure verzekeringen op de markt zijn om niet steeds de dierenarts te belasten met een ethisch dilemma.
Over het algemeen beleefd de eigenaar enorm veel plezier aan zijn huisdier, wat dan ook de reden is om een huisdier aan te schaffen.
Dat een levend wezen soms ziek wordt of een ongelukje kan krijgen moet voor de aanschaf bedacht worden, en niet pas in de dierenartspraktijk bij het horen van de kosten.
Wij hebben een eerbaar beroep en zullen zeker niet ?om een wintersportvakantie? aan een huisdier gaan dokteren!
Gelukkig verandert de mentaliteit langzaam in de richting van hoeder, wat meer inhoudt dan alleen eten geven.
Een stukje zoals uw antwoord werpt ons en het dierenwelzijn weer jaren terug, en ik had dan ook een meer genuanceerd antwoord verwacht.
Drs. R. Blanken,
dierenarts
Je bent nooit te oud om te leren. Ik ben 84 jaar en weet nu dat mijn kinderen een ouderwetse opvoeding hebben gehad. En voor zover ik kan nagaan mijn kleinkinderen ook. Maar ja, het was wel eigentijds.
Maar niet getreurd. Mijn achterkleinkind(eren) (de eerste is er al) heeft/hebben kans moderne manieren aangeleerd te krijgen, mede dank zij Beatrijs. Wanneer hun ouders niet zoals wij, de 10 leefregels proberen na te leven en door te geven aan hun kroost, leert die generatie niet "Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste" maar "Als het je uitkomt lieg je maar". Zie "Prijzig kerstbuffet" d.d.17-11-2007. Goed voorgaan doet goed volgen.
Henk F.
Als er net een baby in huis is geland, dan lijkt het wel alsof er een vliegtuig gecrasht is.
En dan schieten helaas bedankjes er wel eens bij in.
Oh, ik weet wel dat het niet is zoals het hoort. En voor de goedbedoelende oom en tante is het
misschien moeilijk zich in zo'n nieuw gezin te verplaatsen, waar de tijd de eerste drie maanden
doorgebracht wordt met voeden (reken daar de eerste tijd gerust maar 6 tot 8 uur per dag voor!),
slapen (of vooral: niet slapen), sussen, wassen, kraamvisite, en af en toe een wandeling met
de kleine.
De jonge ouders zullen vast wel eens schuldbewust gedacht hebben: oh ja, dat leuke kadootje van
tante Dinges... maar hun aandacht dan weer opgeslokt zien door al die zaken, en als het tegenzit
ook nog door tepelkloven, borstontstekingen, verkoudheden en uitputting. Oom en tante kunnen
gerust aan de grootouders vragen of hun presentje wel gearriveerd is, maar zullen vast ook wel
begrip kunnen opbrengen voor de chaos in het huishouden van hun neef.
Elisabeth S.
Een tompoes eet je zo:
Je zet hem op z’n kant en snijdt vervolgens met je vorkje het bovenkapje (ongeveer 2 cm
van de kant) door, vervolgens doe je dit ook met het onderkapje en de rest kun je zonder knoeiwerk
opeten. De kunst is wel dat je hem recht doorsnijdt, even oefenen dus.
René
Als de vragensteller, die zelf advocaat is, in privé een advocaat inschakelt, zal hij naar mijn mening niet de aanhef "Geachte confère" hoeven te gebruiken. Hij schakelt deze advocaat immers niet in uit hoofde van zijn functie als advocaat, en het is geen confraternele correspondentie. Het is eerder vreemd als je op deze wijze zou gaan corresponderen met je opdrachtnemer. Niet doen dus.
