Spring naar inhoud


Maak Stapel niet monddood!

De verwikkelingen rond Diederik Stapel blijven me intrigeren. Nu is hij weer uitgesloten van optreden op een Amsterdams festival over wetenschap en kunst, waar hij samen met Anton Dautzenberg een voorstelling zou geven over hun onlangs verschenen brievenboek De fictiefabriek. De KNAW dreigde de subsidie in te trekken, terwijl die twee niet voor het wetenschappelijke, maar voor het culturele (amusement, fictie) gedeelte van het festival stonden geprogrammeerd.  Stapel, de man die in z’n eentje de hele sociale psychologie in diskrediet heeft gebracht door jarenlang glashard te frauderen, is een fascinerend fenomeen, zowel vanwege zijn duizelingwekkende val, als vanwege zijn gespartel om weer uit die kuil op te krabbelen. Drie jaar na zijn deconfiture geldt hij nog steeds als de belichaming van het zelfzuchtige kwaad, iemand die in zijn nietsontziende ambitie de wetenschap onmetelijke schade heeft berokkend.

Ik denk hier iets genuanceerder over. Ik ben zelf sociaal psycholoog en twijfelde al veel langer aan de zeggingskracht van deze specifieke tak van wetenschap. Wat mij als student hierin aansprak was de aandacht voor omgevingsfactoren als verklaring voor gedrag. Van die visie ben ik nog steeds een aanhanger, maar de huidige sociale psychologie staat bol van futiel onderzoek in de trant van ‘mensen met een kop warme chocolademelk in hun hand gedragen zich aardiger tegen gespreksgenoten dan mensen met een glas cola-met-ijsblokjes.’ Tja. Het zou best kunnen kloppen, maar als zo’n resultaat op gefingeerde data blijkt te berusten heeft er geen misdaad tegen de mensheid plaatsgevonden. Er zijn geen dooien gevallen. Wél wordt nu van allerlei ander, solide geacht, sociaal-psychologisch onderzoek de betrouwbaarheid betwijfeld en is een beweging op gang gekomen om experimenten te repliceren. Een nuttig bijeffect van het Stapel-schandaal. Als de sociale psychologie ten onder gaat aan de machinaties van een enkeling, was zij geen knip voor haar neus waard.

Dat neemt niet weg dat Stapel excommunicatie uit de wetenschap verdient. Wie fraude pleegt van dergelijk kaliber heeft zichzelf onmogelijk gemaakt op de universiteit. Stapel is oneervol ontslagen (krijgt dus geen uitkering), moest zijn hoogleraarstitel inleveren en kreeg 250 uur taakstraf, oude graven ruimen en nieuwe graven spitten op een kerkhof.

Is dit pakket van consequenties te licht als straf? Je zou het denken gezien de verbeten reacties van de kwetterende klasse, telkens als Stapel zich op een of andere manier in het publieke domein manifesteert. Toen zijn egodocument Ontsporing verscheen (zeker niet het slechtste boek in de categorie zelfanalyse), werd er furieus rondgetwitterd waar belangstellenden het gratis konden downloaden. Oftewel: je kunt beter jezelf aan diefstal schuldig maken dan het een schurk als Stapel (en zijn uitgever) gunnen om een centje aan zijn persoonlijke geschiedenis te verdienen. De teneur van reacties van Rosanne Hertzberger, Max Pam, Rob Schouten, Ad van Liempt, Theodor Holman en anderen is dat zo’n verachtelijk individu geen podium verdient en geen slaatje mag slaan uit zijn criminele verleden.

Wat moet die man anders dan kapitaliseren op de smet die hem aankleeft?

Misschien heb ik een softere inborst, maar wat moet die man anders dan kapitaliseren op de smet die hem aankleeft, als hij niet zijn verdere leven als huisman wil doorbrengen? Je zwaktes toegeven, spijt betuigen, getuigenis afleggen wat je ‘ervan geleerd’ hebt en daar weer op voortbouwen – zo ziet de moderne manier van omgaan met bedreven zondes eruit. In Amerika gooien tot inkeer gekomen drugsverslaafden, ex-misdadigers, gevallen politici voortdurend hun persoonlijke werdegang in de arena. Het is de enige manier om nog een beetje inkomen te genereren.

Stapel beschikt als ex-hoogleraar over drie capaciteiten: onderzoek doen, college geven en schrijven. Dat laatste doet-ie beter dan de gemiddelde hoogleraar en als collegegever genoot hij ook faam. In de sector onderzoek komt hij nergens meer aan de bak. Zijn collega René Diekstra, ook een aan de weg timmerende hoogleraar die in ongenade viel (in zijn geval door een plagiaat-affaire), kon zich in de luwte terugtrekken op zijn basale deskundigheid als therapeut/ psychische hulpverlener. Stapel kan dat niet en lijkt me sowieso niet het hulpverlenende type.

Solliciteren op simpele baantjes heeft geen zin op zijn leeftijd. Blijft over: spreken voor een zaal en schrijven. Beide activiteiten zijn onverbrekelijk verbonden met het begrip podium. Wie hem daarbij de voet dwars zet legt hem de facto een spreek- en inkomensverbod op. Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ik vraag me ook af wat de maatschappij ermee opschiet om iemand tot in lengte van dagen ‘besmet’ te verklaren.

Artikelen in Column.


0 Responses

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan