| 1 | 2 |
Beste Beatrijs,
Als leerkracht word ik steeds vaker geconfronteerd met het gebrek aan elementaire beleefdheid bij jongeren. We zijn al gewend geraakt aan de puber, hangend in zijn stoel, slapend in zijn bank. Komt daar echter nog bij dat mijn leerlingen zonder enige schaamte boeren en winden laten, kauwen in de klas en duchtig lachen om elkaars onbeschoftheden. Hoe vaak ik hier ook tegenin ga (straffen, grappige opmerkingen, preken), dit gedrag blijft. Enige tips?
Machteloze leraar
Beste Machteloos,
Stel de regels opnieuw vast in een krachtige toespraak van twee minuten, en deze keer mét de sancties erbij. Niet boeren, geen winden, niet eten of drinken en geen kauwgom in de klas. Wanneer iemand het toch doet, stuurt u hem of haar eruit. En degene die erom moet lachen, mag meteen mee. Naar de directeur, of de conrector of de rector, of naar de kantine wanneer de leidinggevenden de overtreding niet serieus genoeg vinden om in behandeling te nemen. Motivatie: met dit gedrag van leerlingen ontstaat een onprettige sfeer, waarin niet te werken valt. Dan moeten ze er maar uit. Maak nooit een uitzondering, en pas bij regelschending altijd onmiddellijk de sanctie toe. Zonder emotioneel vertoon, maar zakelijk alsof u een parkeerbon uitschrijft.
Beste Beatrijs,
Dit jaar ben ik, man van dertig, les gaan geven op een middelbare school. Hoewel ik het in het begin heel leuk vond, baal ik de laatste tijd toch wel heel erg van bepaalde klassen. Ze zijn druk en ik moet constant politie-agentje spelen. Laatst had ik er zo genoeg van dat ik mij ’s ochtends ziek meldde. Dat ging erg makkelijk, maar het is natuurlijk niet goed. Ik wilde eens goed nadenken wat ik nu verder met mijn leven wil. Of ik wil doorgaan met lesgeven. Nu vraag ik me af of ik het met de schoolleiding moet bespreken. Die kunnen er misschien wat aan doen. Maar ja, zeggen dat je gespijbeld hebt... Overigens heeft de schoolleiding pas één keer gevraagd hoe het me beviel. Echt belangstelling tonen ze niet en dat vind ik ook heel slecht. Wat raadt u mij aan?
Spijbelaar-leraar Beste Spijbelaar,
Ordeproblemen zijn de belangrijkste reden waarom jonge leraren afknappen op het onderwijs. Ook u bent hier tegenaan gelopen. Die spijbelgebeurtenis lijkt me niet zo belangrijk. U hebt u een keertje ziek gemeld, nou en? Volgens mij doet heel Nederland niets anders dan regelmatig stiekeme baaldagen opnemen. Dat valt natuurlijk niet goed te keuren, maar in uw geval lijkt het een incident om niet te zwaar aan te tillen.
Ik denk dat u zich niet te snel uit het veld moet laten slaan. Sommige klassen zijn erger dan andere, schrijft u. Dat betekent dat er ook klassen zijn waar het beter gaat. Ik neem aan dat u ermee begonnen bent vanuit een zekere motivatie, dat u het leuk vond om met tieners om te gaan en ze iets bij te brengen. Het is zo verschrikkelijk jammer als jonge, enthousiaste leraren meteen wegvluchten voor de chaos, terwijl ze ook zouden kunnen oefenen om een beetje werkbare discipline in de klas van de grond te krijgen. Zonder orde begin je niets, dat weten we allemaal nog van vroeger, toen we zelf als leerling in de klas zaten: sommige leraren kunnen er niets van, en het zal ook nooit wat worden. Maar een half jaar is te kort om zeker te weten dat lesgeven niets voor u is.
De schoolleiding kan er meestal weinig aan doen. Nog steeds is elke leraar koning in zijn eigen klassen of overgeleverd aan de wolven in zijn eigen klassen, het ligt er aan hoe je er tegenaan kijkt. Misschien kunt u het ordeprobleem beter bespreken met een collega van uw sectie, die u vertrouwt en die tips kan geven over hoe hij/zij zelf een en ander aanpakt. Het is goed mogelijk dat u de rotklassen dit jaar niet meer op de rails krijgt. Soms zijn de dingen teveel uit de hand gelopen en de onderlinge verhoudingen verzuurd. Laat het in dat geval langs u heen glijden. Windt u zich er niet teveel over op en denk: ze bekijken het maar. Maak voor volgend schooljaar met nieuwe klassen een ander plan de campagne, met veel duidelijkheid. De regels moeten vanaf dag 1 glashelder zijn en strikt gehandhaafd. Schaamt u zich niet voor uw falen en geef uzelf nog een kans met een tweede jaar.
