Beste Beatrijs,
Anderhalf jaar geleden is mijn dochter dodelijk verongelukt. De precieze toedracht van het verkeersongeval is nog steeds niet bekend. Niettemin word ik ongevraagd geconfronteerd met opmerkingen als "Zij heeft zélf meegewild" (het gebeurde, terwijl zij op reis was voor haar werk), "Het was Gods wil" en variaties hierop. Ik raak hiervan altijd nogal overstuur, en als ik hier tegenin ga, vindt men mij weer overdreven. Wat vindt u daar nu van?
Gewonde moeder
Beste Gewond,
Na wat er met uw dochter is gebeurd past slechts één reactie: Wat
verschrikkelijk! (wat afschuwelijk, vreselijk, enzovoort). Alle andere,
zogenaamd opbeurende of troostende woorden zijn verkeerd. De door u
geciteerde opmerkingen zijn in hun stuitende botheid volstrekt misplaatst.
In hun onnozelheid menen mensen soms met kwezelige clichés over Gods
bedoelingen met de mensheid aan te moeten komen zetten. En wanneer zij u
erop wijzen dat het uw dochters eigen keuze (lees: schuld) was, lijken ze
te beweren dat ze zelf natuurlijk nooit zo stom zouden zijn om voor hun
werk op reis te gaan.
Dit soort commentaar is zo verachtelijk, dat u deze mensen gevoeglijk voor
de rest van uw leven uit uw sociale cirkel kunt schrappen. Als iemand nog
eens zo tegen u van wal steekt, moet u er niet eens tegenin gaan. Geef zo
iemand de vriesblik (kijk op een ijzige manier dwars door de persoon
heen), zeg: "Ik praat hier liever niet over," draai u om en kijk
hem of haar nooit meer aan.
