Beste Beatrijs,
Sinds enkele jaren draag ik op een van mijn betere pakken voor feestelijke
bijeenkomsten de ridderorde die mij voor bepaalde verdiensten is uitgereikt.
Een dezer dagen merkte een andere feestganger, die ongeveer dezelfde orde
heeft, op dat zij die nooit draagt. Iemand anders zei dat hij, wanneer hij
in aanmerking zou komen voor een dergelijke onderscheiding, die eveneens
niet zou dragen. Ik krijg langzamerhand het gevoel dat het ongepast is om
een onderscheiding aan de buitenwereld te tonen, althans dat het dragen
daarvan niet in overeenstemming is met het Nederlandse volkskarakter. Het
hoofd mag nooit boven het maaiveld. Een zichtbare onderscheiding is
kennelijk beledigend voor andere mensen. Hoe denkt u hierover?
In de la ermee?
Beste In de la,
Natuurlijk mogen mensen die een onderscheiding hebben gekregen deze dragen!
Het is ongepast als anderen daar kritiek op uitoefenen. Want dat is precies
wat uw zegslieden u impliciet toevoegen, wanneer zij u informeren dat zij er
niet over zouden piekeren om hem op te spelden. Vergelijk: ‘Nou, ik trek
zelf anders nooit een das aan, hoor’ (tegen iemand die een das draagt).
Mensen horen zich te onthouden van commentaar op andermans kleren of
versierselen. Bij een onbedwingbare neiging om er toch iets over te berde te
brengen, zeg je iets aardigs of je vraagt naar de betekenis ervan. Wie dit
niet kan opbrengen, doet er het zwijgen toe. Tegen mensen die u aldus in de
verdediging drukken kunt u opmerken: ‘Je hebt helemaal gelijk, je moet nooit
iets dragen waar je je voor schaamt.’
