| 1 | 2 |
Beste Beatrijs,
Ik ben net begonnen in een nieuwe baan. Ik heb geen vaste plaats, ik ben
een van de weinigen die hier een flexplek heeft: ik zit achter een bureau
van iemand die die dag niet werkt. Daardoor heb ik het gevoel alsof alle
kamers een beetje mijn kamers zijn. Als een deur gesloten is, loop ik
erdoor naar binnen om er te halen wat ik moet halen. Hierop werd ik
aangesproken door een collega. Ze zei dat ze het zeer ongepast vond dat ik
binnen liep terwijl de deur dicht was, en dat ik bovendien moet hebben
gemerkt dat het gesprek verstomde toen ik binnenkwam.
Ik legde uit dat ik de kamer had gezien als ook de mijne, al zat ik die
dag op een andere flexplek en dat het daarom niet in me op was gekomen om
te kloppen voordat ik binnenkwam. Wat ik er nog niet bij zei (maar wat ik
wel dacht) was dat ik het ongehoord vind dat het gesprek stil valt als ik
binnenkom. Daarmee krijg ik als nieuwkomer het gevoel dat ik word
buitengesloten. Hoe hoort het eigenlijk?
Binnen zonder kloppen
Beste Binnen zonder,
U hebt geen vaste werkplek in uw nieuwe baan. Dit geeft u het gevoel dat
alle kamers een beetje de uwe zijn. Dit is een misvatting. Het juiste idee
is dat geen enkele kamer de uwe is. Er is kennelijk ruimtegebrek op uw
werk, u bent een nieuweling, u begint onderaan de hiėrarchie als nomade
zonder eigen bureau. Dit houdt in dat u andermans territorium respecteert
en dat u moet kloppen op de deur van een dichte kamer. Het is immers uw
kamer niet! Op de meeste kantoren staan deuren gewoonlijk open, zodat
mensen vrijelijk bij elkaar naar binnen kunnen lopen om iets te pakken of
iets te vragen. Als de deur dicht is, betekent dit dat er een gesprek
onder vier ogen wordt gevoerd. Anderen mogen in dringende gevallen nog wel
binnenkomen, maar er moet eerst worden aangeklopt. Vervolgens valt het
gesprek stil. Natuurlijk valt het gesprek stil het wordt verstoord
door een indringer! Wie weet zitten ze daar te solliciteren of
functioneringsgesprekken te voeren of andere precaire informatie door te
nemen, waar collega’s niets mee te maken hebben.
U zou u dus moeten verontschuldigen bij uw collega, bij wie u zomaar
binnen kwam stommelen. En wen uzelf aan altijd te kloppen op dichte deuren
die niet de uwe zijn, of het nu op het werk, thuis, bij familie of
vrienden is.
Beste Beatrijs,
Ik ben in een (zakelijk) gesprek met mijn collega. Opeens komt er een (soms
hiėrarchisch hoger geplaatste, maar niet altijd) andere collega binnenlopen, die zich
zonder enige inleiding of verdere plichtpleging tot mijn gesprekspartner richt en ons
gesprek aldus abrupt onderbreekt. Die gesprekspartner gaat daar dan - en dat is nu precies
waar ik me mateloos aan erger - onverwijld op in, zodat er op slag een geheel nieuw
gesprek ontstaat, en ik dus eigenlijk maar het best door de zijdeur af kan gaan.
Nu lijkt misschien het dominante gedrag van de nieuwkomer de storende
factor, maar voor mijn gevoel is het juist mijn 'oude' gesprekspartner die de nieuwkomer
duidelijk zou moeten maken dat hij al in gesprek is. Dat laatste nu gebeurt zelden of
nooit.
Ben ik
overgevoelig of hoort dit gewoon bij de nieuwe tijd? (Ik ben 61 jaar oud).
Geėrgerd door gespreksonderbrekingen
Beste Geėrgerd,
Als de chef binnenkomt, ligt iedereen met de pootjes omhoog. Daar helpt
geen moedertjelief aan. De ene baas verontschuldigt zich als hij een gesprek onderbreekt,
de andere neemt die moeite niet, maar ter zake komen doet hij hoe dan ook. Hij is immers
niet voor niks z'n kamer uitgelopen om werknemer Jansen op te sporen? Hij kan dan maar
beter meteen met z'n dringende kwestie voor de draad komen, want 'Jansen, kan ik je zo
meteen even spreken?' klinkt ook weer zo omineus.
Het is het prerogatief van chefs om hun ondergeschikten te onderbreken in hun bezigheden
(Stop de persen! Infanterie naar voren! Lees dit rapport!) Ergernis hierover heeft geen
zin. Bij onderbrekingen door collega's van gelijke of lagere status ligt het anders.
Degene die in de wacht wordt gezet voelt zich gepasseerd. De ene keer terecht, de andere
keer ten onrechte, want soms gaan onderbrekingen inderdaad over iets belangrijkers dan het
gesprek dat gaande is. Naarmate organisaties een minder strikte hiėrarchie kennen, zullen
werkers gemakkelijker bij elkaar binnenlopen om even iets door te nemen. Onder de moderne
versoepeling van formele 'wie rapporteert aan wie' structuren wordt aandacht vanzelf iets
om over te concurreren. Degene die de meeste telefoontjes, e-mails, memo's ontvangt en
voortdurend door collega's aangeschoten wordt, geniet de meeste status. En zo wordt Jan
die met Piet aan het praten is over de problemen met de boekhouding opzij geschoven door
Klaas die ook zo z'n problemen heeft. Of alleen maar een mop komt vertellen. Piet
glorieert. Kijk eens hoe onmisbaar en populair hij is! Als
u zich niet op de manier van uw collega's wilt werpen in een concurrentieslag om aandacht
(en iets in uw brief zegt me dat u daar niet voor voelt), dan moet u gewoon uw eigen gang
gaan. Bevinden uw collega's zich op uw kamer, dan verzoekt u hen vriendelijk hun gesprek
elders voort te zetten, omdat u nodig aan het werk moet. Zit u ergens anders, dan
retireert u met dezelfde verklaring naar uw eigen bureau. Het lijkt misschien op 'afgaan
langs een zijdeur', maar dat is het niet. De gesprekskapers zijn niet uw superieuren, aan
wie u verantwoording schuldig bent, maar collega's met wie u overleg pleegt. Wordt het
overleg gesaboteerd, dan stoomt u rustig door en neemt de beslissingen zelf.
