Beste Beatrijs,
Mijn vrouw en ik zijn bevriend met een echtpaar van wie de man een tijdje
geleden de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Zij klagen regelmatig over
inkomensachteruitgang. Zelf moet ik nog een aantal jaar werken. Ons inkomen
ligt iets boven modaal. Door omstandigheden zijn mijn vrouw en ik vorig jaar
niet op vakantie geweest. Het vakantiegeld hadden we apart gezet en voor dit
jaar besloten we iets speciaals te gaan doen: een cruise in de Caraïben van
twee weken. Normaal hebben we kampeervakanties. De reis is inmiddels achter
de rug en we hebben geweldig genoten. Onze vrienden gaven misprijzend
commentaar in de trant van ‘wie het breed heeft, laat het breed hangen’.
Niet alleen op deze vakantie trouwens, maar in het algemeen. Schaffen we
iets aan of gaan we een dagje met onze kleinkinderen uit, dan krijgen we
reacties als ‘Dat kunnen wíj niet betalen!’ Terwijl wij helemaal geen
extravagante uitgaven doen. Ook wij letten op aanbiedingen en kopen kleding
in de opruiming. Misschien valt ons inkomen over een aantal jaren ook erg
tegen. We hebben al eens voorzichtig gezegd dergelijke kritiek niet leuk te
vinden, maar dan komt er een soort tegenreactie dat wij onszelf maar erg
begenadigd moeten vinden. Hoe moeten wij hier mee omgaan?
Geen geld als water
Beste Geen geld,
Uw vrienden gedragen zich nogal zuur. Klagen over gebrek aan geld is om te
beginnen al vervelend om aan te horen. Verder is het ongepast om iemand
kwalijk te nemen dat hij meer koopkracht heeft. Afgunst kan men beter voor
zich houden. Als dit een terugkerend verwijt is, vraag ik me af of dit wel
zulke leuke vrienden zijn. Als u niets meer kunt ondernemen zonder door hen
als rijke patsers te worden aangemerkt, dan is er misschien te weinig
gemeenschappelijke grond voor een vriendschap?
Zie het nog even aan en pareer hun agressie intussen met als boetekleed
vermomde ironie: ‘Het spijt ons vreselijk dat we jullie ontrieven met onze
cruisevakantie / uitstapje naar de Efteling / concertbezoek. As op ons
hoofd! Hoe kunnen we het goedmaken?’
