Beste Beatrijs,
Ongeveer twintig jaar geleden gaf ik mijn schoonouders
een antiek petit pointstoeltje dat nog van mijn oma was geweest. We wilden destijds ons
huis met strakke meubels inrichten. Ik was jong en besefte de emotionele waarde van
familiestukken nog niet. Jaren later, na een langdurig verblijf in het buitenland,
betrokken we een ander huis en bekroop mij heimwee naar omas stoeltje. Het stond bij
mijn schoonouders op de overloop als sierstoeltje, terwijl ik het nu echt kon gebruiken.
Om het terug te vragen vond ik echter te ver gaan, dus ik dacht: ach, het komt wel weer
bij ons terug, als ze ooit kleiner gaan wonen.
Een paar jaar later gingen we op bezoek bij mijn mans zuster en zwager en zagen daar het
bewuste stoeltje staan, bekleed met een goedkoop wittig stofje. Mijn schoonzuster had het
met de buurvrouw gerestaureerd, vertelde ze trots. Ik zei dat ik het vervelend vond dat
mijn schoonouders zon duur stoeltje zomaar aan een derde hadden gegeven, zonder mij
daarin te kennen. Mijn zwager bood royaal aan dat ik het wel van hem mocht kopen. Toen ik
mijn schoonouders erop aansprak, reageerden ze vrij bot met eens gegeven, blijft
gegeven. Al met al voel ik me niet netjes behandeld. Heb ik gelijk?
Achter het net gevist
U heeft iets weggegeven en daar kreeg u later spijt van. De vraag is of uw
schoonfamilie zich op enig moment in deze twintigjarige stoeltjes-geschiedenis laakbaar
heeft opgesteld. Mensen zijn wispelturig in hun gehechtheden. De regel eens gegeven,
blijft gegeven is nu net bedoeld om ruzie te voorkomen. Wie spontaan een schilderij,
een schemerlamp of een petit pointstoeltje uit eigen bezit weggeeft aan een ander, stelt
er kennelijk zelf geen prijs op. Het lijkt me heel aannemelijk dat uw schoonouders hiervan
uitgingen, temeer omdat u later nooit blijk heeft gegeven van hernieuwde belangstelling
voor omas stoeltje. U had tenslotte best iets kunnen zeggen als: Wat is het
toch een prachtig stoeltje, ik heb het aan jullie gegeven en het blijft van jullie, maar
als jullie er ooit om wat voor reden dan ook van af willen, dan wil ik het graag weer
terug. Nu konden ze niet weten dat u intussen van gedachten was veranderd en kwam
het natuurlijk niet in hen op, toen ze het inderdaad kwijt wilden, het weer terug te
geven. Denk aan iemand die een, vindt hij stiekem: monsterlijke kapstok in zn bezit
heeft en deze weggeeft aan de schoonfamilie. Die is er blij mee, maar krijgt er jaren
later ook genoeg van en retourneert vervolgens de kapstok weer aan de oorspronkelijke
eigenaar. Dat is ook een belediging.
En dan uw schoonzuster en zwager. Tja, zon aanbod van terugkopen is inderdaad niet
erg fijnzinnig aan de andere kant is en blijft het raar, wanneer je iets in je huis
hebt staan, waarvan je de voorgeschiedenis en de bijbehorende fluctuerende gevoelswaarde
niet kent, en een bezoeker roept ineens: dat was vroeger van mij en ik heb er meer recht
op dan jij.
Het is zuur voor u, maar zie het als een leerervaring. Wijs nu reeds de meubelstukken en
bibelots aan in het huis van uw ouders/schoonouders die u later wilt erven. Of distantieer
uzelf wat meer van de materie. Dat geeft ook altijd veel gemoedsrust.