F. van der Hoek
Naar aanleiding van Moderne Manieren van 1 september zou ik de volgende kanttekening willen plaatsen. ‘Het geslacht van de begeleider is bepalend’. Met dit heldere advies lijkt de kous af, en voor moeders is dat denkelijk ook zo, maar voor vaders met baby’s en vaders met dochters zijn er toch nog wel wat addertjes onder het gras. Als het principe is ingegeven door de wens om dames-wc’s te vrijwaren van mannelijke indringers, dan is de conclusie dat vaders het verschonen van de baby aan hun vrouwen moeten overlaten en, als moeder niet mee is, maar niet alleen met hun kleine kinderen op stap moeten gaan. Verschoonfaciliteiten zijn immers uitsluitend bij de dames-wc’s te vinden. Dat de horeca impliciet de boodschap afgeeft dat baby’s verschonen vrouwenwerk is, is al twijfelachtig genoeg, maar ik heb mij daar nooit veel van aangetrokken. Als daar nu, opnieuw impliciet, het advies bijkomt dat heren moeten wegblijven uit de dames-wc’s, dan krijgt vader het wel erg moeilijk. Wat nu? En er is nog iets. ‘Het geslacht van de begeleider is bepalend’ geldt ook in het zwembad waar mijn dochtertje (toen vijf) het afgelopen jaar zwemlessen volgde. Kinderen hebben daar wat langer hulp nodig dan bij het naar de wc gaan: ook meisjes van een jaar of zes kunnen het niet helemaal alleen. Vaders (een minderheid) werden met hun dochtertjes geacht de herenkleedruimte op te zoeken. En moeders met hun zoontjes het damesgedeelte. Niettemin: menig jongetje werd in het herengedeelte door zijn moeder geholpen, waarschijnlijk tot ieders tevredenheid, want er zijn veel meer moeders dan vaders met hun kinderen in het zwembad. De druk op de kleedkamers zou evenredig verdeeld zijn als het geslacht van de kinderen bepalend zou zijn. Maar nee, inderdaad, ook hier geldt: het geslacht van de begeleider is bepalend. En waarom? Ditmaal moet er een ander principe aan de orde zijn dan bij de dames-wc’s. De enige reden die ik kan bedenken, zeker gezien de tolerantie voor moeders in de herenkleedruimte, is dat vaders niet geacht worden andere dochtertjes dan die van henzelf bloot te zien. Dochtertjes dienen gevrijwaard te blijven van de blikken van mannen. Maar nu terug naar de horeca. Wie als vader het zwembadprincipe (geen mannenblikken op mijn dochter) hier toepast, kiest met zijn dochter voor de dames-wc. Daar kwam hij al met haar toen ze een baby was. Nu ze zelf een plas doet, is er alle reden om haar daar te laten. ‘Deur open laten, pappa!’. Vandaar dus. Ik heb de indruk dat een vader het hier nooit goed kan doen. Ik hoop niet dat de conclusie moet zijn dat het begeleiden van dochters het exclusieve werk van moeders is en dat vaders maar niet met hun dochters naar zwemles moeten of alleen met hun dreumesen op stap moeten gaan. Wat de conclusie dan wel moet zijn? Dat er iets meer soepelheid kan worden betracht door vrouwen die heren met kindertjes in hun bij de dames-wc aantreffen. Het geslacht van de begeleider kan niet altijd bepalend zijn.
Frans van N.
Ik kom veel in Noorwegen, waar je altijd je schoenen uitdoet, ook in Zweden, IJsland en Finland, van Denemarken weet ik het niet meer. Van de Noren weet ik dat ze niet houden van die grote zware schoenen, die hun houten vloer smerig maken. Als ze uitgaan en bijvoorbeeld gaan dansen bij vrienden thuis, houden ze overigens hun schoenen aan, d.w.z. je neemt je goede schoenen mee en trekt ze aan zodra je arriveerd bent of je houdt ze aan als je met de auto komt. Net als in Japan en in China, waar andere schoenen voor je klaar staan, heben ze in de Scandinavische landen, schoenenrekken bij de deur. Zij vinden Nederlanders vaak smerig en verbazen zich bijvoorbeeld ook over al die huisdieren die in flats gehouden worden. Ik weet niet meer of dat in Oslo verboden is (om de dieren te beschermen), maar er zijn niet (veel) huisdieren zoals honden en katten.
C. Teunissen
Uw antwoorden op de vragen
over het in de rij staan tijdens (afscheids)recepties vind ik heel erg teleurstellend. Ook ik
zoek een passende en aantrekkelijke tekst voor een uitnodigingskaart waarin ik kenbaar wil maken
dat het niet de bedoeling is dat men in de rij gaat staan om de jubilaris te feliciteren maar
dat de jubilaris bij de mensen komt om hen de hand te schudden, bij te praten etc.
