Beste Beatrijs,
In mijn beroepsgroep (ik ben advocaat) is het de gewoonte om elkaar aan te
schrijven met ‘Geachte confrère’ of - als het een vrouwelijke advocaat
betreft ‘Geachte collega’. Indien men op goede voet staat met elkaar,
wordt ook wel ‘Amice’ als aanhef gebruikt. Fijne termen vind ik het niet
- sterker, ik vind ze verschrikkelijk - , maar er wordt nu eenmaal van mij
verlangd dat ik ze gebruik.
Nu doet zich het geval voor dat ik in een privékwestie een advocaat heb
ingeschakeld die niet weet dat ik hetzelfde beroep uitoefen. Het liefst zou
ik hem gewoon aanschrijven met ‘Geachte heer’, maar aan de andere kant
bestaat er ook een (gedrags)regel dat je je tegenover een collega kenbaar
moet maken als advocaat door in de aanhef gebruik te maken van de term ‘confrère’.
Wat nu? Ik hoef hem niet meteen aan te schrijven met ‘Hé ouwe rups’,
maar ‘Geachte heer’ dat moet toch kunnen?
Wars van poespas
Beste Wars van,
Als het de gewoonte is dat advocaten elkaar als ‘Geachte confrère’
aanschrijven, dan moet u dat nu ook maar doen, ook al hebt u een hekel aan
de terminologie. Het lijkt me correcter om het jargon wel te gebruiken en
betrekkelijk zinloos om het niet te doen. Het enige wat u bereikt met ‘Geachte
heer’ schrijven, is dat uw advocaat zich er misschien aan stoort dat u
niet de regels voor uw professie volgt. Hij gaat uw belangen behartigen; zo
ongeveer zijn eerste vraag aan u zal luiden wat uw beroep is. Waarom zou u
zich dan niet meteen als zodanig kenbaar maken? Straks denkt uw advocaat nog
dat u iets had willen verbergen.
Wie het protocol volgt in zakelijke situaties, loopt geen kans zijn neus te
stoten. Wie het protocol niet volgt, komt daar meestal zonder problemen mee
weg, maar loopt wel een zeker risico op ongenoegen wegens
onvoorspelbaarheid. Waarom zou u dat risico nemen voor een futiele
smaakkwestie inzake aanschrijfvormen?
