Spring naar inhoud


Leve de middelmatigheid!

Soms als ik niet kan slapen denk ik aan de bell curve: de normaalverdeling, de klokvormige grafiek, waaronder zich het hele leven afspeelt. Niet dat ik bijzondere gevoelens koester voor grafieken in het algemeen – staafdiagrammen, puntenwolken, monotoon stijgende en dalende lijnen die elkaar ergens kruisen laten me onverschillig – maar de bell curve, ook wel de kromme van Gauss genoemd, heeft een esthetiek die me raakt. Hij is elegant. Het is geen rechte lijn, maar een vloeiende golf, eerst geleidelijk naar boven, dan steiler tot er een mysterieuze, stompe top wordt bereikt, waarna de lijn weer naar beneden loopt. Er zit niets wat prikt of schuurt aan deze kromme. Hij heeft de schoonheid van een beeld van Brancusi of van sommige Jugendstil-vormen. Iets wat er zo mooi uitziet, moet wel waar zijn.

De waarheid van de bell curve is zo mogelijk nog verpletterender dan de schoonheid ervan. Alles wat je zoal kunt meten valt eronder en het meeste daarvan zit noodzakelijkerwijs in het midden van de koepel. Als de gemiddelde lengte van een mens 1.75 m. is (de top van de grafiek) bevindt het merendeel van de mensheid zich pakweg tussen de 1.55 en 1.95 m. De uiteinden van de lijn lopen aan weerszijden oneindig door. De bodem van de grafiek (de X-as) wordt nooit geraakt, maar heeft wel een limiet. Een mens van drie meter zal niet worden aangetroffen, maar een record van 2.40 m. lichaamslengte kan altijd met een millimetertje worden verbeterd, en daarna met een nog kleinere meeteenheid. Het kan dus altijd nóg zeldzamer, wat op een bepaalde manier geruststellend is. Ook al ziet de bell curve eruit als een verstikkende stolp, hij is open aan beide kanten en laat daarmee ruimte voor onvoorspelbaarheid.

Toen ik onlangs Geachte heer M. van Herman Koch las en de interviews die hij hierover gaf, werd ik getroffen door zijn furieuze boutades over middelbare-schoolleraren. Hij gaf af op hun volstrekte middelmatigheid. Wie niet goed genoeg is om zelf iets te bereiken in zijn vak of in zijn leven, wordt leraar en gaat jongeren lastig vallen met irrelevante zaken. Als er een groep is die het predicaat duffe loser verdient dan wel de leraar. Je moet inhoudelijke uitspraken in een roman nooit aan de auteur toeschrijven, maar in die interviews liet Koch ook geen spaan heel van de beroepsgroep en dat stoorde mijn esthetische gevoelens over de normaalverdeling. Sinds wanneer verdient middelmatigheid het om vertrapt worden?

Dat de normaalverdeling middelmatigheid dicteert geldt alleen als een minpuntje bij overspannen eisen. Het meeste wat er gebeurt, hoe mensen doorgaans zijn, hun prestaties en mislukkingen, hun gedragingen en strevingen valt altijd smack in the middle van die gigantische stolp. Niets bijzonders, niets om van op te kijken, alles heeft zich al honderdduizend keer eerder voorgedaan en is voorbestemd tot eeuwige herhaling.

Lessen op school steken maar bleekjes af tegen het allesopslorpende drama van de tienerjaren zelf.

Leraren onderscheiden zich hierin niet van register-accountants, politici of kunstenaars. Je weet van tevoren dat de meesten gemiddeld functioneren en dat de waarlijk excellenten en degenen die er een puinhoop van maken betrekkelijk zeldzaam zijn. Maar dedain tegenover het beroep leraar als zodanig is wel een erg kinderachtige manier van tegen de wereld aankijken. Dit misprijzen tref je eigenlijk alleen onder pubers aan. Zij zitten dag in dag uit op school en zijn geneigd om leraren als een soort stoorzender te beschouwen. De lessen steken maar bleekjes af tegen het allesopslorpende drama van de tienerjaren zelf. Strenge leraren, toffe leraren, slijmende leraren, bange leraren, oude, lelijke leraren – allemaal even irritant en pathetisch volgens Koch (60).

Hier spreekt de romantiek van de bohémien, die 19de-eeuwse zucht van artiesten om zich te distantiëren van het gareel van de benepen bourgeoisie en een groots en meeslepend leven te omarmen. Inmiddels is het streven om koste wat kost de middelmatigheid te vermijden gemeengoed geworden (zie de vele stemmen op de vrouw met de baard) en moet ook de leraar het ontgelden als zielige sufkop. Maar het enige wat je leraren kunt verwijten is dat ze met hangen en wurgen een goeddeels ongeïnteresseerd, want onvrijwillig, publiek het een en ander trachten bij te brengen, omdat jongeren nu eenmaal iets moeten leren – maakt niet eens uit wat. Op eigen kompas lukt dat niet en iémand moet de onderwijstaak op zich nemen toch?

Artikelen in Column.


0 Responses

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan