| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
Beste Beatrijs,
Af en toe kom je ze nog tegen: heren die deuren voor je openhouden, je stoel
aanschuiven in een restaurant of je in je jas helpen. Deze heren vertonen
dit hulpvaardige gedrag uiteraard alleen bij vrouwen. Ik ben allergisch voor
dit gedrag, hoe goedbedoeld en welopgevoed ook. Hoe je het ook wendt of
keert, deze hulpvaardigheid gaat uiteindelijk uit van het idee dat de dames
te zwak of anderszins onbekwaam zijn om zelf hun jas aan te trekken. Ik kan
me heus voorstellen dat de heren in kwestie niet de bedoeling hebben
sekseongelijkheid te benadrukken, maar dat is onvermijdelijk wel wat er
gebeurt. Ik voel mij beledigd als ik op deze manier behandeld word.
Hoe reageer ik zonder de heren zich ongemakkelijk te laten voelen? Het is
voor mij geen optie om mij dit soort beleefdheid te laten welgevallen. Ik
wil graag als volwaardig mens worden behandeld, en dat gaat niet samen met
goedbedoeld seksisme. Aan de andere kant wil ik ook niet bot zijn of mannen
op hun nummer zetten. Bestaat er een vriendelijke manier om duidelijk te
maken dat ik het niet erg vind om als laatste te gaan zitten in een
restaurant?
Ik kan het zelf wel!
Beste Ik kan het zelf,
De traditionele mannelijke wellevendheid tegenover vrouwen heeft iets
dienstbaars. Allerlei klusjes die een vrouw uitstekend zelf kan opknappen,
zoals een jas aantrekken, een sigaret opsteken, een spin uit de weg ruimen
neemt een man voor z’n rekening. U vindt dat dit gedrag de mannelijke
superioriteit benadrukt. Daar hebt u wel gelijk in, maar het is meer dan
dat. Minstens zo belangrijk is de tentoongespreide welwillendheid. De
onderliggende betekenis van een beleefdheid als ‘Zal ik deze zware koffer
even voor u in het bagagerek leggen?’ is: machtsvertoon plus
vriendelijkheid. Het element van welwillendheid is essentieel, omdat mannen
nu eenmaal in staat zijn vrouwen fysiek te overweldigen. Een man die de
conventionele egards in acht neemt tegenover vrouwen (geheel los van hun
fysieke aantrekkelijkheid, zuiver en alleen vanwege hun sekse) toont zijn
vreedzame intenties. Het is een vorm van gestileerd kwispelen, en wat u hier
ook op tegen kunt hebben, het is en blijft een nuttig signaal. In deze tijd
van gelijkwaardigheid van de seksen zijn veel van die mannelijke galante
vormen weggesleten. Toch lijkt het uitgesloten dat het man-vrouw-onderscheid
helemaal verdwijnt uit het sociale verkeer. De omgang van de seksen staat
nog steeds bol van de seksediscriminerende uitingen. Zo gaan jonge meisjes
vaak aanstellerig giechelen, wanneer er een jongen in de buurt is.
Verwerpelijk gedrag natuurlijk, want in een sekseneutrale maatschappij is
het de bedoeling dat iedereen zich met elkaar als mens verstaat (en niet als
jongen/man tegenover meisje/vrouw). Maar het sekseneutrale ideaal is
onbereikbaar en voor de meeste mensen niet eens aantrekkelijk. Ook al zijn
veel galante conventies verdwenen uit het dagelijkse leven, er zijn nog
steeds mannen die ze toepassen én er zijn nog steeds vrouwen die erop
gesteld zijn.
U vraagt hoe u ervan gevrijwaard kunt blijven. Tja, ik moet zeggen dat uw
voorbeelden me niet erg aanspreken. Deuren openhouden voor de ander heeft
niets met seksisme te maken. Mensen worden geacht deuren niet in elkaars
gezicht te laten klappen, of er nu een man of een vrouw achter je aan loopt.
