Moderne Manieren

| 1 | 2 | 3 |

Beste Beatrijs,
Ligt het aan mij als ik de huidige opstelling van organisaties, bedrijven en particulieren onbeschoft vind, wanneer zij als enige mogelijkheid om te reageren een e-mailadres of website geven? Ik vind steeds minder een gewoon postadres of telefoonnummer onder publicaties, dus staan wij (niet-computerbezitters) al jaren aan de kant. Zelfs uw Trouw weet in het artikel ‘Afscheid van de brief’ niet hoe het hoort en scheept ons weer af met een website. Hoe denkt u hierover?

Liever met de pen

Beste Liever met de pen,
U beklaagt zich over het feit dat organisaties, bedrijven en particulieren alleen e-mailadressen vermelden als reactiemogelijkheid. U hebt gelijk dat er altijd een postadres te vinden moet zijn om een brief naar toe te sturen. Voor kranten is dat ook zonder uitzondering het geval. Als u een brief naar Trouw wil sturen, kunt u het postbusadres bovenaan op de voorpagina vinden. Met particulieren (familie, vrienden, kennissen) zult u ook geen probleem ondervinden. Die staan toch gewoon in uw adresboekje?
Dat bedrijven en instellingen de voorkeur geven aan reacties via e-mail kunt u hen niet kwalijk nemen. Meer dan 90 procent van de Nederlandse huishouden beschikt over een computer, dus de meeste mensen voeren hun correspondentie via e-mail. Zowel op zakelijk als persoonlijk vlak. Dat is nu eenmaal het efficiëntst. Als Trouw een wedstrijd ‘wie schrijft de mooiste brief’ onder lezers houdt, dan willen ze die teksten graag via internet aangeleverd krijgen, daar kan ik inkomen. Geschreven teksten kosten veel meer tijd om te verwerken (in dit geval kopiëren, verspreiden onder juryleden, intikken om op de website te plaatsen).
De geschreven brief is onmiskenbaar en onontkoombaar op z’n retour. Ik raad u aan om aan te haken bij deze ontwikkeling en ook een computer te nemen. Ze zijn allang niet meer duur, en u hebt met wat hulp van een cursusje of een kennis of familielid binnen een mum van tijd onder de knie hoe het werkt. Los daarvan moet er natuurlijk altijd een postadres beschikbaar zijn. Als u een adres of telefoonnummer zoekt van een bedrijf of instelling, kunt u het opzoeken in het telefoonboek. Via internet beschikt u automatisch over de telefoongids van heel Nederland. Handig hoor!


Beste Beatrijs,
Condoleances en felicitaties moeten handgeschreven zijn evenals de adressering op een persoonlijk rondschrijven als een uitnodiging, heb ik vroeger geleerd. Tegenwoordig ontvang ik regelmatig huwelijksaankondigingen, geboortekaartjes, overlijdensbrieven met een geprint etiket. Zelfs de vakantiegroeten uit Zwitserland en Sri Lanka zijn voor-geadresseerd. Ik begrijp het gemak wel, maar kan toch nooit het gevoel dat dat niet hoort helemaal van me afzetten. Soms betrap ik me erop te denken: ‘Hé, dat valt me tegen...’ Daarom mijn vraag aan u, ook met het oog op een komende gebeurtenis in mijn eigen familie, wanneer er zo’n tweehonderd enveloppen de deur uit moeten. Is het onderscheid tussen handgeschreven adressering en uitgeprinte etiketten ouderwets en maak ik het mezelf nodeloos moeilijk om daaraan vast te houden?

Schrijven of printen?

Beste Schrijven of,
Het handschrift gaat teloor. Dat is onvermijdelijk, nu iedereen alle correspondentie via de computer afhandelt. Behalve nostalgie valt er weinig overtuigends in te brengen tegen het fenomeen van het geprinte etiket. Toch blijft staan dat een handgeschreven envelop duidt op persoonlijke post en daarom meer nieuwsgierigheid wekt dan de zoveelste circulaire. Zoals de dichter Leonard Nolens schreef: ‘Ik lees zo graag mijn naam en adres / in andermans handschrift.’ Een geprint etiket op een vakantie-ansichtkaart vind ik nogal ver gaan. Dan zal het geschrevene wat ernaast staat ook wel een standaardbericht zijn. Maar goed, u mag nog blij zijn dat u een persoonlijke kaart krijgt in plaats van een rondzend-e-mailtje met de vakantiegroeten. Wat de adressering betreft: op een persoonlijke brief of kaart aan één persoon hoort geen geprint adres, voor een standaardbericht aan tweehonderd mensen is daar niets op tegen.


