Beste Beatrijs,
Al weer enige tijd terug kreeg ik een nieuwe baan. Op de
afdeling werd ik door mijn verse collega's met warmte onthaald. Zelfs zo warm dat mijn
naam vrijwel meteen op de verjaardagskalender werd ingevuld. O jee, dacht ik, nu moet ik
eraan geloven. Aan opzitten en pootjes geven. En niet alleen
op mijn eigen verjaardag, maar die van elk ander. Ook die van andere afdelingen. Zit je te
werken, kijkt een collega op haar horloge en zegt: 'O, we moeten naar beneden. Daar is
gebak, want die en die is jarig.'
Ik vind het een bezoeking (en ben telkens opgelucht wanneer men mijn
verjaardag over het hoofd heeft gezien), maar ik breng het op aan het circus mee te doen,
omdat ik anders uit de groep gestoten word. Is aan dit probleem te ontkomen zonder
rotsmoezen op te hoeven dissen?
Dank u, geen taart
Beste Dank u,
Het is mij een raadsel hoe u er telkens weer in slaagt uw verjaardag onopgemerkt te
laten passeren in een bedrijf waar kennelijk de terreur van de verjaardagskalender heerst.
Tegelijk doet u zich wel te goed aan de traktaties van andere feestvarkens, zelfs als die
niet op uw eigen afdeling huizen! In het café heet zo iemand een rondjesduiker en die
personen zijn niet geliefd. Het moet natuurlijk andersom. Op uw eigen verjaardag gooit u
er ƒ 25,- tegenaan en laat op ruime schaal delen in de lekkernijen. Op verjaardagen van
anderen volstaat u met een hartelijke gelukwens. Niemand is verplicht tot
taartafname.
Als een beroep op drukke werkzaamheden niet voldoet om de al te frequente gezelligheid te
ontlopen, brengt u het slanke-lijn-argument in stelling. In deze vette tijden oogst dat
altijd respect.
