Spring naar inhoud


Heimwee naar saaie routineklusjes

Soms mis ik het huishouden. Nee, ik bedoel niet ramen zemen, vloeren dweilen en de badkamer schrobben – daarvoor heb ik sinds jaar en dag mijn trouwe wekelijkse schoonmaakhulp. Wat ik mis is de volheid van het leven in een vijfpersoonshuishouden met opgroeiende kinderen. Die periode die, inclusief langzame op- en afbouw, zo’n jaar of twintig in beslag nam stond grotendeels in het teken van verplichtingen. Voortdurend moesten er dingen gebeuren waar niet aan te ontkomen viel. Op en neer naar het schoolplein, kinderen halen en brengen naar vrijetijdsbezigheden, naar de supermarkt, eten koken, de was doen, zelf werken tijdens kantooruren, kindvriendelijke vakanties houden, wakken in de agenda creëren voor kindvrije activiteiten, enfin de hele mikmak.

Ik haast me om eraan toe te voegen dat dit leven me niet zwaar viel. Ik had er tenslotte in volle toerekeningsvatbaarheid voor gekozen en ik heb het met overtuiging en genoegen gedaan. Dit neemt niet weg dat als mij gevraagd wordt wat ik leuker vind: op de bank hangen met een mooi boek of het zoveelste kinderpartijtje plannen en uitvoeren, de keus niet moeilijk is. In die zin bestond de hele agenda van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat wel degelijk uit verplichtingen. Ik herinner me krachtige geluksmomenten, als iedereen vredig lag te slapen en ik alleen in de huiskamer zat met een eigen muziekje en eindelijk de tijd om mijn eigen gedachten te volgen.

Ik moest aan die spitsuurperiode denken, toen ik in The Atlantic een interviewtje las met Charles Simonyi, een computerspecialist die veel heeft betekend voor het succes van Microsoft en tegenwoordig een eigen bedrijf leidt, Intentional Software. Volgens Simonyi is de software van computers hopeloos achtergebleven bij de ontwikkeling van hardware. De rekenkracht van micro-electronica is exponentieel gegroeid, maar het ontbreekt aan inhoudelijk vernieuwende toepassingen. Deze complexe onderneming komt neer op het overdragen van menselijke intelligentie op computers. Spellingcheckers en vertaalprogramma’s (van het Chinees in het Engels of welke taal dan ook) zijn voorbeelden van redelijk werkende slimme software.

Simonyi verwacht dat er binnen vijf tot tien jaar een persoonlijke assistent in de vorm van een app op de markt komt, die afgestemd is op voorkeuren en behoeftes van een individu en behulpzaam kan zijn in het organiseren van het dagelijks leven. Behalve toepassingen in de gezondheids- en ouderenzorg ziet hij als belangrijkste nut van intelligente software dat mensen routinetaken kunnen afstoten en zich kunnen concentreren op waar het echt om gaat in het leven: contacten met andere mensen, zelfverheffing door middel van kunst en wetenschap.

Of vogels spotten in de natuur, scheepjes in flessen construeren, nachten lang doorhalen in het uitgaanscircuit, survivallen in de woestijn, dvd-series kijken tot je een ons weegt – de invullingen van ‘waar het leven echt om gaat’ zijn onuitputtelijk. Het lijkt twijfelachtig of het afschuiven van saaie routineklusjes naar een persoonlijke assistent wel zo bevrijdend werkt. Dat je de was in een machine kunt stoppen en niet meer hoeft te schrobben op een wasbord heeft tot een enorme verlichting van het huishouden geleid. Maar als je je er helemaal niet meer mee hoeft bezig te houden, omdat een of andere slimme app (een soort robot?) die taak voor zijn rekening neemt, en als hij toch bezig is, meteen de planten water geeft en de kattenbak verschoont, blijft er wel heel weinig routine over voor de eigenaar des huizes.

Nu al voel ik me schuldig, omdat mijn productiviteit niet is toegenomen vergeleken met de jaren dat mijn leven dichtgetimmerd zat met routine, laat staan met een slimme app. Ik heb alle tijd om me te concentreren op activiteiten die er werkelijk toe doen, maar ik kan niet zeggen dat er meer uit mijn vingers komt. Sterker nog, het was eigenlijk wel prettig om het zo druk met routine te hebben dat ik geen tijd had om me af te vragen of ik mijn potentieel wel vervulde. Misschien klopt Simonyi’s vergezicht niet en vormen routinetaken de kern van het leven, terwijl de rest fluff is. Zoals de oude vrouw in het gedicht van Annie Schmidt die mijmert over haar woede als kind, toen ze van haar moeder die vervelende erwtjes moest doppen: ‘Ah ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,/ daar in mijn moeders huis op het balkon,/ bezig met erwtjes doppen in de zon./ Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

Artikelen in Column.


0 Responses

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan