| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
Beste Beatrijs,
Op mijn afdeling werk ik (vrouw van 29) samen met onder anderen twee mannelijke collega’s die ongeveer
dertig jaar ouder zijn dan ik. Het afgelopen jaar ging dat heel plezierig en ik ben op allebei zeer gesteld.
We gaan zelfs af en toe samen uit eten. En we zijn alle drie zonder partner. Maar de laatste tijd worden
ze wel erg amicaal. Ze slaan een arm om mijn schouder op een manier die ik net niet leuk vind en ze maken
dubbelzinnige opmerkingen. Omdat ik hen allebei aardig vind en ze dezelfde leeftijd hebben als mijn vader,
vind ik het moeilijk om er wat van te zeggen, maar het zit me niet lekker. Hoe voorkom ik dat de plezierige
werksfeer verpest wordt voor ons allemaal?
Collega’s komen te dichtbij
Beste Collega’s komen,
U moet wat meer afstand inbouwen. Prettig omgaan met collega’s is één ding,
maar het is niet raadzaam om uw vrije tijd met hen door te brengen. Zeker niet als ze zo oud
zijn als uw vader. Voor een vrouw van nog geen 30 lijkt dat een wat armoedige vrijetijdsbesteding.
Houd op met die gezamenlijke etentjes en zoek andere vrienden/vriendinnen om mee uit te gaan,
bij voorkeur leeftijdgenoten. Aanrakingen en dubbelzinnigheden horen niet op het werk plaats
te vinden. Dat is gedrag voor in het café. Op het werk kunnen mensen toch echt beter sekseneutraal
met elkaar omgaan. Onder vrienden kan men elkaar aanraken (hoewel ook niet iedereen daar dol
op is) en dubbelzinnige grappen maken, omdat vrienden doorgaans elkaars gevoel voor humor delen.
Maar op het werk kan er zomaar iemand worden gekwetst of beledigd. Wees duidelijk in het afbakenen
van uw grenzen, zowel in fysiek als in geestelijk opzicht. Daar zijn zowel uw collega’s
als uzelf mee gebaat. Zeg dus vriendelijk: ‘Ik wil liever niet dat je een arm om mijn schouder
legt.’ En: ‘Sorry, ik vind dat niet zo grappig, zullen we weer aan het werk gaan?’ of
woorden van gelijke strekking. Duw de omgang met deze twee kordaat terug naar een zakelijke bedding.
Mensen hoeven niet als koude kikkers op het werk rond te lopen, maar in de brede grenszone tussen
al te formeel en al te intiem is het aan de vriendelijk-zakelijke kant beduidend prettiger en
rustiger toeven. Leun dus die richting op.
Beste Beatrijs,
Onlangs heb ik iets persoonlijk ingrijpends meegemaakt. Een aantal collega’s heb ik verteld
wat er aan de hand is. Ik werk op een afdeling met acht collega’s. Een paar van hen zijn
evangelisch christelijk en bestoken mij nu met goedbedoelde maar slechtvallende adviezen. Volgens
hen moet ik mijn probleem en de heftige gevoelens loslaten en aan de Heer overlaten. Ze bidden
voor mij en hebben zelfs voor mij een evangelisch lied gezongen op het werk. Hun ongetwijfeld
goed bedoelde adviezen ervaar ik als het wegwuiven van mijn probleem en het niet serieus nemen
van mijn gevoelens. Hoe maak ik hen duidelijk dat ik hun meeleven op prijs stel, maar dat
de manier waarop mij vreselijk tegen de borst stuit?
Pastorale collega’s
Beste Pastorale,
Ik kan het niet genoeg benadrukken: kijk uit met het bespreken van persoonlijke problemen op
het werk! Doe dit zo min mogelijk. Niet collega’s, maar vrienden en vriendinnen zijn
degenen met wie u uw persoonlijke leven moet doornemen. Collega’s zijn aardig (als u
geluk hebt), u kunt er mee lachen (soms) en u kunt er goed mee samenwerken (dat is het belangrijkste),
maar het zijn zelden of nooit uw intieme vrienden.
