Moderne Manieren

| 1 | 2 |

Beste Beatrijs,
Wij, acht dames van om en nabij de 60, hebben een vriendinnenclub. We ondernemen allerlei activiteiten, zoals theater- en museumbezoek, samen eten, per trein een stad bezoeken, enzovoort. Sinds ik niet meer werk - tot voor kort was ik lerares -, heb ik tijd om te lezen en ik zou graag lid worden van een leesclub. Een dame van onze club zit in zo’n leesclubje en ik vroeg haar of ik daar ook bij kon. Haar antwoord was : ‘Nee, want deze leesclub is alleen toegankelijk voor academici.’ Zo, daar kon ik het mee doen. Een andere vriendin hielp me nog door erop te wijzen dat ik anders wel een HBO-opleiding had. Maar dat mocht niet baten. Einde discussie. Binnenkort geef ik een verjaardagsfeestje, waarvoor ik dit groepje ook had uitgenodigd. Deze vriendin had al eerder afgezegd, omdat ze dat weekend de stad uit was. Kan ik haar bij onze volgende ontmoeting met gelijke munt terugbetalen en zeggen: ‘Je zou je toch niet op je gemak gevoeld hebben op een feestje van een niet-academicus!’?

Te weinig niveau

Beste Te weinig,
U bent op een tamelijk botte manier afgewezen, en dat is natuurlijk zuur voor u. Er valt over te twisten of het criterium van een academische opleiding zinnig of onzinnig is. Los daarvan: een boekenclub kan zoiets beslissen. Daar kan uw vriendin ook niet veel aan doen. Of had u gewild dat zij ‘Ja, leuk!’ had gezegd tegen u, en vervolgens uw toetreding had moeten bepleiten bij de rest? Die anderen zeggen dan: ‘Hallo, dat is tegen de opzet, waarom gaan we een uitzondering maken?’ Misschien voorzag uw vriendin gedoe en had ze daar bij voorbaat al geen zin in.
U had het ongetwijfeld minder erg gevonden, als zij zich wat meer in uw gevoelens had verplaatst door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Sorry, ik hecht zelf niet aan die regel, maar ik kan de opzet niet op eigen houtje veranderen.’ Uit de manier waarop u het incident beschrijft, krijg ik de indruk dat zij u met een beetje leedvermaak op uw nummer zette. Alsof haar onuitgesproken boodschap luidde: verbeeld je maar niet dat je tot mijn exclusieve clubje kan toetreden! Wás ze inderdaad zo onaardig of verwees ze alleen feitelijk naar de regels? Uw gepikeerdheid kan maken dat haar intenties kwaadaardiger lijken dan ze in werkelijkheid waren. Hoe dan ook, er valt niets aan te doen. U moet een andere leesclub zoeken, die er minder strenge ingangseisen op nahoudt.
Ik raad u af om gevolg te geven aan uw behoefte om uw vriendin haar gebrek aan empathie betaald te zetten. In de eerste plaats slaat uw voorgenomen opmerking nergens op (als uw vriendin zich alleen maar met academici wilde onderhouden, zou ze ook geen deel uitmaken van uw vriendinnenclub) en verder demonstreert u te duidelijk hoe gewond u bent door haar afwijzing. Als u zich zo laat kennen, bevestigt u haar alleen maar in haar vermeende superioriteit. Slikken en het hoofd recht houden is een betere houding. En zoek een andere boekenclub. Komt u ook weer eens wat andere mensen tegen. Gegeven deze weinig hartelijke vriendin is dat misschien wel zo verfrissend.


Beste Beatrijs,
Al geruime tijd maak ik deel uit van een florerend leesclubje van acht dames. We lezen voornamelijk literair werk. Sinds twee jaar zit er iemand bij, aan wier ‘geblaat’ de rest zich steeds meer begint te ergeren. Ze valt mensen in de rede en ze voert altijd het hoogste woord met vaak nogal domme opmerkingen. Ze doet voorkomen alsof ze overal alles van afweet, terwijl dat juist niet zo is. Daarbij probeert ze anderen te overtroeven met haar verhalen: alles beter, mooier enzovoort. Ik kan me er eerlijk gezegd niet zo over opwinden als de anderen. Ik denk ook dat ik wel weet waar dit gedrag vandaan komt: onzekerheid. Wij (de rest van het leesclubje) zijn allemaal academisch geschoold en zijn werkzaam in het bedrijfsleven of oefenen een vrij beroep uit. Zij is in de eerste plaats huisvrouw met een klein beetje vrijwilligerswerk ernaast.
Nu komt er druk vanuit de leesclub op mij om hier iets aan te doen. Sommigen vinden dat ik hier met haar over moet praten (ik heb haar er destijds bijgehaald), maar daar begin ik niet aan. De huisvrouw en haar man zijn goede vrienden van mijn man en mij. Bovendien heeft ze dit gedrag nooit als wij (de twee stellen) met ons vieren zijn. Maar het dreigt onze leesclub ernstig te ontwrichten. Andere dames krijgen er zo genoeg van dat ik vrees dat ze gaan afhaken. Hoe maken we ons leesgrage clublid duidelijk dat ze zich meer moet inhouden? Subtiele hints (erop wijzen dat anderen mogen uitpraten, ertegen in gaan) hebben tot nu toe niet echt gewerkt.

Dimmen graag!

Beste Dimmen,
Acht mensen is veel voor een leesclubje. Dan zijn er hoe dan ook al gauw twee of drie personen die maar weinig aan bod komen. En bovendien wordt er ook nog teveel tijd in beslag genomen door iemand die onzin uitslaat. Hoe haar in te tomen? De kwaliteit van haar inbreng ter discussie stellen is niet de juiste weg. Niet groepsgewijs en ook niet in een gesprek onder vier ogen. Iemand die te horen krijgt dat haar bijdrage onder de maat is, druipt in het algemeen gewond af. En vervolgens voelen zeven mensen zich ongemakkelijk als ze haar op enig tijdstip later nog eens tegen het lijf lopen. Als u de vriendschap met haar buiten het leesclubje om wil handhaven, kunt u het beter over de boeg van de kwantiteit gooien. Of u het zelf aan de orde gaat stellen of een ander doet er niet toe, maar iemand zou een voorstel ter structurering van de bijeenkomsten moeten doen. Belangrijkste middel hiertoe is het instellen van een voorzitter. Dat kan altijd dezelfde zijn of wisselend per keer. In deze omstandigheden van oeverloos gekwaak lijkt het verstandig om te beginnen met een vast persoon, en wel de krachtdadigste van de leesclub. Die moet de rol van vrouw met de hamer gaan spelen. Die moet een agenda opstellen, in de gaten houden of er niet van het onderwerp wordt afgedwaald, of iedereen wel aan de beurt komt en vooral: of niet iemand de discussie monopoliseert. Op zo’n moment kan de voorzitter afhameren. Als iedereen het eens is met deze nieuwe aanpak (‘want het ging de laatste tijd veel te rommelig’), dan zal dat denk ik wel schelen in de hoeveelheid tang-op-varken-opmerkingen. Verder kan de leesclub natuurlijk altijd de moeilijkheidsgraad van de te lezen boeken opvoeren. Tegen de tijd dat jullie bij ‘Ulysses’ zijn aangeland, is de kletsende huisvrouw waarschijnlijk definitief stilgevallen.