Beste Beatrijs,
Mijn zus - die elders woont - moest hier in de buurt zijn en nodigde me
uit daarna samen iets te gaan drinken, zij wilde me tracteren. We gingen
naar een gezellig restaurant aan een recreatieplas. We genoten van elkaar,
het lekkers en het mooie weer. Toen de serveerster langs kwam, maakte mijn
zus een praatje met haar en vervolgens bestelden we nog wat. We bleven
heerlijk lang zitten, maar aan alles komt een eind. M'n zusje rekende af
en...ik merkte dat ze geen cent teveel gaf, dus: geen fooi! Ik vond dat
enorm vervelend. Het meisje had ons goed en gezellig geholpen, het gebak
was prima, ik vond dat ze wel een extraatje verdiende. (Ik ken bovendien
de ergernis van mijn eigen bij-verdienende kinderen over al die ‘zunige
Hollanders’!) Was mijn gêne hierover onnodig, of mocht de (jonge)
serveerster toch iets verwachten van ons?
Bereidwillige fooien-gever.
Beste Bereidwillig,
Een fooi was in dit geval prima op z’n plaats geweest. De horeca is een
traditionele fooienfuik, waar mensen in een gezellige stemming geld
spenderen voor eten en drinken dat thuis veel goedkoper is. Obers en
serveersters verdienen weliswaar een salaris, maar het baantje is niet
echt een vetpot, het werk is tamelijk zwaar en extraatjes zijn altijd
welkom. Met het geven van een fooi kan de klant zijn waardering uitdrukken
voor de kwaliteit van de dienstverlening. Als ie niet tevreden is, geeft
ie niets. Uw zuster geeft blijkbaar principieel geen fooien (misschien
omdat ze het een rechts gebaar vindt?) – hoe dit ook zij, u had er zelf
een paar euro bij kunnen leggen uit uw eigen portemonnee. Dat had uw
zuster vast niet erg gevonden en de serveerster was blij geweest.
Beste Beatrijs,
Er waren tijden dat de kapper, busconducteur en ober een fooi kregen.
Daarna was er een tijd dat er 15 % bedieningsgeld op de rekening vermeld
stond. Volgens Trouw van 9 januari ligt de restaurantfooi nu tussen de 6,2
en 8,25 % in.
Is het eigenlijk niet een belediging, wanneer je obers een fooi geeft
omdat je denkt dat ze te weinig verdienen en zielig zijn? In een
kledingzaak zijn verkopers/sters met veel geduld en goede adviezen vaak
langdurig met een klant bezig. Verdienen deze mensen meer dan in de
horeca?
Wat te denken van de vele vrijwilligers in bijvoorbeeld verpleeg- en
ziekenhuizen of in de sportwereld, die allemaal belangeloos zeer nuttig
werk doen? Is een fooi nog wel op z’n plaats in deze tijd?
Afkerig van het fooi-systeem
Beste Afkerig,
Het belangrijkste wat u zichzelf moet inprenten is dat een fooi een
vrijwillig gebaar is. Niemand dwingt u om met deze gewoonte mee te doen.
De fooi is niets anders dan een blijk van waardering voor de geboden
service. Als een ober moeite doet om het de klant naar de zin te maken en
daarbij een glimlach vertoont, zullen klanten eerder geneigd zijn een fooi
te geven.
Horecapersoneel ontvangt vaker fooien dan winkelbediendes of kappers.
Misschien komt dat doordat het werk in de horeca zich vaker buiten
kantooruren afspeelt en ook algemeen als fysiek zwaar wordt beschouwd.
Zwaarder dan haren knippen of mensen in kledingkeus adviseren.
Ongetwijfeld speelt in de horeca (de vrijetijdssfeer bij uitstek) ook een
seksuele onderstroom mee. De vetste fooienstroom loopt van mannen - in een
tevreden stemming geraakt na enige alcoholische versnaperingen - naar
lieftallige serveersters. Raken de mannen nog beschonkener, dan hoeft de
serveerster niet eens meer jong en mooi te zijn. Vriendelijkheid volstaat
dan.
Krantenbezorgers, barkeepers en kamermeisjes vinden een fooi geen
belediging, want zij kunnen die extraatjes goed gebruiken. Zij doen
namelijk ongeschoold werk, en hoe nuttig dat werk ook is, we weten
allemaal dat dat geen vetpot is. Wie een fooi geeft, vindt niet dat de
fooi-ontvanger te weinig verdient of zielig is, maar wil de inzet van deze
specifieke werker complimenteren.
Vrijwilligers doen hun werk om te beginnen al niet voor geld, dus hun een
fooi geven slaat nergens op. Wel zullen ze een bosje bloemen of een ander
blijk van dankbaarheid in natura gracieus in ontvangst nemen.
De fooi is en blijft een gebaar van de financieel sterken naar de
financieel minder sterken en onderstreept daarmee de maatschappelijke
ongelijkheid. Zolang er rijken en armen bestaan, zullen er fooien worden
overgeheveld en aanvaard. Wanneer u hier moeite mee hebt, raad ik u aan u
nooit buiten de westerse wereld te begeven, want in de derde wereld is het
allemaal nog veel erger. Daar lopen verkeersboetes, omkoopprijzen,
afdingtactieken, gidsbetalingen en oplichterspraktijken naadloos in elkaar
over tot een gigantische fooien-extractie-business. En de toerist voelt
zich nog schuldig ook, want zij zijn arm en hij is rijk.
Beste Beatrijs,
Hoe is het nu eigenlijk gesteld met het fooienstelsel in
Nederland? Is het aan het verdwijnen omdat de meeste rekeningen al inclusief zijn of wordt
het nog steeds in stand gehouden door mensen die bang zijn voor 'krenterig' te worden
versleten? In principe geef ik zelf nooit en nergens fooien. Ik vind het niet meer dan
normaal dat iedereen zijn werk goed doet. Mensen horen niet afhankelijk te zijn van een
willekeurige toegift op de meestal toch al hoge prijzen. Ik doe er in elk geval niet aan
mee. Ben ik asociaal?
Anti-fooi
Beste Anti-fooi,
Asociaal durf ik niet te zeggen, maar u bevindt zich vast aan de linkerzijde van het
politieke spectrum. Traditioneel kantte links zich tegen liefdadigheid en fooien, omdat
het een willekeurige manier van geld overhevelen is, die bovendien de ontvanger in een
akelige positie van verplichte dankbaarheid manoeuvreert. Links houdt niet van
ongelijkheid tussen mensen en rilt van rijke dames die pannetjes soep uitdelen. In een
rechtvaardige wereld figureren geen heren met bolhoeden die dingen zeggen als 'Witkiel,
hier is uw drinkgeld'. Dan kun je maar beter meer belasting betalen, zodat de overheid
achter de schermen de noodzakelijke inkomensherverdeling ter hand kan nemen.
Theoretisch valt er wel iets te zeggen voor het concept 'Geen gezeik,
iedereen rijk', al zal de praktijk voorlopig wel achterblijven. In afwachting van utopia
zijn het vooral de potentiële fooi-gevers die klagen over het systeem en vinden dat het
maar eens moet worden afgeschaft. De fooi-ontvangers daarentegen vinden fooien helemaal
niet bezwaarlijk of beschamend. Ze zijn er blij mee! Als u zelf niet echt riant betaald
werk deed buiten kantooruren, zou u misschien ook wel blij zijn met een extraatje.
Het voordeel van het fooiensysteem is dat het puur werkt op vrijwilligheid.
Niemand is verplicht om waar dan ook meer te dokken dan de rekening vermeldt. U heeft geen
contract getekend dat u bindt de nieuwjaarswensen van uw krantenbezorger in klinkende munt
terug te betalen. Aan de andere kant is hij/zij wel door weer en wind in touw op tijden
dat u comfortabel achter uw computer zit of nog comfortabeler in uw bed
ligt.
U vindt het niet meer dan normaal dat iedereen zijn werk goed doet. Waarom
wordt er dan alom geklaagd over narrige obers, serveersters die er met de pet naar gooien,
onbeschofte taxichauffeurs en slonzige kamermeisjes? Zo normaal is een goede
dienstverlening blijkbaar ook weer niet. De fooi is het laatste machtsmiddel van de klant.
Maak er gebruik van. Vergeet het hele begrip krenterigheid. Dat doet niet terzake bij een
eenmalig contact tussen mensen. Als u ontevreden bent over de kwaliteit van de geboden
dienstverlening, geeft u - heel eenvoudig - geen fooi. Als een ober of een serveerster u
vriendelijk en efficiënt bedient, als een taxichauffeur vraagt waar u wilt zitten in de
auto, het portier voor u openhoudt, geen harde muziek aan heeft en geen extremistische
taal uitslaat, dan bent u als klant tevreden. Verzilver die tevredenheid. Temidden van
alle onverschillige lompheid zal dit heus niet tot uw bankroet leiden en de fooi-ontvanger
wordt zo aangemoedigd het goede werk voort te zetten. Klantgerichtheid loont: zo'n vijf à
tien procent.
© Beatrijs Ritsema 2000-2008
