Beste Beatrijs,
Wij wonen al vier jaar met veel plezier in deze buurt. Vorige zomer is er een trend gezet bij ons voor op de straat. Omdat deze doodlopend is, vinden de overburen het oké om twee waarschuwingspylonnen aan het begin van de straat neer te zetten, zodat iedereen die deze weg in- of uitrijdt rekening moet houden met hun spelende kinderen. Gisteren heb ik nog even beleefd geïnformeerd of ze geen tuin hebben achter hun huis. Ik kreeg als antwoord dat kinderen van deze leeftijd graag op straat willen spelen. Ze eisen dus een stuk straat op voor zichzelf en hinderen daarbij iedereen die erlangs moet, hetzij richting stad, hetzij richting eigen huis. Raken kinderen op zo’n manier wel vertrouwd met de gevaren van het verkeer? Mag ík ook gewoon mijn stoel op straat neerzetten met mijn honden en die maar laten blaffen? Want die kinderen gillen behoorlijk.
Kan dit zomaar?
Beste Kan dit zomaar,
Ik kan niet erg met u meevoelen. U woont aan een doodlopende straat. Dat betekent dat er uitsluitend bestemmingsverkeer rijdt: mensen die er moeten zijn of die juist vertrekken. Dat is heel erg rustig. Ideaal voor kinderen om buiten te kunnen spelen. Dat kan in bijna geen enkele woonomgeving in Nederland.
In de jaren vijftig en zestig (ten dele ook nog de jaren zeventig) waren buitenspelende kinderen de normaalste zaak van de wereld. Die hele openbare ruimte is vervolgens gemonopoliseerd door het verkeer. Kinderen worden voor hun veiligheid verwezen naar omheinde speelreservaten en vervetten achter hun computers. Gezien de hoeveelheid auto’s in dit land kan dat niet anders, maar in wezen is het een treurige schande dat kinderen niet meer over die vrijheid beschikken en altijd onder supervisie staan.
Nu woont u in een straat, die toevallig een uitzondering vormt op de status quo in heel Nederland. Kinderen kunnen in uw straat vrij met elkaar buiten spelen, voetballen, rennen, verstoppertje en wat ze nog meer verzinnen. Heel af en toe komt er eens een auto voorbij van een straatgenoot of een bezoeker. En u als medebewoner bent niet bereid om uw snelheid aan te passen aan de spelende kinderen door met een slakkegang van vijf kilometer per uur uw straat in- of uit te rijden. Deze consideratie (die trouwens alleen voor de naschoolse uren, de weekends en de vakanties geldt - onder schooltijd is de straat natuurlijk leeg) kunt u niet opbrengen. Ik kan niet zeggen dat hieruit een grote betrokkenheid spreekt met de belangen van kinderen. De kinderen gillen op straat. Tja. Spelen gebeurt doorgaans niet in stilte. Als u tien jaar wacht, hangen diezelfde kinderen met brommers en meisjesgegiechel op straat rond. Elke leeftijd heeft zo z’n bezwaren en op iedereen die buiten vertier zoekt valt wel iets aan te merken.
U vraagt of u dan zelf ook buiten op straat mag gaan zitten met uw blaffende honden. Ik zou niet weten waarom niet. Het lijkt me zelfs een goed idee. Op die manier neemt u deel aan het buurtleven en het is voor uw blaffende honden vast ook leuker dan binnenzitten.
Beste Beatrijs,
Vroeger verheugde ik mij altijd op de zomer. In het weekend tot een uur of
tien uitslapen en dan - als het lekker weer is - in de tuin ontbijten. Sinds
een jaar wordt dit genoegen mij ontnomen: er is twee huizen verderop een
stel komen wonen met twee kinderen van onder de vijf jaar. In het weekend
laten de ouders hun kinderen al om acht uur in de tuin spelen, met het
nodige gekrijs en gehuil. Toen mijn kinderen klein waren, mochten ze voor
tien uur niet naar buiten. We ontbeten wel voor tienen buiten, maar als ze
tijdens het ontbijt teveel lawaai maakten, gingen ze onherroepelijk weer
naar binnen. Hoe laat ik deze mensen weten dat ik last heb van hun kinderen
zonder dat ik hen kwets? Het zijn verder aardige buren, met wie ik een
prettige band heb.
Gestoord bij het uitslapen
Beste Gestoord,
Als u een prettige verstandhouding hebt met de buren, kunt u naar hen
toegaan en vragen of ze hun kinderen in het weekend ’s ochtends voor de tv
willen zetten in plaats van in de tuin te laten. Tot negen uur lijkt me.
Tien uur is wel erg laat. Die kinderen zijn vaak al om zeven uur op. Als u
het op een vriendelijke, verontschuldigende manier vraagt, krijgt u
misschien uw zin. Wat u ook kunt doen is bedenken dat diezelfde kinderen op
zomeravonden bij hun nachtrust gestoord zullen worden door rumoer van
drinkende en barbecuende buren. U herinnert zich met weemoed de jaren dat u
uw eigen kinderen binnenhield. Ik herinner me met weemoed mijn eigen jeugd
(in de jaren zestig), toen in de zomer de kinderen van de straat om zeven
uur ’s ochtends naar buiten gingen om verstoppertje of stoepbal te spelen.
En niemand van de buren die hier tegen protesteerde. Nu ja, zo koestert
iedereen zijn eigen herinneringen.
