Moderne Manieren


Beste Beatrijs,
Waar komt toch de merkwaardige gewoonte vandaan om de overledene zelf toe te spreken op begrafenissen en crematies? Steeds vaker houden mensen toespraken in de jij-vorm. Dat gaat dan zo: ‘Piet, nu lig je hier, je was een rots in de branding, het zonnetje op de afdeling…’ Alsof Piet gefêteerd moet worden in plaats van het publiek gesticht. Maar de overledene kan niets meer horen en dit soort toneelstukjes staan me tegen.

Buitengesloten begrafenisganger

Beste Buitengesloten,
Sommige oudere echtparen spreken alleen nog met elkaar via de hond. ‘Weet je wat, Fido, als baasje het gras gaat maaien, zet vrouwtje een kopje thee.’ Het toespreken van de doden heeft in zijn gekunsteldheid daar wel iets van weg, want de herinneringen en anecdotes zijn wel degelijk voor de nabestaanden bedoeld, al doet de spreker alsof hij een intiem gesprek à deux voert. In een religieuze ambiance wenkt het hiernamaals en kunnen nabestaanden bidden tot een verlossende God. Bij seculiere begrafenissen hebben ze nog steeds de behoefte zich tot iets hogers te richten en dan komt men al snel bij de overledene zelf uit.
De mens is ongeneeslijk dualistisch. Het lichaam is dood, maar ergens daarboven zweeft de onsterfelijke ziel van de dierbare overledene en observeert alles, dus ook z’n eigen begrafenis. Het persoonlijk toespreken van de dode houdt deze illusie in stand. Een toespraak in de jij-vorm vervangt het gebed. Hoe goddelozer de cultuur, hoe meer onmachtige gebeden.