| 1 | 2 | 3 | 4 |
Beste Beatrijs,
Ik denk dat u de situatie niet goed inschatte in uw antwoord op ‘Geïntimideerd
door lokettisten’ (Moderne manieren, 3 juli 2004). Ik heb soortgelijke
ervaringen en denk dat er iets anders aan de hand is. Hoewel de maatschappij
onvriendelijker wordt (onverdraagzaamheid in het verkeer, schelden, niet
opstaan voor ouderen etc.) is er ook sprake van een soort tegenoffensief.
Tijdens de opleidingen in de dienstensector wordt tegenwoordig de nadruk
gelegd op beleefdheid en vriendelijk woordgebruik. Er hoort gegroet te
worden, zelfs aan de kassa. Woorden als ‘moeten’ zijn uit den boze. Wat
de dienstverlenenden wordt voorgehouden tijdens hun opleiding, verwachten ze
nu ook van anderen. Reageren die in hun ogen ‘bot’ of ‘commanderend’,
dan krijgen die lik op stuk. Op mijn opmerking in een ziekenhuis: ‘Je moet
me nog even een glas water geven’, reageerde de jonge verpleegkundige: ‘Moeten?
Ik moet niets!’
Sinds ik me ervan bewust ben geworden dat mijn toon vaak te bot overkomt,
probeer ik mijn verzoeken vriendelijker te formuleren - maar een gewoonte
van vele jaren leer je niet gemakkelijk af. Net zoals de geschrokken en
geïntimideerde mevrouw van 3 juli, die het lesje te horen kreeg dat de
lokettiste tijdens haar opleiding was geleerd.
Per ongeluk bot
Beste Per ongeluk,
Het is waar dat veel mensen op tilt slaan, zodra ze van een ander iets
opvangen wat, ook al is het maar in de verte, als bot of commanderend kan
worden opgevat. Dat kan de verkeerde toon zijn of verkeerd woordgebruik,
bedoeld of onbedoeld. Die snelle aangebrandheid geeft veel nodeloze ellende.
Vorige week is op een camping in Leuven iemand de keel doorgesneden, toen
hij om twee uur ’s nachts aan de buren vroeg ‘of het wat zachter kon’.
Het slachtoffer zal bij zijn verzoek ongetwijfeld ‘de verkeerde toon’
hebben aangeslagen. Dit soort aanvaringen kunnen escaleren op een manier die
in geen verhouding staat tot de aanleiding. Alsof er een vulkaan uitbarst
nadat je een steentje in de krater hebt gegooid. Soms kan het conflict nog
net worden bezworen doordat een van de twee besluit ‘de verstandigste’
te zijn. En omdat de ene met zijn vak bezig is en de ander niet, is de
professional de pineut. Het is zijn/haar taak de verstandigste te zijn, dat
wil zeggen de kwestie níet op de spits te drijven. Dienstverlenend
personeel zou instructie moeten krijgen om onaangedaan door de klanten
gewoon door te gaan met hun script. De geïntimideerde mevrouw van 3 juli
kreeg uitgesproken onprofessioneel gedrag over zich heen, een lokettist
onwaardig. Ook de door u aangehaalde verpleegkundige zat fout. Bij
Disneyland geven ze het personeel betere trainingen.
Beste Beatrijs,
Onlangs belandde ik op een binnenhof, die ik niet helemaal kon overzien. Het
was er nogal uitgestorven en toen stond daar ineens een man met fiets, die
kennelijk zijn huis in wilde gaan. Ik vroeg: ‘Is er aan die kant ook een
uitgang?’ ‘Nee,’ zei hij, ‘u moet weer terug.’ Toen stak hij van
wal: ‘Kunt u niet meer "goede avond" zeggen en "mag ik u
wat vragen?" U bent een oude vrouw en weet nog niet hoe het hoort? Ja,
natuurlijk is daar ook een uitgang.’ Ik was sprakeloos en verslagen. Niet
gevleid als ‘oude vrouw’ (ik ben 52). Als hij zelf zo beleefd is, moet
hij me dan zo de mantel uitvegen?