Tijdens het googlen kwam ik op uw pagina terecht.
Ik was in eerste instantie enthousiast toen ik ‘Lange receptierij’ vond. Echter,
in plaats dat u antwoord geeft op de vraag, geeft u aan dat het nu eenmaal de gewoonte is dat
mensen bij binnenkomst feliciteren en dat daarbij een rij kan ontstaan, het meestal niet zo’n
vaart loopt, mensen zich anders gedragen tijdens een afscheidsreceptie dan tijdens een huwelijksreceptie
etc. Dat is toch helemaal geen antwoord op de vraag?
Ik hoop dat ik tijdens het verder googlen alsnog antwoord vind op mijn vraag.
Margie R.
Naar aanleiding van afgelopen zaterdag (07-07-07) een tip voor het grote feest van 'niet-in-de-rij,
alstublieft'. Een manier om alle mensen we te spreken maar geen rij te krijgen is, zelf
de mensen bij langs te gaan in plaats van mensen bij jou langs te laten gaan.
Geef iedereen een ballon met helium, of een vlaggetje bij binnen komst en ga zelf alle mensen bij langs
die nog een vlaggetje omhoog houden. Zodra u ze gesproken heeft kunnen de ballonnen/vlaggetjes oid in
een mooie bak of aan een grote plant geknoopt worden. Zo kun je iedereen lekker met elkaar laten kletsen
en rond laten lopen, zonder iemand te vergeten.
Reinou G.
Vandaag heb ik met grote irritatie uw
reactie gelezen in Trouw van zaterdag 28 juli 2007 aan “Juf
kan niet spellen”. Uit uw reactie kan ik opmaken dat u weinig verstand hebt
van het onderwijs. Naar uw mening kunnen leerkrachten tot en met groep 5 geen brieven zonder spellingfouten
schrijven. Daarnaast is de zinsbouw en de opmaak van de brieven, om met uw woorden te spreken,
niet om aan te zien. Ik vind dat u met deze opmerkingen het niveau van het basisonderwijs ongefundeerd
naar beneden haalt. Als directeur van een basisschool kan ik u met zekerheid zeggen dat het merendeel
van de leerkrachten prima in staat is tot het schrijven van correcte brieven. U doet het voorkomen
dat de PABO weinig eisen stelt aan hun studenten, maar waar baseert u dat op? Waarschijnlijk hebt
u iets in de media gelezen en op grond daarvan hebt u zich een mening gevormd. Ik kan u echter
verzekeren dat er wel degelijk eisen door de diverse PABO’s worden gesteld. Het is een
hogere beroepsopleiding en er worden dus zeker strenge eisen aan de studenten gesteld. U doet
nu voorkomen dat de leerkrachten tot en met groep 5 deze opleiding niet hebben genoten. Zij volgen
echter dezelfde opleiding als de bovenbouwleerkrachten. Er zijn genoeg intelligente collegae
die ervoor kiezen om in de onderbouw les te geven. Voor het goed kunnen lesgeven in de onderbouw
heb je net zoveel didactische vaardigheden nodig als in de bovenbouw. Juist de onderbouw vormt
de basis en het is belangrijk dat die goed is om verder succes te kunnen hebben in het onderwijs.
Ook voelen leerkrachten zich volgens u vernederd wanneer ouders op taalfouten wijzen. Een dergelijke
uitspraak maakt voor mij nog duidelijker dat u echt niet weet waar u over praat. Vroeger was
dat misschien nog wel zo, maar als ouders ergens een opmerking over maken zijn we daar als leerkrachten
alleen maar blij mee. Dat kan de kwaliteit van het onderwijs alleen maar verhogen. Misschien
kunt u zich voortaan eerst beter verdiepen in een onderwerp door goed onderzoek te doen, voordat
u tot zulke denigrerende uitspraken komt. Daar raakt u mensen mee, terwijl die mensen zich met
hart en ziel inzetten om de kinderen goed onderwijs te geven.
Eline C.
Laat ik beginnen met de opmerking dat ik uw rubriek zeer waardeer , vooral de rake adviezen die
u geeft!
