Moderne Manieren

Beste Beatrijs,
Hoewel heel Nederland zich momenteel druk maakt over de asociale SUV's, ergeren mijn vrouw en ik ons de laatste tijd vooral aan een privé-vervoermiddel van minder patserig allooi: de zogenaamde Canta. Dit invalidenwagentje mag vanwege zijn geringe breedte ook op het fietspad, op het trottoir en in het winkelcentrum rijden. In onze woonplaats Amsterdam valt ons op dat het rij- en parkeergedrag van de Canta-bestuurders steeds meer op dat van de SUV-rijders gaat lijken. Wij werden onlangs op het fietspad luid toeterend van achteren benaderd door een Canta-bestuurder die klaarblijkelijk vond dat wij voor hem aan de kant moesten. De ingang van de Hema werd deze week geblokkeerd omdat er een Canta pal voor de deur stond, onder het afdak (het regende). Een rode Canta in onze fietsrijke buurt heeft al weken bezit genomen van de gehele fietsenstalling, door precies tussen twee fietsenrekken in te gaan staan. De Canta-rijders hoeven niet over een rijbewijs te beschikken, dat verklaart wellicht hun geringe verkeersinzicht. Toch is er in veel situaties mijns inziens ook sprake van gewone hufterigheid. Hier scheiden zich de wegen van mijn vrouw en mij. Zij stelt dat een Canta-bestuurder al genoeg zorgen heeft en dat we maar een oogje moeten toeknijpen als er zo’n karretje in de weg staat. Ik vind het juist een teken van integratie en acceptatie als je de Canta-bezitter aanspreekt op zijn hinderlijke gedrag. Of stel ik me te hard op?

Last van Canta’s

Beste Last van,
Ik zal het u sterker vertellen. Allerlei mensen, recht van lijf en leden, hebben zo’n (opgevoerde) Canta aangeschaft, omdat ze daarmee zonder rijbewijs de hele stad door kunnen scheuren (inclusief fiets- en voetpaden) en omdat ze die overal voor de deur op de stoep kunnen parkeren. Dat neemt niet weg dat ook invalide Cantabestuurders prima in staat zijn tot asociaal gedrag, wanneer dat hen toevallig beter uitkomt. Zoals bekend leidt het hebben van een lichamelijke beperking niet tot hoger normbesef. Uw vrouw vergoeilijkt dit gedrag omdat ‘de Cantarijder het al moeilijk genoeg heeft met het bestaan’. Dit is in strijd met de wens van gehandicapten zelf om niet te worden gediscrimineerd. Dat betekent: niet achterstellen, maar ook niet voortrekken. In hun invalidenvoertuig zijn ze verkeersdeelnemer als ieder ander, dus moeten ze zich net als iedereen aan de verkeers- en fatsoensregels houden. Iemand van de weg toeteren hoort daar niet bij en hinderlijk parkeren ook niet.
De overtreder erop aanspreken is weer een ander verhaal. Fout-parkeerders zitten per definitie niet in hun voertuig. De wegsleepdienst bellen is een mogelijkheid, maar daar moet je maar net voor gemotiveerd zijn. Winkelende voorbijgangers zullen er eerder morrend omheen lopen dan actie ondernemen. Als u een terechtwijzing overweegt, bij een Canta-buurman in de straat bijvoorbeeld, doe het dan zo vriendelijk en beleefd mogelijk. De meeste mensen raken buiten zichzelf van woede, als een buitenstaander meent hen te moeten corrigeren. Ook hierin vormen gehandicapten geen uitzondering. Het voordeel van gehandicapten aanspreken boven andere normovertreders is wel dat je van hen meestal geen fysiek geweld te duchten hebt. Kijk goed uit of er niet toch zo’n bonk van een meter in het vierkant met een omgekeerde honkbalpet en tatoeages in het autootje schuilgaat. In dat geval heel hard wegrennen.