| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
Beste Beatrijs,
Onze familie vierde onlangs oma’s verjaardag met een gezellig dagje: ’s middags naar de bioscoop, daarna samen eten. Alle kinderen en kleinkinderen waren er. Mijn zus is mij heel dierbaar en haar man ook. Schatten van mensen. Maar wat een ongelooflijk onbeschofte kinderen hebben ze! Ik had de pech tegenover hen te zitten en heb echt geen leuke avond gehad. Eten uitspugen, schreeuwen, ruziemaken, de schaal frites werd geconfisceerd, mijn glas wijn werd door hen leeggedronken, cadeaus waar niet voor bedankt wordt. Ik heb eerder meegemaakt dat een cadeautje voor mijn ogen door hen in de vuilnisbak werden gegooid met de mededeling ‘Boeit me niet’ en ‘Tien euro, is dat alles?’ Mijn zus en haar man lijken dit helemaal niet in de gaten te hebben. Mijn neefje van acht zei het zelf: ‘Ik kan alles doen waar ik zin in heb.’ Ik heb hier zo genoeg van, maar ik wil me niet met de opvoeding van anderen bemoeien.
Tabak van brutale kinderen
Beste Tabak van,
Doorgaans raad ik mensen af om zich kritisch uit te laten over de kinderopvoeding van vrienden of familie, omdat je voor je het weet slaande ruzie en een jarenlange vete hebt. In dit geval zie ik wel wat aanknopingspunten voor een gesprek, omdat u niet alleen toeschouwer maar ook slachtoffer bent. Bovendien staat u op goede voet met uw zus, dus moet de relatie tegen een stootje kunnen.
Het moet wel een gesprek onder vier ogen zijn. Dus niet met uw man of haar man erbij, want dan wordt het meteen een aanval. U en uw zus alleen, dat is de beste opzet. Breng het onderwerp ter sprake als iets wat u dwarszit. Formuleer uw klacht over haar kinderen als een hulpvraag. De rode draad moet zijn dat u ‘niet boos maar verdrietig’ bent. Zeg dat u het u pijn doet, wanneer haar kinderen uw cadeau in de vuilnisbak gooien waar u bijstaat, of wanneer ze uw glas wijn opdrinken, of wanneer ze de friet van de hele tafel voor zichzelf houden. Zeg dat het schatten van kinderen zijn, maar dat u niet goed weet hoe u hiermee om kunt gaan. Vraag haar wat hier aan te doen zou kunnen zijn. Vraag haar of ze zelf wel eens last heeft van haar kinderen. Als u het gesprek op een open, niet-beschuldigende toon voert, hebt u de meeste kans dat uw zus uw woorden tot zich door laat dringen. De boodschap moet zijn (maar leg het er vooral niet te dik bovenop!) dat niet alleen uzelf maar waarschijnlijk ook allerlei andere mensen geen waardering hebben voor hoe deze kinderen zich gedragen. Als zij dit oppikt en niet reflexmatig in de verdediging schiet, kan het gesprek vervolgens gaan over hoe ouders dit kunnen corrigeren. Want dat kunnen ouders best - een kwestie van duidelijker regels stellen.
Zolang u geen agressief-verongelijkte toon laat doorklinken en u beperkt tot een persoonlijk gevoelde klacht, zal uw zus zich niet aangevallen voelen. Zo’n gesprek blijft altijd een mijnenveld en u moet uw woorden zorgvuldig kiezen, maar het is wel belangrijk dat u het aangaat. Als u het laat zitten, met het idee ‘ik wil geen gedoe en ze moet het zelf maar uitzoeken’, dan laat u haar en haar kinderen in de steek. Wordt uw zus ondanks uw voorzorg toch boos, dan hebt u in ieder geval uw best gedaan.