Ja, inderdaad, er zijn steeds meer juffen (en laten we de meesters in spe niet vergeten!) die
slecht toegerust zijn qua spelling.
U schrijft dat ze er zelf niet veel aan kunnen doen! Wat zielig voor ze! En vooral moet het niet
tegen die arme mensen verteld worden, ze zouden ervan kunnen schrikken en misschien zelfs een
bijspijkercursus volgen! Of zich vernederd voelen! Ik ben het met U eens dat het niveau van pedagogische
academies moet worden opgekrikt maar ouders hoeven toch niet te doen alsof hun neus bloedt als
er een taalfout in een brief staat?
En de kinderen op de basisschool: moeten ze genoegen nemen met slechte lessen op het gebied van
spelling?
Een afgestudeerde leraar of lerares basisschool mag gerust een fout maken maar er moet wel degelijk
op gewezen worden! Mag ik tenslotte er U nog op wijzen dat in de lagere klassen van de basisschool
ook spellingsbekwame mensen staan...
Anne-Mie K.
Ik lees in Trouw van 28 juli 2007 uw antwoord op de vraag, wat
je moet doen wanneer de
lerares alias onderwijzeres haar Nederlands niet beheerst. U schrijft dat je dan niets moet
ondernemen, want de onderwijzeres zou zich vernederd voelen. Dat laatste is sociaal-communicatief
wel begrijpelijk. Ik ben het daarentegen niet met u eens dat wij dat ( het gebrekkige kennisniveau
van het Nederlands) moeten accepteren. Geachte mevrouw, de school behoort het voorbeeld te geven
o.a. op het gebied van taalbeheersing en rekenvaardigheid. Als het opleidingsinstituut ( de pabo)
te lage eisen stelt, dan ligt de verantwoordelijkheid primair bij de onderwijsgevende zelf, om
zich te ontwikkelen en / of bij het hoofd van de school ( de schoolleider), die de uitgaande
post van al die collega's, die gaten in hun vaardigheid hebben, net zo lang corrigeert en hen
begeleidt tot ze de kunstjes beheersen. Tenslotte: u bent er niet van overtuigd dat het in ieder
geval in de bovenbouw beter is. Ik citeer: "In de hogere klassen...staat er trouwens vaker
iemand..., die wel kennis van zaken heeft". Wanneer de onderwijzers in de bovenbouw over
de vereiste kennis ook niet beschikken, dan moeten de ouders bij de school en in de maatschappij
massaal en langdurig protesteren, want hun kinderen zijn de dupe van het gebrek aan kennis van
de school. De politiek moet dan echt ingrijpen.
drs. H.K. Grondsma (een verontruste opa)
Wij zijn vast niet de enigen die u hierop attenderen, maar ik doe het toch
maar: op deze manier een schenking doen schept ook de nodige verplichtingen
tegenover de fiscus. Met name in verband met schenkingsrecht en
inkomensbelasting.
Christien J.
Ik ben vandaag voor het eerst op uw internet-site, omdat ik geïnteresseerd ben in etiquette.
Nu lees ik net het verhaal, van de dame die moeite heeft met haar schoenen
uittrekken,
bij een gezin waarvan de vrouw een hoofddoek draagt.
Ik kan niets anders zeggen dan dat ik uw reactie, werkelijk waar, uitmuntend vind! U verwoord zo
correct mijn gevoelens toen ik de mail van de dame in kwestie aan het lezen was en voordat ik begon
aan uw reactie was ik heel erg benieuwd wat u geantwoord zou hebben. Fijn dat er toch mensen zijn
die bepaalde overtuigingen begrijpen en respecteren. Ik ben zelf Marokkaans, draag geen hoofddoek,
maar vind het jammer dat veel mensen het niet willen begrijpen dat vrouwen dat doen uit hun eigen
overtuiging.
Dat wilde ik even kwijt en als ik in de toekomst een vraag heb, dan weet ik aan wie ik deze moet
stellen.
Karima A.
