Beste Beatrijs,
Mijn vriendin en ik wonen in een mooie straat in Amsterdam-Zuid, waar je
moet betalen om je auto te kunnen parkeren. We hebben verschil van mening
over de vraag wie er moet opdraaien voor de parkeerkosten van onze gasten:
zijzelf, of wij als gastvrouw en -heer. Mijn vriendin betrekt de stelling:
onze gastvrijheid begint bij de voordeur. Wij betalen toch ook niet, zo
redeneert zij, voor de benzinekosten van onze visite, of voor het
treinkaartje en/of strippenkaart van het bezoek dat per openbaar vervoer
naar ons toekomt?
Ik sta op het standpunt dat wij onze bezoekers niet hoeven te laten boeten
voor het feit dat wij ervoor gekozen hebben in een van de gewilde buurten
van Amsterdam te gaan wonen, waar de parkeertarieven pittig zijn. Ze kunnen
me trouwens nauwelijks pittig genoeg zijn, want dankzij het parkeerbeheer is
de overlast teruggedrongen en kunnen wij onze kampeerauto (we hebben geen
gewone auto) in de zomer makkelijk voor de deur kwijt.
We hebben een wat lafhartig compromis gevonden: op een kastje in de hal van
onze woning staat een potje met euro-muntstukken voor de parkeermeter,
waaruit onze gasten naar believen kunnen putten. Maar het is lafhartig omdat
onze goede vrienden die regelmatig over de vloer komen er geen gebruik van
wensen te maken – ik denk uit beleefdheid - tenzij om te wisselen, terwijl
de incidentele bezoekers er pas na binnenkomst, als ze zelf de
parkeerautomaat al gevoed hebben, achterkomen dat wij zo’n potje hebben.
Wilt u in deze principiële zaak een uitspraak doen?
Wie vult de parkeerautomaat?
Beste Wie vult,
Uw vriendin heeft gelijk met haar
strippenkaart/treinkaartje/benzine-analogie. U bent uw vrienden en
familieleden niets verplicht in de kosten die zij maken om van uw
gastvrijheid te genieten. Als zij, op weg naar u toe, een boete oplopen
wegens te hard rijden is dat niet uw verantwoordelijkheid. Als u in Parijs
zou wonen, en enkele vrienden namen de TGV om bij u te komen logeren, dan
begint uw gastvrijheid ook bij de voordeur. Er is geen verschil. Dat potje
bij de voordeur is wel handig. Mensen hebben vaak niet genoeg kleingeld bij
zich. Het siert u dat u deze munten dan uitdeelt en geen briefjes retour
wilt. Dat valt onder ‘hartelijkheid die onder vrienden gebruikelijk is’.
Maar alleen als ze erom vragen - niet bij wijze van standaardkorting op de
bezoekerskosten (zoals je in sommige winkelcentra je parkeerkaart van de
garage kunt laten afstempelen nadat je een bon van een net gedane aankoop
hebt overlegd, zodat je geen parkeergeld hoeft te betalen).
Die enorme uitzichtbeperkende en lichtopslorpende kampeerauto voor de deur
trouwens, klagen de parterre-wonende buren daar niet over?