Beste Beatrijs,
Laatst werd ik (vrouw van middelbare leeftijd) in de supermarkt geconfronteerd met een bijzonder
staaltje van niet-opvoeden. Moeder (type broekrok, parelketting) had drie jonge kinderen
bij zich. Het oudste kind, hooguit vijf, trok zijn jongere broertje al gillend en krijsend
op zijn knietjes over de supermarktvloer. Bij de betaalpaal aangekomen stond ik tegenover
dit gezin. Terwijl ik sta af te rekenen, word ik door de oudste snottebel tot drie keer toe
uitgemaakt voor ’stoute mevrouw’. Moeder stond erbij en keek ernaar. Ik bedoel:
zij liet haar irritante zoontje z’n gang gaan. Mijn reactie was: ’Ik stout? Ik
vind jou behoorlijk stout, omdat je dat zomaar zegt.’ Die reactie was uiteraard bedoeld
om moeder op haar plaats te zetten. Achteraf vind ik het jammer dat ik niet rechtstreeks
tegen die mevrouw heb gezegd dat het erg onbeleefd was om haar kind niet tot de orde te roepen.
Had ik dit moeten doen of was mijn indirecte sneer voldoende?
Moeder voedt niet op
Moeder voedt niet,
Een onbekende in de supermarkt kan weinig tot niets ondernemen tegen een astrant kind in gezelschap
van z’n moeder. Mama is toch echt de enige die op zo’n moment kan en moet ingrijpen.
Kennelijk is die moeder murw geraakt door haar eigen opvoedingsonmacht en is ze onhebbelijk
gedrag van haar kinderen normaal gaan vinden. Hoe dan ook, het heeft geen zin om uw gram
op de kleine te halen via z’n moeder. Haar rechtstreeks aanspreken op het gedrag van
haar kind zal niet helpen. Ze zal woedend worden dat u het waagt iets van haar bloedjes van
kinderen te zeggen, en nog woedender omdat u haarzelf ook terechtwijst. Zware ironie is verleidelijk
in zo’n situatie. U zegt tegen de moeder: ’Ach, wat hebt u toch een beleefd en
welopgevoed kind.’ Ook dit zal zij u niet in dank afnemen. Elke corrigerende opmerking
leidt onontkoombaar tot uitingen als ’Waar bemoeit u zich mee?!’ Verloren moeite
voor een incidentje van niks. U kunt beter uw schouders ophalen en het brutaaltje stiekem
uw tanden laten zien in een onwaarachtige Bokito-achtige grijns. Met een beetje geluk wordt
de kleine daardoor geïntimideerd.
Beste Beatrijs,
Binnenkort verlaat ik mijn ouderlijk huis en ga zelfstandig wonen. Ik heb
vier nichtjes en neefjes (kinderen van mijn oudere broer en zuster) in de
leeftijd van zeven tot twaalf jaar. Deze kinderen kunnen niet normaal op
de bank of in een stoel zitten als zij bij oma op bezoek zijn. Ze hangen
in het meubilair en zetten hun voeten op de banken op tafel. Dit ergert
mij, vooral omdat hun ouders er niets van zeggen. Thuis mogen de kinderen
alles. Dat betekent toch niet dat ze zich bij een ander niet hoeven te
gedragen? De ouders zijn erg gevoelig als het om hun kinderen gaat. Je
kunt er niets van zeggen zonder dat er over en weer irritatie ontstaat. De
kinderen zijn erg verwend en willen vaak niet spelen.
Nu ga ik straks in mijn nieuwe huis wonen met nieuw chique meubilair. Ook
al zullen ze niet zo vaak komen, ik wil niet dat de kinderen met hun
voeten op de bank gaan zitten of mijn stoelen molesteren. Hoe kan ik dit
in goede banen leiden?