Iets soortgelijks is me herhaaldelijk overkomen aan het loket van de NS. Als
ik daar vraag: ‘Een kaartje over Hilversum naar Haarlem en terug naar
Utrecht, met korting vanaf Amsterdam, voor morgen’ dan krijg ik ook de
opmerking: ‘Zeggen we tegenwoordig niet eerst goeiendag en vragen we
zoiets niet meer netjes?’ Het lijkt wel alsof de lokettisten een cursus
assertiviteit gevolgd hebben of er plezier aan beleven hun machtspositie te
onderstrepen. Of zit ik fout en zeg je in de rij altijd: ‘Goedendag, mag
ik u wat vragen?’ Ook als je een bioscoopkaartje koopt? Wanneer ik iemand
uit zijn bezigheden haal, dan zeg ik wel: ‘Pardon, kan ik u storen of mag
ik u wat vragen’. Kan ik me maar beter aanleren om altijd te groeten, ook
al heb ik niets met iemand, of alleen iets vluchtig zakelijks?
Geïntimideerd door lokettisten
Beste Geïntimideerd,
De voorbeelden die u geeft zijn van een ongehoorde agressiviteit. De man aan
wie u de uitgang vroeg lijkt me niet goed snik. Een kwestie van schouders
ophalen en in z’n sop laten gaarkoken. En verder: nee, u hoeft geen
formele begroetingsplichtplegingen uit te voeren, voordat u iemand de weg
vraagt, of een bioscoop- of treinkaartje koopt. De formulering ‘Zeggen/doen
we tegenwooordig niet meer zus of zo’ is een terechtwijzing van de hoogste
orde en doet denken aan de bovenmeester die een kwajongen in de hoek zet.
Wanneer de ene gelijkwaardige burger de andere zoiets toevoegt bij wijze van
opvoedende wenk, klinkt dat niet alleen beledigend, het is ook zo bedoeld.
Het hoort niet bij de taak van NS-personeel om hun klanten te beledigen,
ongeacht de houding van die klanten zelf of de ingewikkeldheid van hun
bestelling. Loketpersoneel dient zich beleefd en behulpzaam op te stellen.
Schrijf een klaagbrief naar de stationsmanager, wanneer zoiets u weer
overkomt.
Beste Beatrijs,
Ik word (en wie niet denk ik) regelmatig geconfronteerd met onbegrijpelijk
ongemanierd gedrag van mijn medemens. Bijvoorbeeld: ik duw met mijn rug de
winkeldeur van de Hema open, mijn handen torsen ieder een zware, zichtbaar
volle boodschappentas. Een tegemoet komende oudere dame (ouder dan ik)
reageert beledigd dat ik de deur niet voor haar openhoud. Ik verbaas me over
de onoplettendheid van de vrouw, maar gaandeweg maak ik me steeds bozer over
haar uitval. Zo’n voorval blijft lang in mijn gedachten hangen.
Ook in mijn nabije vriendenkring heb ik regelmatig met lompheid te kampen.
Ik presenteer bijvoorbeeld een vriendin de biscuitjestrommel. Ze pakt er
twee tegelijk, neemt een grote hap, snelt naar de keuken en gooit de
biscuitjes in de vuilnisemmer. Ze zijn haar smaak niet. Weer is grote
verbazing mijn deel, maar ook blijf ik me er lang over opwinden en ergeren.
Nu is mijn vraag: hoe kan ik mezelf hiertegen wapenen en voorkomen dat ik me
kwaad maak? Ik besef wel dat het in wezen geen belangrijke zaken zijn. Om
die twee biscuitjes zal ik mijn vriendschap niet opzeggen.
Zoveel lompheid om me heen
Beste Zoveel lompheid,
Houd het bij uw eerste reactie: verbazing. Wat daarna volgt (opwinding,
ergernis, zich kwaadmaken) moet u eenvoudig niet tot uw geest toelaten. U
kunt uw tijd beter besteden. De voorbeelden die u geeft zijn zo merkwaardig
en tegelijk futiel, dat iets anders dan verbazing zinloos is. Als u er toch
zonodig bij wilt blijven stilstaan, kijk dan in de verontschuldigende
richting: die oude vrouw moet wel praktisch blind zijn, dat ze mij niet zag
met die zware tassen - zielig voor haar. Of: mijn vriendin proefde in die
koekjes vast iets wat haar een allergische reactie zou opleveren.
