Beste Beatrijs,
Ik schrijf u namens mijn zoontje van zeven. Onlangs zaten we met een klein
gezelschap bij oma op het terras. Daan mocht met de koektrommel langs en
kreeg te horen dat hij eerst de vrouwen iets moest presenteren, want:
"Dames gaan voor". Hij vond dat maar onzin en niemand kon hem
uitleggen waaròm dames eigenlijk voorgaan. Dat is dus onze vraag.
Moeder van weetgierige jongen
Beste Moeder van,
Een goede vraag van uw zoontje. Met zijn kritische instelling zal hij het
nog ver brengen. De oorspronkelijke kreet luidt overigens niet ‘Dames
gaan voor’, maar ‘Vrouwen en kinderen het eerst!’ uitgesproken in
geval van een zinkend schip (of andere noodsituatie) over de volgorde,
waarin men zich in veiligheid moest begeven. Mannen werden geacht vrouwen
en kinderen voor te laten gaan in de reddingsboten, niet zozeer uit
beleefdheid, maar omdat de continuïteit van het menselijk ras het beste
gewaarborgd is met het overleven van kinderen en vrouwen. Als tien vrouwen
het op die manier redden, hoeft slechts één man op eigen kracht zwemmend
te overleven. Van tien mannen en één vrouw heeft de mensheid minder nut,
voortplantingsgewijs gesproken.
Alle conventionele egards van heren ten opzichte van dames zijn afgeleid
van dit aloude overlevingsprincipe. Voorbeelden zijn: de vrouw als eerste
door deuren laten gaan, jassen voor haar ophouden, vuurtjes geven zodra
zij een sigaret pakte, en de rekening in het restaurant betalen. Hiermee
drukt de man zijn eerbied uit voor de potentie van de vrouw om nieuw leven
voort te brengen. Tegelijk zijn ook andere hoffelijkheidsprincipes van
kracht, die niet met (over)leven maar met status te maken hebben. Respect
van jongeren tegenover ouderen, van armen tegenover rijken (dat was
althans vroeger zo), van gastheer/vrouw tegenover gasten. De personen met
minder status betuigen hun respect aan de personen met meer status, door
hen op allerlei gebied voor te laten gaan. De koningin hoeft nooit in de
rij voor koffie te staan. Gastheren/vrouwen doen hetzelfde met hun gasten
om hen het leven te veraangenamen. Dus geven ze eerst voedsel en drank aan
hun gasten en daarna pas aan zichzelf. Van de verschillende mogelijkheden
om mensen in categorieën in te delen (man-vrouw, arm-rijk, jong-oud en
gastheer/vrouw-gast) zijn in deze geëmancipeerde en egalitaire cultuur
eigenlijk alleen jong-oud en gast-gastheer/vrouw overgebleven als
onderscheid om respect aan te betuigen. Veel traditionele
man-vrouw-hoffelijkheden zijn weggesleten of worden slechts in een
één-op-één contekst toegepast. Bij een bushalte laten niet alle mannen
alle vrouwen voorgaan; wel maakt één man vaak nog wel het autoportier
open voor één vrouw.
In de situatie van uw zoontje met de koektrommel lijkt er dan ook weinig
reden om eerst de vrouwen/meisjes te presenteren. Belangrijk is om uw
zoontje te leren eerst de gasten te voorzien, maar in zo’n familiegroep
op een terras is het sekse-onderscheid irrelevant. Als zaakwaarnemer van
de gastvrouw, oma, had hij gewoon het rijtje af kunnen gaan met de
koektrommel.