Beducht voor vernielzucht
Beste Beducht voor,
Iedereen is baas in eigen huis. Dat is een vanzelfsprekendheid, waar ook
ouders van onopgevoede kinderen zich bij moeten neerleggen. U stelt dus de
regels in uw eigen huis, vanaf dag één dat u er woont en bezoek
ontvangt. Een handige voor kinderen is dat ze hun schoenen uit moeten
doen, zodra ze binnenkomen. Dat scheelt alvast. Vervolgens corrigeert u
hen, zodra ze over de schreef gaan. Dus niet met de voeten op de bank,
niet erop springen, het meubilair met rust laten, enzovoort. Kinderen van
7 tot 12 zijn oud genoeg om rechtstreeks aan te spreken. Dat hoeft niet
via de ouders te gebeuren. U deelt duidelijk mee hoe u het hebben wilt op
een vriendelijke manier, zonder te blaffen. Kijk niet hulpzoekend naar hun
ouders, want van hen kunt u blijkbaar geen bijval verwachten. Richt u
uitsluitend tot de kinderen zelf, als ze iets doen wat u niet bevalt. Haal
verder wat spelletjes en strips voor hen in huis, zodat zij zich kunnen
amuseren, terwijl de volwassenen met elkaar praten.
Beste Beatrijs,
Ik heb twee zoontjes van vier en acht jaar oud, die allebei sociaal en
prettig in de omgang zijn. Onze kinderen spreken graag af met vriendjes na
schooltijd. Ook komen er vaak buurkinderen binnenlopen om te spelen. Ik
ben vrij geduldig en kan veel hebben met kinderen, maar soms gedragen die
kinderen zich ronduit irritant. Een voorbeeld: een vriendje mag van mij
wat slagroom op een plakje cake spuiten. Kind spuit vervolgens de halve
spuit leeg, schuift het bord terug en zegt: ‘ik lust die troep niet’.
Of hij gaat hardhandig met de cavia om en als ik dat verbied, vraagt hij:
‘waarom niet?’ Of het kind krijgt een schoteltje met lekkers en spuugt
er vervolgens overheen of snuit het vol met snot. Ook veelvuldig gezeur om
snoep en chips ergert me mateloos. Ik word er erg moe van om in mijn eigen
huis politieagent te moeten spelen, maar gun mijn kinderen hun vriendjes.
Wat ik zo opvallend vind is dat ouders dit soort zaken bagatelliseren. ‘Hij
is gewoon druk’ of ‘hij heeft het zo moeilijk met onze scheiding’
zeggen ze, als ik me in bedekte bewoordingen beklaag. Is het overdreven om
te verlangen dat kinderen zich in mijn huis prettig gedragen? Moet ik een
veto uitspreken over bepaalde kinderen of moet ik maar op mijn tanden
bijten?
Politieagent tegen wil en dank
Beste Politieagent,
Nee, u moet zeker niet op uw tanden bijten, als vriendjes van uw kinderen
zich misdragen in uw huis. U moet dan kordaat ingrijpen. En al veel eerder
dan u nu doet, denk ik. Als een kind met slagroom gaat spuiten, moet u het
onmiddellijk afpakken, met de woorden ‘Zo doen wij dat hier niet’
(tegen een achtjarige) of ‘Dat mag niet’ (tegen een vierjarige).
Kinderen die eerst iets wel willen en het vervolgens ‘niet lusten’worden
niet gedwongen het toch op te eten, maar krijgen eenvoudig verder niets
meer. Ondergespuugd voedsel wordt zonder commentaar weggegooid, maar in
geen geval krijgt het kind iets anders. Schoteltjes lekkers lijken me
trouwens überhaupt teveel van het goede, net zoals plakken cake mét
slagroom - dat is toch meer iets voor een verjaardag? Een belangrijk
probleem in deze tijd is dat jonge kinderen worden overvoerd met snoep,
vruchtensap en frisdrank (leidt allemaal tot vetzucht). Als kinderen gaan
spelen met eten is dat ook vaak een teken dat er teveel is. Deel liever
één snoepje of koekje uit dan een heel schoteltje.
Zeuren om snoep of chips pareert u met: ‘Nee, daar is het nu geen tijd
voor.’ Op waarom-vragen antwoordt u: ‘Daarom niet.’ Of u herhaalt
het antwoord: ‘Omdat het daar geen tijd voor is’.
Een cavia moet onmiddellijk uit mishandelende kinderhanden worden gered. U
zegt erbij: ‘Niet doen! Dan heeft de cavia pijn!’ Dat is meteen ook
het antwoord op de vraag waarom het kind de cavia niet mag mishandelen.