Toegegeven, het klinkt allemaal weinig plausibel, maar het voordeel van een
goedwillende verklaring is dat uw humeur er niet door van slag raakt. Laat
andermans lompheid van u afglijden als water van een eend. Beschouw uzelf
als iemand die sterk genoeg is om zich niet door een onnozel affront uit
balans te laten brengen.
Beste Beatrijs,
Ik weet niet goed hoe ik moet omgaan met kleine onbeleefdheden van
onbekenden. Recente ergernissen zijn bijvoorbeeld een jong meisje dat bij
een passpiegel in een winkel recht voor me gaat staan, een vrouw die op
een vol terras een terrasstoel uit mijn handen trekt en neerploft, en
onvriendelijk bedienend personeel. Het zijn in feite onbelangrijke zaken,
en ik ben helaas niet gevat genoeg om direct een grapje te maken over de
situatie, dus in de praktijk druip ik gewoon af. Ik blijf dan echter
zitten met het gevoel dat ik over me heen heb laten lopen. Hoe zou ik
adequaat kunnen reageren op dergelijke kleine onbeleefdheden?
Afgebluft en sprakeloos
Beste Afgebluft,
Onbeleefdheden van onbekenden zijn buitengewoon lastig om mee om te gaan,
omdat escalatie op de loer ligt. Elke reactie van de gepikeerde persoon
heeft al snel iets korzeligs, waardoor de andere partij zich beledigd
voelt, op zijn beurt boos reageert, u ook weer, enzovoort, totdat de ruzie
daar is. Ook, misschien zelfs wel vooral grapjes kunnen verkeerd
uitpakken. Denk aan: ‘Moeten we de trein halen?’ als reactie op iemand
die tegen u aan botst. De kans is niet onaanzienlijk dat u dan ‘Waar
bemoei je je mee?’ of ‘Had je wat?’ of ‘Hou je bek’ terugkrijgt.
Gewoon negeren bij gebrek aan beter, wat u doet, is verreweg het
verstandigste. Het geeft in ieder geval geen gedonder. Dit soort
uitwisselingen is meestal zonde van de tijd en genoegdoening krijgt u toch
niet. Haal uw schouders op en denk bij uzelf: die persoon is niet helemaal
in orde. De etiquette heeft geen handige subtiele zegswijzen paraat,
waarmee u iemand fijntjes op z’n nummer kunt zetten. Iemand die op z’n
nummer wordt gezet heeft dat maar al te goed in de gaten en wordt daar
alleen maar agressiever van.
Als u er energie voor hebt, kunt u de methode van de quasi-onnozele
proberen. Bijvoorbeeld in een geval als van de passpiegel of de
terrasstoel: ‘Neemt u mij niet kwalijk, u zag natuurlijk niet dat ik
hier stond/dat deze stoel bij mij hoort, wilt u alstublieft de andere
spiegel nemen/ een andere stoel pakken?’ Dan stelt u zich dus
superbeleefd op en doet alsof u ervan uitgaat dat een ander natuurlijk
nooit van z’n leven zo’n grofheid bedoeld kan hebben als hij/zij net
flikte. Heel misschien krijgt u dan een welgemeend excuus, maar meestal
zullen ze op onaangename toon ‘O, sorry hoor,’ tegen u snerpen. Gaat
het gesteggel niet om een caféstoel maar om iets begeerlijks als een
parkeerplaats, dan kunt u maar beter helemaal van uw rechten afzien. Als u
protesteert tegen iemand die het plekje inpikt, waar u net uw auto
achterwaarts in wilde draaien, dan loopt u een reëel risico op een pak
slaag of een mes tussen uw ribben.
Over onvriendelijke bediening in winkels of restaurants kunt u klagen bij
de chef. Dat is beter dan de persoon zelf aanspreken. Een vriendelijke
bediening hoort erbij in de dienstverlening en bij klachten zullen chefs
hier achter de schermen werk van maken, want dit type personeel kost
klanten en dat willen ze niet.