Net uw antwoord gelezen aan “Gelovige” in Trouw van 16 juni. U adviseert een 2-regelig
mailtje met o.a. “dat het u het beste lijkt om hen elke confrontatie met het huis der zonde
te zonde te besparen” enz. Voor mijn gevoel druipt daar het sarcasme vanaf. Eerder noemt
u Jezus die zich niet te goed voelde om met prostituees om te gaan. Ik kan me van Hem echter ook
geen sarcasme herinneren. Je kunt het oneens zijn met de opstelling van de drie vriendinnen, je
kunt je er gekwetst door voelen maar daarom hoef je nog niet op deze m.i. onchristelijke wijze
te reageren. Het lijkt me inderdaad wel het eind van de “vriendschap” als twee partijen
zulke verschillende overtuigingen hebben, maar dat kan op een positievere manier meegedeeld worden.
E. van Meeuwen
Op uw antwoord op ‘Voor wat hoort wat’, zaterdag
3 juni, wil ik graag een aanvulling geven.
Natuurlijk een goed idee om een enkele keer een mooie fles wijn, een boek of CD te geven(de zoon
zal wel een wens kunnen achterhalen) Halfjaarlijks een cadeaubon lijkt naar mijn idee teveel op
betaling. De truc van een kaart vind ik slim maar niet echt leuk.
Voor wat hoort wat? Wel nee, binnen de medemenselijkheid geldt dat net zo min als oog om oog, tand
om tand.
Ik ken mevrouw niet, zij vindt het bijbelse ”het is beter te geven dan te ontvangen” misschien
een grote waarde.
Zeker, mee eens. Ik zou er de kunst van het ontvangen naast willen zetten. Royaal ontvangen, zonder
schaamte, schuldgevoel maar met de volle erkenning dat de ander je een plezier heeft gedaan...
Nu moet de klusjesman eigenlijk twee dingen voor haar doen: het klusje en haar geruststellen en
haar verlegenheid en schuldgevoel wegnemen.
Je kunt natuurlijk zeggen: deze klusjesman zou ook moeten kunnen ontvangen. Nee ik vind om te beginnen
dat mevrouw daar zelf een boeiend weggetje in kan afleggen.
Emmy van O.
Ik wilde nog reageren op dit probleem en uw antwoord erop.
Allereerst schrijf ik graag dat ik uw adviezen steeds met instemming lees. Al verkeer ik weinig
meer "onder de mensen".
Ik heb namelijk dezelfde ervaring als deze vrouw. Al met ongeveer 11 jaar had ik de ervaring dat
terwijl ik op de bus wachtend een schoolgenootje aan zag komen lopen, ik met blijdschap naar haar
keek totdat ze dichtbij genoeg zou zijn gekomen om haar te kunnen groeten. Maar dat was nauwelijks
gebeurd of zij antwoordde : wat kijk je chagrijnig! En dit speelt in de jaren zestig, dus ruim
voor Ik zeg wat ik denk.
Ik kan u niet vertellen hoe pijn deze reactie mij deed, en hoe onzeker ik daarna ben geworden over
hoe ik overkom op mensen. Ik heb daarna gelukkig nog wel een leven met "man en kinderen" meegemaakt,
dus ik ben niet verbitterd dat het leven zoveel leuker had kunnen zijn als..... Maar nu, na een
verhuizing en helemaal op mezelf terug geworpen, doet hetzelfde probleem zich weer voor en leidt
tot allerlei nare ervaringen. Juist nu nieuwe kennismakingen (die op deze leeftijd toch al weinig
meer voor de hand liggen) toch beginnen met een eerste indruk, ben ik doorlopend in het nadeel,
ook al heb ik dan nog zo'n vriendelijke lach tot mijn beschikking.
Daarmee zeg ik niet dat uw antwoord onvolledig of onjuist is, het valt buiten het kader van uw
rubriek, maar ik wilde toch een keer mijn hart luchten. En het ware te wensen dat er naar aanleiding
van Van buiten nors toch nog wat meer aandacht gegeven zou worden aan dit probleem (dat volgens
mij nog heel veel meer mensen het leven zuur maakt) zodat een inventieve geest misschien een praktische
oplossing aan gaat dragen. Een beroemdheid bijvoorbeeld, die over een tante vertelt met dit probleem
en die dan voorstelt dat je met een .....speldje op aangeeft dat...... (of een betere suggestie).
Bedankt in elk geval voor uw aandacht.
Yvonne J.
