Spring naar inhoud


Levenslange seks is geen pretje

En toen leefden ze nog lang en gelukkig. Doek, aftiteling, einde. Wat er vervolgens gebeurt is de moeite van het vermelden niet meer waard, en als het toneelstuk, de film of het boek na die romantische kus toch doorgaat, zal het geluk onherroepelijk aan flarden gaan. Zo ziet de literaire conventie eruit en bij mijn weten valt daar niet aan te tornen. Zelfs een low brow genre als de soap houdt zich aan deze regel. Geluk staat gelijk aan geen nieuws en geen nieuws is saai.

Ik was dan ook benieuwd naar het laatste boek van Gustaaf Peek, Godin, held, dat over levenslange liefde gaat. De recensenten waren erg enthousiast niet in de laatste plaats vanwege de originaliteit van het thema. Het verhaal speelt zich in omgekeerd chronologische volgorde af – per hoofdstuk worden de hoofdpersonen jonger. Ik had mijn bedenkingen hierover. Zo’n literaire ingreep is een paardenmiddel om een opgewekte afloop af te dwingen, omdat het begin van een relatie per definitie lichter en veelbelovender is dan het eind, wanneer mensen op de rand van het graf wankelen.

Van geluk valt sowieso weinig boeiends te verwachten en Godin, held slaagde er niet in mijn vooringenomenheid in dezen om te buigen. De gimmick van de omgekeerde chronologie werkte zelfs extra beklemmend, omdat het boek niet over levenslange liefde maar over levenslange seks bleek te gaan. Op ongeveer een derde van de roman had ik al zo veel seks achter de kiezen (de hoofdpersonen zijn dan van middelbare leeftijd) dat ik maar besloot om het boek van achteren naar voren te lezen. Hoe jonger de personages, hoe meer seks ik weliswaar kon verwachten, maar misschien zou het me dan minder tegenstaan. Maar het maakte niets uit. Eigenlijk is seks op elke leeftijd behoorlijk afstotend om over te lezen en helemaal wanneer de schrijver dialogen weergeeft à la:

Wat wil je, in mijn mondje?
Zo lekker, het is te lekker.
Volgende keer gaat het lukken. Ga je dan diep in me spuiten?
Ik had je net gewoon moeten nemen.
Te laat. Nu ben je weer van mij.
Nee, nee.
Ik wil je zaad voelen. Proeven. Kom maar. Kom maar.

Sorry. Het is niet mijn bedoeling om Gustaaf Peeks schrijftalent in diskrediet te brengen (al vraag ik me af welk stel dat samen in bed ligt of op de keukentafel hangt dit soort zinnetjes uit z’n mond kan krijgen zonder zich bespottelijk te voelen). Ik weet dat elke zorgvuldig gecomponeerde seksscène van Updike tot Wolkers, van Roth tot Giphart blindelings in aanmerking komt voor toekenning van de bad sex award. Er is geen kunst aan om een schrijver vast te nagelen op gênante seksbeschrijvingen. Dat ligt niet aan de schrijver, maar aan het onderwerp dat zich te veel op de vierkante centimeter afspeelt. Het is te klein, te benauwd, al snel snakt de lezer naar adem. Weg uit dit kleffe gesop tussen de zure lappen! Laten we het weer eens ergens anders over hebben.

Er wordt in boeken zelden of nooit alinea’s besteed aan de intens bevredigende sensatie die het eten van een smakelijke maaltijd geeft. Wel zijn er honderdduizenden kookboeken, waarin je kunt lezen hoe je een smakelijke maaltijd kunt maken. De voorbereidingen zijn blijkbaar interessanter om kennis van te nemen dan de gebeurtenis zelf. Zou het met seks niet ook zo liggen: dat alles erom heen eigenlijk interessanter is dan de seks zelf?

Maar ten diepste is het waarschijnlijk gewoon de kift van mij. Hoofdpersonen die met z’n tweetjes van de ene in de andere extase vallen sluiten de lezer uit met hun geluk. Het hele boek door had ik het gevoel dat ik als lezer te veel was. Er is niets zo ongastvrij voor derden als gelukkige seks.

Artikelen in Column.


0 Responses

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan