Beste Beatrijs,
Onlangs gaf ik op een conferentie een lezing over mijn
onderzoek. Een paar toehoorders gaven mij na afloop een compliment, omdat ze het een
interessant verhaal vonden. Een week later kreeg ik een kwaadaardige brief van een
vakgenoot. Inhoudelijke kritiek gaf hij niet. Hij schreef alleen dat hij het onderzoek
zelfs voor een doctoraalscriptie nog zou afkeuren. Ik wilde meteen een venijnig briefje
terugschrijven, maar een vriend/collega zei dat ik zoiets beter kon negeren. Is het beter
om wel of niet te reageren?
Afgebluft, Rotterdam
Brieven van gekken en querulanten kan men beter onbeantwoord laten, als u niet in
een heilloze correspondentie terecht wil komen. Uw vakgenoot heeft kennelijk een
ruziezoekend karakter, maar zijn gekte blijft vooralsnog binnen de marges van zijn
beroepsuitoefening (anders zou hij geen studenten hebben om scripties van af te keuren).
Hij verdient dus een reactie, al moet dit geen brief-op-poten zijn. Kwaaie brieven, heet
van de naald, kunnen in de toekomst in een andere contekst tegen de afzender gebruikt
worden. Uw toon moet zakelijk zijn en ijzig beleefd. IJzige beleefdheid is een machtig
wapen van de etiquette tegen krenkingen. Het idee is om de belediging met egards te
retourneren. Net iets te veel egards, zodat de ontvanger nattigheid voelt.
In uw briefje spreekt u uw getroffenheid uit over de belangstelling van de tegenpartij in
uw werk. U voegt er uw diepe teleurstelling aan toe over het feit dat uw theorie hem
kennelijk niet kon bekoren. U stuurt hem onder dankzegging en met bijzondere hoogachting
het hele onderzoeksrapport mee, plus, nu u toch bezig bent, een stevige stapel overdrukjes
van eerder gepubliceerde artikelen. Heeft-ie wat te lezen als hij zich verveelt.
