Beste Beatrijs,
Ik ben een vrouw van 52 en sinds 10 jaar chronisch en progressief ziek. Ik
ben heel slecht ter been en heb veel pijn. Ik heb nooit veel vrienden gehad
en toen ik ziek werd, bleef er geen enkele over. Ook met mijn familie heb ik
weinig contact meer. Ik heb de indruk dat men zich alleen nog maar uit
fatsoen verplicht voelt te bellen of te mailen.
Nu zit mij het volgende dwars: heel vaak vraagt men mij ‘Hoe gaat het?’
en dan weet ik niet meer wat ik daarop antwoorden moet. Als ik echt vertel
hoe het gaat, dan voel ik mij een vervelende zeur. Antwoord ik: ‘Goed!’
dan is dit domweg niet waar. Als ik het onderwerp ziekte en pijn vermijd,
dan hoor ik vaak de conclusie: ‘Nou ik ben blij dat het beter met je gaat!’
en dat is dan onjuist. Ik heb dan weer de neiging om te benadrukken dat dit
beslist niet het geval is, waarna het gesprek toch weer in een bedrukte
sfeer eindigt. Erg vervelend.
Ik wil heus geen vervelende verhalen aan iemand opdringen die daar maar
weinig belangstelling voor heeft maar ik wil de waarheid ook geen geweld
aandoen. Of moet ik dat wel?
Liegen of zeuren?
Beste Liegen of,
Pijn en ziekte zijn geen aangename onderwerpen om te bespreken, zeker
wanneer er geen hoop op vooruitgang in zit. Iedereen voelt zich daar
ongemakkelijk bij, zowel degenen die lijden als degenen die meeleven.
Als men u vraagt ‘Hoe gaat het?’ hoopt men natuurlijk te horen dat het
iets beter gaat of dat u in een goede stemming bent wegens het een of ander.
Dat u chronisch en progressief ziek bent, weet men al, en mensen (u incluis)
willen daar lang niet altijd over praten, omdat het een deprimerend
onderwerp is.
Tenzij er wél iets acuuts aan de hand is, lijkt me het beste antwoord voor
u in deze omstandigheden: ‘Gewoon, hetzelfde, niets bijzonders.’ Om er
onmiddellijk op te laten volgen: ‘Maar hoe gaat het met jou?’ Het
voordeel van ‘Gewoon’ zeggen op de vraag ‘Hoe gaat het?’ is dat de
luisteraar weet dat er niets veranderd is, vergeleken met de vorige keer dat
jullie elkaar spraken. Het antwoord geeft ook aan dat u op dat moment niet
zo’n zin hebt om over uw ziekte te praten, maar dat u liever luistert naar
wat de ander heeft te zeggen. De waarheid (dat u zich ellendig voelt) wordt
in zo’n gesprek niet echt uitgediept. Maar dat hoeft ook niet altijd. Soms
wel, maar niet altijd. Over sommige waarheden valt nu eenmaal weinig te
zeggen, behalve dat het afschuwelijk is.
Dit wil niet zeggen dat de mensen die u opzoeken, bellen of mailen, niet
weten hoe erg het met u is. Dat beseffen ze best. Beschouw het feit dat ze
toch nog steeds contact met u zoeken niet alleen als een fatsoensgeste, maar
ook als een bewijs van betrokkenheid en liefde. Als men concludeert: ‘Nou,
ik ben blij dat het beter met je gaat,’ zeg dan: ‘Het gaat helemaal niet
beter met me, maar ik word altijd wel opgewekt van je bezoekjes.’