Als het om jassen ophouden gaat, kunt u zeggen met een vriendelijke
glimlach: ‘Dank je, ik doe het liever zelf, dat vind ik makkelijker.’ Het
aanschuiven van een dame haar stoel komt zelden voor. Hoogstens een
gedienstige ober in een heel duur restaurant doet dat nog. Al met al kan ik
me niet voorstellen dat u dagelijks hevig lijdt onder mannelijke egards.
Maak het niet erger dan het is. Beter een heer die beleefd het autoportier
voor u opent dan een heer die u op basis van gelijkwaardigheid wegduwt om
het laatste plaatsje in een treincoupé te bemachtigen.
Beste Beatrijs,
De laatste weken heb ik (vrouw van even in de zestig) een aantal
afspraakjes gehad met heren, met wie de contacten via een gerenommeerde
website tot stand waren gekomen. Over het algemeen vonden die eerste
ontmoetingen plaats in een eenvoudige gelegenheid, zoals de
stationsrestauratie of een museumcafé. Ik verwachtte dat de heer bij
aankomst en vertrek mij zou helpen bij het uit- en aantrekken van mijn
mantel en me een kopje koffie zou aanbieden. Dit bleek echter helemaal
niet te gebeuren. Voor mij maken deze kleine attenties het leven zoveel
aangenamer. Zijn mijn verwachtingen te hoog gespannen? Als je ervan uit
gaat dat mensen bij een eerste ontmoeting hun beste beentje voorzetten,
dan zal bij eventuele volgende ontmoetingen het niveau van hoffelijkheid
er niet hoger op worden. Of zijn deze kleine egards niet meer van deze
tijd?
Vrolijke weduwe
Beste Vrolijke weduwe,
De specifieke etiquette rond consumpties betalen is niet van toepassing op
kennismakingsgesprekken. Dit zijn tenslotte geen romantische afspraakjes,
maar zakelijke ontmoetingen om te onderzoeken ‘of het iets kan worden’.
Het is beter als betrokkenen voor zichzelf betalen. Als de heer de
rekening betaalt, staat u meteen al enigszins bij hem in het krijt. En
wilt u dat wel? De vrouw vrijhouden, haar consumpties betalen is een teken
dat de man haar aardig, belangrijk, enzovoort vindt. Beter om dat teken te
geven als het uit het hart komt (bij een eventueel volgend afspraakje) en
niet bij wijze van standaardroutine.
Wat het manipuleren met jassen aangaat: ach ja, een galante heer kan dat
doen. Maar zoek er niet teveel achter, als hij het niet doet. Zoveel
vrouwen, ook zestig-plussers, trekken jaren achter elkaar geheel
zelfstandig en onbekommerd hun jas aan en uit. Die kijken vreemd op als
een man ineens die jas uit hun handen rukt en hem voor haar op gaat
houden, zodat zij haar armen erin moet wurmen. Zelf doen gaat toch veel
makkelijker?
Beste Beatrijs,
Wanneer ik op mijn werk de personeelsruimte uit wil gaan en iemand anders
wil op hetzelfde moment naar binnen, houd ik altijd de deur open om de
ander binnen te laten en vertrek daarna zelf. Een collega is van mening,
dat het juist andersom moet: dat ik eerst de ruimte moet verlaten en de
deur aan hem moet overgeven. Wat is uw mening hierover?
Niet samen door een deur
Beste Niet samen,
Mensen die ergens uitstappen (bus, trein, veerpont) of ergens uitgaan
(winkel, huis, bioscoop, restaurant) hebben uit oogpunt van efficiëntie
voorrang boven mensen die naar binnen willen. Zo kunnen ze plaatsmaken
voor de nieuwkomers. Buiten, in de open lucht, in de wijde wereld is meer
ruimte dan binnen. Dus uw collega heeft gelijk: u moet er eerst uit, houdt
zonodig de deur vast en geeft die over aan degene die naar binnen wil.
Tenzij het een loodzware, naar binnen slaande deur is, waarvan het
handiger is als de vertrekker hem even vasthoudt, terwijl de binnenkomer
doorloopt.