Uw vrienden kennen u. Zij zouden u nooit bestoken met goedbedoelde adviezen over de Heer en ze
zouden zeker niet hardop evangelische liederen voor u gaan zingen. Uw vrienden zouden naar u
luisteren en dingen zeggen, waardoor u getroost of misschien wel een beetje geholpen wordt. Dat
kunt u allemaal niet van collega’s verwachten. Dus wat krijg je dan? Ze gaan u helpen en
troosten op de manier waarvan zij denken dat het goed is. Er valt hen niets te verwijten. U hebt
er zelf om gevraagd! Vertel hen, als ze weer aanstalten maken in gezang uit te barsten, dat u
het vreselijk aardig vindt, maar dat het niet meer hoeft omdat u zich stukken beter voelt (ook
al is dat niet waar) en dat u vindt dat iedereen maar beter weer hard aan het werk kan gaan.
Neem u vervolgens voor om uw privéleven privé te houden en u op het werk te bepalen
tot uw werk.
Beste Beatrijs,
Ik leid als gescheiden, alleenstaande vrouw met twee kinderen een ander
leven dan mijn meeste collega’s. Lastig is de omgang met de mannelijke
collega’s. Sommigen zijn ook alleenstaand. Als ze met mij praten,
schieten de hormonen door hun lijf, dat is te zien.
Ik krijg het gevoel loslopend wild te zijn. Hoe ga ik hier mee om? Net
doen alsof ik het niet zie? Een beetje vals of assertief reageren helpt
niet. Ik wil wel vrienden hebben, maar geen (seksuele) relatie want dat
past niet in mijn toekomstplannen. Ik wil mijn collega’s ook niet
ontlopen want vroeg of laat zijn er toch zaken die je gezamenlijk moet
afhandelen. Weet u een elegante vriendelijke oplossing?
Prooi van collega’s
Beste prooi,
Het is me niet echt duidelijk waar u last van hebt. U schrijft over
mannelijke collega's bij wie de hormonen door het lijf schieten. Maar wat
doen ze dan precies? Loeren ze naar u? Maken ze seksuele toespelingen?
Kleden ze u met de ogen uit? Doen ze aan ongewenste intimiteiten? Zitten
ze aan u? Geven ze u complimentjes? Nodigen ze u uit voor een romantisch
etentje? Vragen ze u mee naar de film? Dit zijn nogal verschillende
gedragingen, die ook verschillende reacties verdienen.
Bij handtastelijkheden kunt u gaan gillen. Dat schrikt meestal wel af.
Geflirt of gefluit negeert u door u om te draaien of dwars door iemand
heen te kijken. Op ongewenste complimentjes reageert u zonder glimlach met
een koel 'Dank je’. Doet iemand u een voorstel (eerbaar of oneerbaar),
dan zegt u: 'Nee, dank je, daar voel ik niets voor.’ Een zakelijke
opstelling werkt doorgaans dempend op hitsigheid. Ambtelijke types nodigen
niet uit tot hofmakerij. En hoe geconcentreerder u zich met uw werk
bezighoudt, hoe minder de afleidingen tot u door zullen dringen.
Leugenachtige collega
Beste Beatrijs,
Ik reis per trein naar mijn werk en ’s avonds weer terug. Dit kost mij
met de wandeling van station naar kantoor meegerekend twee maal drie
kwartier per dag. Ik geef de voorkeur aan de trein boven de auto, omdat ik
de reistijd op die manier nog een beetje nuttig kan besteden. Nu komt er
vaak een collega naast me zitten die tegen me aan begint te kwekken. Ik
vind twee maal drie kwartier per dag sociaal doen met iemand op wie ik
toch al niet dol ben, een te zware belasting. Hoe kom ik op een beleefde
manier onder haar uit?
Geen gezelligheidsdier
Beste Geen,
U brengt precies onder woorden waarom het nooit iets zal worden met het
door de overheid immer gepropageerde carpoolen. Het kantoor dringt dan met
z’n tentakels van slappe humor en eeuwige roddels ook de privétijd
binnen en de meeste mensen vinden dat onverteerbaar. U kunt tegenover uw
collega een ontmoedigingsbeleid voeren door minimaal te reageren op haar
conversatiepogingen en voortdurend een krant of belangrijke papieren bij
de hand te hebben, waarin u zit te turen met een pen in aanslag. Als deze
fysieke barrière haar niet afschrikt, zegt u: ‘Sorry voor de
ongezelligheid, maar het wordt/was zo druk vandaag dat ik even wat rust
nodig heb, anders draai ik helemaal door’. En vervolgens sluit u de ogen
voor een gefingeerd dutje.
