Beste Beatrijs,
Mijn vriend en ik wonen sinds een paar jaar naast een bejaarde man, een weduwnaar. We groeten elkaar
op straat maar komen niet bij elkaar over de vloer. Wel heeft de buurman een keer gevraagd of we ’s
avonds laat (na 22.30 uur) niet hard willen praten in de tuin, want dan ligt hij in bed en daar heeft
hij dan last van. Daar proberen we ons aan te houden.
De buurman heeft tuinieren als hobby. Dat doet hij bij voorkeur ’s morgens vroeg, vanaf 7.30 uur.
Daarbij heeft hij de gewoonte om non-stop te fluiten. Niet eens vals, dat is het niet, maar hij kent
maar een stuk of drie verschillende liedjes en die fluit hij eindeloos, als een cd die op replay staat.
Een van zijn favorieten is ’When the Saints Go Marching In’, de andere twee zitten ook in
het repertoire van toen. Het is zo doordringend dat ik er geregeld wakker van word. Ik werk vanuit huis,
moet vaak tot laat doorgaan en dan wil ik graag een beetje uitslapen ’s morgens. Het raam dichtdoen
helpt niet, ik blijf het horen alsof hij naast me staat.
Ik denk dat de buurman zich niet bewust is van de ergernis die hij opwekt, en voor de rest heeft hij
niet zoveel in zijn leven (zit veel alleen thuis), dus ik vind het ook een beetje zielig om hem te bekritiseren.
Bestaat er een beleefde manier om aan te geven dat ik last heb van zijn gefluit? Of moet ik ermee leren
leven in de hoop dat hij snel verhuist?
Tureluurs
Beste Tureluurs,
Vraag de buurman eens voor een kopje koffie/thee, als u en uw vriend toch in de tuin zitten,
en als u hem in zijn eigen huis of tuin hoort scharrelen. Gewoon voor de gezelligheid.
Na wat gepraat over koetjes en kalfjes kunt u het onderwerp ’fluiten’ aansnijden.
U vraagt eerst of hij nog last heeft van uw nachtelijk gepraat in de tuin. Hij zegt dan hopelijk „Nee.” U
zegt: „Mooi zo, we doen ons best om rekening met u te houden.” En vervolgens zegt
u dat u voor hem ook een verzoek heeft, en dan legt u uw probleem uit. Laat (de beperktheid
van) zijn repertoire maar buiten beschouwing en beperk uw argument tot uw werk/ slaappatroon.
Eindig met de concrete vraag of hij zou kunnen afzien van fluiten vóór acht (negen
of tien) uur ’s ochtends.
Als de sfeer daar bij uw gesprek in uw tuin prettig genoeg is, zal hij zeker genegen zijn om
rekening met u te houden. Wees in de rest van het gesprek sowieso aardig voor hem. Vraag of
hij het een beetje kan redden na de dood van z’n vrouw. Vraag wat voor iemand z’n
vrouw was, toon belangstelling. Bied aan post voor hem te verzorgen als hij met vakantie is.
Kortom, gedraag u als sympathieke buren, en hij zal bereid zijn tot een wederdienst.
Bovenkant pagina
© Beatrijs Ritsema 2000-2008