Het heeft geen zin om ouders van deze kinderen te wijzen op
onbeleefd/onprettig gedrag van hun kroost. De meeste ouders kunnen geen
kritiek op hun lieve bloedjes van kinderen verdragen en zullen zich van de
weeromstuit aan u ergeren, in plaats van hun kinderen beter op te voeden.
Bovendien zullen veel ouders niet begrijpen waar u het over hebt, want zij
vinden dit gedrag van hun kinderen vaak volstrekt normaal. Spreek geen
veto uit over vriendjes van uw kinderen (tenzij er sprake is van
aanhoudend onacceptabel gedrag, maar dan vinden uw kinderen het
waarschijnlijk ook niet meer leuk om met ze om te gaan). Handhaaf gewoon
de regels in uw huis. Op een vriendelijke, zakelijke, lik-op-stuk-manier.
Als ze uit zichzelf de tv aanzetten, terwijl u daar andere tijden voor
aanhoudt, dan zet u hem onmiddellijk uit en zegt: ‘Daar is het nu geen
tijd voor, ga maar wat anders spelen’. Als een politie-agent inderdaad,
er zit niets anders op.
Wees steeds duidelijk, stel de grenzen vast en ga nooit in op
waarom-vragen of andere discussie-uitnodigingen. Meestal leggen kinderen
zich daar vlot bij neer, want zij begrijpen heel goed dat het niet in elk
huis hetzelfde toegaat.
Beste Beatrijs,
Mijn zoontje van acht heeft in de buurt slechts één vriendje, ‘Kees’,
met wie hij buiten kan spelen, zonder dat er afspraken zijn gemaakt.
Andere vriendjes wonen te ver weg. Het probleem is dat dit jongetje een
uiterst onrustig ventje is, dat nauwelijks kan stilzitten en bij het
spelen altijd acties onderneemt die wij niet goedkeuren: aan auto’s
zitten, harde boomvruchten naar voorbijgangers gooien, bij mensen naar
binnen loeren, enzovoort.
Mijn zoon laat zich eigenlijk een beetje meeslepen bij die acties. Een
extra complicatie is dat de moeder van Kees mijn liefste vriendin is. Zij
en haar man nemen het gedrag van hun kind absoluut niet zwaar op. Ik vind
dat de jongens ‘gewoon’ moeten spelen, maar ik wil ook onze
vriendschap niet op het spel zetten.
Hoe krijg ik Pietje Bell op het rechte pad?
Beste Hoe krijg ik,
Kees houdt van kattenkwaad en daarin staat hij als achtjarig jongetje niet
alleen. Het is heerlijk om vrij buiten te spelen, maar veel activiteiten
die op jongetjes een grote aantrekkingskracht uitoefenen hebben zo hun
bezwaren. Spijtig voor de kinderen, maar dat moeten ze dan maar leren.
Auto’s zijn heilige koeien, dus daar moeten ze van afblijven, op straffe
van woedende eigenaars. Buurtbewoners beloeren en besluipen kan als
onderdeel van een spel nog wel door de vingers worden gezien, al kan ook
dit te ver gaan, maar voorbijgangers bekogelen kan natuurlijk niet. Dat
moet u gewoon verbieden. We willen niet dat er gewonden vallen. Verbied de
activiteiten die u over de schreef vindt gaan, waarbij de geschatte
irritatiefactor voor de buurtgenoten de doorslag moet geven. Belletje
trekken is erger dan met waterpistolen op geparkeerde auto’s spuiten.
Niet mikken met water of objecten op bewegende doelen kan een grondregel
zijn. Verhoog eventueel tijdelijk uw supervisie door af en toe te
controleren wat ze uitspoken in de buurt. Overleg met uw vriendin van
tevoren is niet nodig. Incidenten kunt u beter achteraf bespreken. Als
Kees zegt: ‘Maar van mijn moeder mag het wel,’ dan zegt u: ‘Dat
zullen we nog wel eens zien. Van mij mag het niet, en dus gebeurt het
niet.’
