| 1 | 2 |
Beste Beatrijs,
Al jaren werk ik bij hetzelfde bedrijf: aardige collega’s, goede en veelal
informele sfeer. Helaas gaat dat informele soms zo ver dat ik tijdens
gesprekken met collega’s ruim zicht krijg op de kauwgum in hun monden. En
als het nou van die jeugdige personen waren, maar nee, het zijn allemaal -
net als ik - mensen die de 50 gepasseerd zijn. Ongegeneerd kauwgum kauwen,
heren die met de hand in het kruis een gesprek met je voeren, of met in elk
neusgat een vinger, zodat ik me constant afvraag waar ik mijn blik heen moet
wenden: niet op de kauwgum letten, niet naar de handen kijken. Maar waar dan
wel, want ik heb geleerd dat je iemand aankijkt tijdens een gesprek. Wat kan
ik hier aan doen zonder de collegiale verhoudingen te verstoren?
Geen gezicht
Beste Geen gezicht,
Misschien werkt het als u er op een constaterende manier een opmerking over
maakt, zoals er vroeger wel tegen een vrouw ‘Je vlagt’ werd gezegd om haar
erop te attenderen dat haar onderjurk onder haar rok uitstak. Dus u
onderbreekt het werkoverleg en zegt neutraal: ‘Ik zie je kauwgum.’ Collega
zegt dan: ‘Huh? Wat bedoel je?’ U weer: ‘Je kauwt met je mond open, ik zie
een vracht kauwgom met veel spuug, het ziet er onsmakelijk uit.’ De ander
(hopelijk): ‘O, sorry’.
Hetzelfde met: ‘Je hebt je vingers in je neus’. In een nadere toelichting
zonodig: ‘het ziet er beetje raar uit.’ Als u om te beginnen alleen maar
iets signaleert, voelt de ander zich niet zozeer aangevallen als wel betrapt
en wie weet corrigeert hij zichzelf. Op (krabbende) handen in het kruis past
geen commentaar, want mensen op het werk worden niet geacht de blik op het
kruis van collega’s te richten, dus dan kunt u zich maar beter ziende blind
houden.
Beste Beatrijs,
Op de zaak heb ik, vanachter mijn computer, uitzicht op een sympathieke,
maar vrijwel altijd hongerige collega. Zijn trek stilt hij door flink te
delven in zijn neus, waarna hij het vergaarde goedje zijn mond inschuift.
Het blijkt een hardnekkige gewoonte, dat snacken. Tien tegen een dat hij
zijn neus verkent als ik van mijn computer opkijk.
Aanvankelijk was ik vooral verbijsterd: waar haalt die man dat allemaal
vandaan? En prees ik me gelukkig dat ik hem al jaren ken en dus geen hand
meer hoef te geven. Maar inmiddels heeft die verbijstering plaats gemaakt
voor woede. Kijk, een keertje peuteren, alla, daar kan ik wel inkomen;
iedereen heeft wel eens wat. Maar hij is verslaafd aan zijn neus en laat
mij daarvan ongevraagd meegenieten. Mijn echtgenote raadt me aan mijn
collega op zijn gewoonte te attenderen. Zelf vind ik dat vooral gênant.
Ik vrees ook dat mijn collega beledigd zal zijn. Maar zo kan het ook niet
langer. Hebt u een suggestie?
Genoeg van die neus
Beste Genoeg van,
Dit is een onbewuste gewoonte geworden van uw collega. Mensen die in hun
neus peuteren weten dat ze dit alleen kunnen doen waar niemand bij is.
Daarom zie je onder mensen die in de file staan ook zoveel neuspeuteraars.
Zij denken dat ze alleen in hun auto zitten en hun gang kunnen gaan,
terwijl ze omringd worden door filegenoten. Maar die tellen niet mee als
levende mensen.
Iets soortgelijks is aan de hand met uw collega. U kent elkaar al jaren. U
wordt door hem niet meer gezien als een persoon, voor wie een bepaalde
schijn moet worden opgehouden, maar als een deel van zijn biotoop. Als een
soort meubelstuk maar dan levend. Bij heel nabije mensen (echtgenoot,
kinderen) én bij heel verre mensen (mede-automobilisten in de file)
hebben sommigen de neiging om hun decorum te verliezen. Ze gedragen zich
dan zo makkelijk en vrij (grof en onbeschaafd) alsof ze alleen zijn.
Als u uw collega al zo lang kent, kunt u daar best iets van zeggen. Uw
vrouw heeft gelijk. Het is een kwestie van een kleine, sociale correctie.
Die moet kunnen plaatsvinden zonder dat iemand dodelijk beledigd is. U
moet het hem zeggen op een informatieve manier: ‘Weet je dat je altijd
als ik kijk in je neus zit te peuteren?’ Dan zegt ie waarschijnlijk:
‘Welnee, hoe kom je er erbij?’ (het gedrag is immers onbewust). En dan
u weer: ‘Ik zal je waarschuwen, als ik het weer zie, het is echt heel
vaak.’ Elke keer als u opkijkt, hoeft u alleen maar vriendelijk:
‘Neus!’ te zeggen, en u hebt hem weer betrapt. Als hij eraf wil, raakt
hij er zo wel af. Als dit niet lukt, moet u uw bureau een kwart of een
halve slag draaien.
