Beste Beatrijs,
Op groepsreis in Thailand merkten wij dat een, aanvankelijk wat stille,
reisgenoot verstandelijk gehandicapt was. Deze jongen van een jaar of 35
was contactgestoord, en áls hij deelnam aan een conversatie was hij niet
te volgen. Het enige wat hij deed was al fotograferend achter de
reisbegeleider aanlopen, die zich geen raad wist met de situatie, maar
braaf deed waarvoor hij werd betaald – wat moest hij anders? De
deelnemers dineerden de eerste avonden nog samen met de reisleider en zijn
gehandicapte klant, maar uiteindelijk wist iedereen wel een manier te
vinden om zich aan de gezamenlijkheid te onttrekken. Achteraf heb ik een
naar gevoel overgehouden aan deze vakantie. Enerzijds voel ik als burger
de plicht een stap te doen richting verstandelijk gehandicapte medemens,
die baat heeft bij integratie, anderzijds wil ik op vakantie lekker
egoïstisch zijn, en alleen dingen doen waarin ik zin heb, en dat met de
mensen die ik leuk vind.
Liever lui dan moe
Beste Liever lui,
Wat u schetst is een buitengewoon onaangename gang van zaken. Nog niet
eens zozeer tegenover uw contactgestoorde groepsreisgenoot (met een beetje
geluk is het algehele vermijdingsgedrag hem niet eens opgevallen), alswel
tegenover de reisleider. Stel u voor dat deze gehandicapte 35-jarige met
zijn ouders op vakantie was geweest. Dat is een veelvoorkomende figuur bij
groepsreizen. Stel u voor hoe zo’n heel reisgezelschap tijdens alle
maaltijden deze ouders met hun zoon-waar-iets-mis-mee-is had gemeden alsof
het om stinkende gouwe ging. Dat is walgelijk, egoïstisch
uitsluit-gedrag. Of het nu ouders of de reisleider betreft maakt echt geen
verschil. De reisleider wil natuurlijk ook weleens een normale conversatie
met een normaal mens voeren, in plaats van voortdurend in z’n eentje met
een verstandelijke gehandicapte optrekken. In zo’n situatie moet de rest
van de groep ook enige verantwoordelijkheid nemen. Normaal gesproken deelt
men dan de rotklusjes door roulerenderwijs het zwarte schaap onder z’n
hoede te nemen. Zo erg is het toch niet om af en toe iemand in de buurt te
hebben, wiens conversatie niet te volgen is? Gewoon vriendelijk
toeknikken, van tijd tot tijd iets aardigs zeggen (‘Prachtige tempel,
nietwaar?’of: ‘Heb je ook zin in een ritje op een olifant?’) en
verder je eigen gesprekken voeren. Als iedereen net had gedaan alsof er
een kind met het uiterlijk van een volwassene bij had gezeten, was er
niets aan de hand geweest, was het voor de reisleider minder zwaar
geweest, en was u uw vakantieplezier heus niet misgelopen. Terecht voelt u
zich achteraf ontevreden over uzelf. U en de hele groep hebben zich
wezelachtig en onaardig gedragen.