Beste Beatrijs,
Als jongeman van 21 valt je de eer en mijns inziens ook de plicht te beurt
om vrouwen van globaal gelijke leeftijd naar huis te brengen, als de zon is
ondergegaan. Het is natuurlijk de sport dat je bij het uitgaan van een
activiteit het leukste meisje uitzoekt om naar huis te brengen, al moet je
daar tien kilometer voor omfietsen. Nu gebeurt het af en toe dat een meisje
zegt: ‘Nee, ik rijd zelf wel naar huis, jij moet veel te ver omfietsen, en
dat wil ik echt niet.’ Bijkomend probleem: dat zijn vaak de allerleuksten.
Wat is dan hoffelijkheid? Erop staan om haar naar huis te brengen of haar
wens gehoorzamen en haar alleen laten gaan?
Galante ridder in opleiding
Beste Galante ridder,
Volgens mij bent u te laat als u bij het sluiten van de uitgaansgelegenheden
om u heen kijkt en een vrouw uitzoekt om naar huis te brengen. De correcte
gang van zaken is dat een heer een dame thuisbrengt, met wie hij een
afspraakje had, dan wel die hij in de loop van de avond opgedoken heeft,
c.q. met wie hij een conversatie van langer dan een uur gevoerd heeft. Men
overvalt geen loslopende vrouwen met wie eerder op de avond niets gedeeld
werd, met een aanbod hen naar huis te begeleiden.
Aandringen lijkt me niet raadzaam. Iedereen weet wat er met ‘naar huis
brengen’ wordt bedoeld. Misschien vraagt het meisje u nog even mee naar
binnen voor een kopje kruidenthee of om haar cavia te bekijken. Wie weet wat
daar nog allemaal van kan komen. Als het meisje uw naar-huis-breng-aanbod
afslaat, betekent dat dat ze u wil behoeden voor een zinloze omweg van tien
kilometer fietsen. Vraag haar of ze het zeker weet en verzeker haar dat zo’n
eindje u geen enkele moeite kost. Als ze bij haar weigering blijft, dan legt
u zich daar bij neer. De vrouw beslist of ze een begeleider wil of niet.
Beste Beatrijs,
Ik (man van 50) ben opgevoed met het idee dat een man zich hoffelijk
gedraagt tegenover vrouwen. Ik maak autoportieren open voor dames, help ze
in hun jassen, laat ze voorgaan, houd deuren voor ze open, geef ze
vuurtjes, voor zover ze nog roken. Dit gaat vanzelf en ik bedoel er verder
niets mee. Toch word ik wel eens terecht gewezen door een dame, die me
lichtelijk gepikeerd toevoegt dat ‘ze heus wel zelf haar jas kan
aantrekken of een deur kan openmaken’. Dit soort opmerkingen maakt me
onzeker. Is mijn manier van hoffelijkheid anti-feministisch? Kan ik er
maar beter mee ophouden?
Gehecht aan egards
Beste Gehecht,
Ach, verlangt niet iedere vrouw naar een man die zijn jas over een
modderplas neervleit, zodat zij er met haar dure pumps onbezoedeld
overheen kan trippelen? Kennelijk niet. Een snauw en een grauw kun je
krijgen voor een galante geste! Dit is symboolfeminisme van het
goedkoopste soort, alleen beoefend door zuurpruimen. Maar goed, veel van
de beleefdheidspatronen tussen man en vrouw zijn inderdaad weggesleten
door het gelijkheidsethos. Zo’n patroon van voorrang geven, jassen
ophouden en deuren openmaken detoneert in de hedendaagse werksfeer, waar
mannen en vrouwen geacht worden als gelijkwaardige collega’s met elkaar
om te gaan. Op het werk geldt de regel: wie het eerst bij een deur is,
houdt die voor de ander open ongeacht de sekse. In de sociale sfeer
daarentegen is er nog wel ruimte voor conventionele egards. Vrouwen, ook
de streng-feministische, hebben meer waardering voor een charmante man dan
voor een lomperik. Al vinden veel vrouwen het lastig om zichzelf in de
mouwen van een opgehouden jas te wurmen.