Beste Beatrijs,
De laatste jaren maken mijn vrouw en ik (beiden 65-plus) veel gebruik van e-mail, zowel in zakelijke context, in ons vrijwilligerswerk, als bij het corresponderen met (naaste) familieleden, vrienden en kennissen. Naar ons gevoel is er wel iets van waarde verloren gegaan, nu brieven vrijwel in onbruik zijn geraakt en vervangen door dit vluchtiger medium. Maar brieven kun je nauwelijks meer van iemand verwachten, en ook wijzelf zien het voordeel in van het veel snellere contact en de kostenbesparing, factoren die vooral tellen in correspondentie met het buitenland.
Wel is het ons opgevallen dat het zowel in zakelijke als persoonlijke e-mails buitenissig lijkt te worden om een zekere hoffelijkheid te betrachten. Afhankelijk van de aangeschrevene beginnen wij nog steeds met: ‘Lieve’, ‘Beste’ of ‘Geachte’, en eindigen met ‘Vriendelijke groeten’, of iets dergelijks. Omdat de aan ons gerichte berichten veelal niet van een aanhef zijn voorzien, of beginnen met ‘dag Piet’, ‘Hoi’, of ‘Hoi Marie’, vragen wij ons af of we zelf nog wel op de oude voet moeten doorgaan. Het kan hem toch niet zitten in de te verwaarlozen tijd die het vergt om nog iets van zulke briefgewoontes in stand te houden? Het lijkt erop dat beleefdheid niet passend wordt geacht in de e-mail-wereld, en zelfs geforceerd vermeden. Onnodige verkilling, of beelden we ons dat maar in?

Heimwee naar de brief

Beste Heimwee,
Ik betreur zelf ook het verdwijnen van de brief als communicatiemiddel. De brief is toch een wezenlijk ander medium, reflectiever, bedachtzamer en niet te vergeten tastbaarder. Die mailtjes verdwijnen in het elektronisch niets, terwijl het herlezen van een oude brief meteen een wereld oproept.
Nu ja, uw vraag ging over de e-mailconventies. Persoonlijk vind ik wel degelijk dat e-mails, ook al zijn ze informeler, globaal hetzelfde stramien moeten volgen als brieven. Dus met een aanhef en een afsluiting, geen type-, spel- of grammaticale fouten, met normale interpunctie en hoofdlettergebruik graag. Maar ja, ik ben journalist. Ik houd van het geschreven woord, of dit nu met de hand of via een toetsenbord tot stand komt, en ik vind het er mét in achtneming van de regels mooier uitzien dan zonder. Gezien de overweldigende hoeveelheid voorbeelden van het tegendeel, ben ik in dit opzicht waarschijnlijk professioneel gedeformeerd.
Ik raad u aan om toch gewoon uw eigen standaarden te volgen. Dus als mensen u mailen: ‘hé ouwe knakker hoest ermee?’, dat u dan terugmailt: ‘Beste Karel, Dank voor je bericht...’ enzovoort. E-mail is uiteindelijk evenals een brief iets persoonlijks. Ook in een e-mail laat u iets van uzelf zien, hoe u bent, hoe u zich uitdrukt, wat uw stijl is. Schrijf e-mails die bij u passen en doe niet mee aan een of andere (niet eens bestaande) norm van slonzigheid of aan de breed in praktijk gebrachte hupsakee-stijl. En probeer u niet teveel te ergeren. Het is geen teken van verkilling, maar van te ver oprukkende informaliteit - die zie je op veel meer fronten in de maatschappij. Men probeert met die losheid eerder een toffe indruk te maken dan een kille.