De jongen heeft, zoals alle mensen in de wereld een vader en een moeder. De helft van zijn genen
komen van zijn vader, de andere helft van zijn moeder. Die biologische waarheid is niet te veranderen,
door het wijzigen van leefpatronen, ook al zou men dat graag willen. Wil je je tuin volplanten
met bomen die je met de takken in de grond plant en de wortels in de lucht, heb je weinig kans
van succes. Hoe graag je dat ook zou willen.
Deze jongen woont bij zijn moeder, zijn vader is onbekend (?), en de vriendin van zijn moeder noemt
hij zijn tante. Een heel intelligente oplossing van dat ventje.
Gonda
Uw reactie op deze
vraag is mij uit het hart gegrepen!
Mijn eigen ervaring:
In 1946 is mijn moeder uit ons leven verdwenen. Niet meer bereikbaar. De buurt reageerde met het
naar huis roepen van eigen kinderen, als mijn broertje en ik (7 en 4 jaar) buiten wilden spelen.
Mijn vader is toen zo verstandig geweest om met ons naar een ander deel van de stad te verhuizen.
Met ons maakte hij een afspraak: "We zeggen gewoon, dat mama dood is. Alleen wij drietjes kennen
het geheim". Wij waren trots op dat geheim, een soort samenzwering, die ons heel speciaal met
elkaar verbond. En het werkte. Niets meer om je voor te schamen en heel dicht bij elkaar. Jarenlang
hebben wij dit volgehouden, tot we oud genoeg waren om er in eerlijkheid mee om te gaan. En voor
mijn vader: "chapeau".
In de 70er jaren heeft men nog geprobeerd ons een jeugdtrauma aan te praten. Tevergeefs, we waren
en zijn zó sterk!
Laat dat jochie van 10 toch lekker praten over zijn tante! Het zal nog heel wat jaren duren,voordat
hij zelf zijn houding kan bepalen over de gezinsomstandigheden, waar hij nooit voor gekozen heeft.
Het gaat hier niet om het ego van de moeder!!!!! Zij heeft meer dan tien jaar geleden beslist om
een mensje op de wereld te zetten. Het is aan haar om voor haar zoon een harmonieuze wereld te
creëren
in de jaren, dat hij bij haar en haar partner opgroeit. En om voor die jongen een pakketje van
waarden samen te stellen, waarmee hij later opgewekt de wereld in kan.
Leontien G.
Hierbij wil ik reageren op uw reactie "mama is lesbisch"; grotendeels kan ik met u meegaan. Maar dan schrijft u “ uw zoon moet leren dat feit accepteren . Hij moet niets accepteren, wel zijn moeder respecteren als moeder, als mens.
Hij is ongevraagd twee moeders opgedrongen en waar blijft de rechten van het kind, waar wij vandaag zo de mond van vol hebben.
Is een van de rechten niet, dat het kind een mama EN een papa mag hebben; dat is toch een natuurlijk referentiekader .
Ik zal nooit beweren dat twee vaders of twee moeders het slechter zullen doen , in tegendeel zelfs, ik heb zo het idee , dat er voordelen aan verbonden zijn. Mij gaat het om de rechten van het kind.
Ik praat uit ervaring; ondanks dat ik homoseksueel ben heeft mijn vrouw bewust voor mij gekozen en wij kregen 2 kinderen. Toen mijn zoontje 6 jaar was [ een week na zijn 10e teruggehaald door de Schepper] vertelde mijn vrouw in kindertrant over zijn moeder en mij. Zijn reactie was: wat ben ik blij dat jullie van elkaar houden en dat ik er ben…..! “ Negentien jaar ben ik mijn vrouw trouw gebleven, toen werd ook zij door de Schepper thuisgehaald . Inmiddels leef ik heel gelukkig samen met een man ,een goede en gelovige man ; mijn dochter is stapel op hem. En tegen mij zegt zij altijd : “liever een homo papa , dan geen papa; maar je bent wel mijn echte papa!
Als een kind op latere leeftijd geadopteerd wordt of in een pleeggezin wordt opgenomen en dit kind kiest bewust voor twee vaders of twee moeders, is dat een duidelijke eigen keuze en dus m.i. geen probleem.
F. v. C.
