Beste Beatrijs,
Ik ben een vrouw van 66, redelijk welbespraakt en vervul nog allerlei functies. Hoewel mijn dagen welbesteed
zijn en ik prima tevreden ben met hoe ik mijn leven vormgeef, denken anderen daar anders over. Ik krijg
heel vaak van verschillende kanten ongevraagd advies: vanaf hoe ik een kwast moet vasthouden, telefoneren,
zitten, in een auto schakelen, boodschappen dragen tot en met hoe ik levensvragen filosofisch moet
bekijken. Blijkbaar is er veel fout met mij. Ik word behoorlijk narrig van die adviezen. Als ik zeg
dat ik geen prijs stel op kritiek, krijg ik het nog extra voor mijn kiezen: ik moet dat anders bekijken,
hun opmerkingen zijn immers goedbedoeld en getuigen van betrokkenheid. Als ik volhard, krijg ik te
horen dat ik lange tenen heb en dat men wel heel voorzichtig met mij moet omspringen.
Maar in elke suggestie voor verbetering schuilt de gedachte dat de spreker meer verstand van zaken heeft
dan degene die verbeterd wordt. Ik vind dat aanmatigend. Wanneer ik advies nodig heb zal ik niet nalaten
dat te vragen en in andere gevallen ben ik tevreden met mijn eigen aanpak. Zelf zal ik een ander niet
snel voorhouden dat hij het verkeerd aanpakt.
Last van bemoeizucht
Beste Last van,
Uit uw relaas kan ik maar één ding concluderen: u hebt de verkeerde vrienden (familie?).
Normaal gesproken bemoeien mensen zich niet zo indringend met het doen en laten van anderen.
De voorbeelden die u geeft zijn heel eigenaardig. Kwasten vasthouden? Zitten? Boodschappen dragen?
Wat kan het iemand schelen?! Het filosofisch bekijken van levensvragen valt daarbuiten. Deze
kwesties lenen zich voor een serieuze gedachtenwisseling, waarbij gespreksgenoten hun eigen
visie geven en van mening kunnen verschillen. Maar ook dan is het niet de bedoeling dat de een
het beter weet dan de ander en hem de les leest. Vrienden en bekenden laten elkaar in hun waarde.
Tegenstribbelen van uw kant helpt kennelijk niet. In dat geval moet u meeveren. U zegt: ‘Dank
voor de tip’ en u gaat gewoon door met uw bezigheden op de manier zoals u het gewend bent.
Ga er verder niet op in, maar geef een non sequitur: begin over iets totaal anders wat er niets
mee te maken heeft. De capriolen van uw kat bijvoorbeeld of het haarstukje van de buurman.
Bovenkant pagina
© Beatrijs Ritsema 2000-2008
