Beste Beatrijs,
Ik maak wel eens iemand een compliment, en dan vindt men het nodig om mij
daarvoor te bedanken, alsof het mij moeite zou hebben gekost. Ik beschouw
dat bijna als een vernedering, want als ik het echt meen, dan hoef ik daar
mijn best niet voor te doen. Ik heb een hekel aan
gelegenheidscomplimenten. Spontaan en eerlijk vind ik veel beter. Al
meerdere keren heb ik dit ‘probleem’ met andere mensen besproken en in
de meeste gevallen is men het met mij eens. Zie ik het nu verkeerd?
Geen dank!
Beste Geen dank,
Op een uitspraak als ‘Wat heb je een mooie jurk / jas / schoenen aan!’
of ‘Prachtig lied heb je gezongen’ of ‘Fantastisch eten heb je
klaargemaakt!’ of ‘Ik heb genoten van je toespraak / dichtbundel /
atletische prestatie’ is de standaardreactie: ‘Dank je wel’. Dit ‘dank
je wel’ heeft niets te maken met bedanken voor de moeite. Er zijn nog
wel meer gelegenheden waarbij mensen ‘dank je’ tegen elkaar zeggen
behalve wanneer iemand hen het leven heeft gered. Vaak zeggen mensen het
al, wanneer hun het zout wordt aangereikt.
Mensen bedanken een ander, wanneer die iets aardigs doet of zegt. Ik
begrijp niet waarom u zich hierdoor vernederd zou voelen. Als u niet wil
dat mensen ‘dank je wel’ tegen u zeggen, wanneer u hen een
complimentje heeft gegeven, rijst trouwens onmiddellijk de vraag wat ze
dan wél zouden moeten zeggen. Zwijgen of eroverheen praten is onbeleefd.
Dan is het net alsof ze niet gehoord hebben wat u zegt, alsof het hen niet
interesseert wat u zegt. Het is verplicht te antwoorden. Maar als mensen
gaan afdingen op wat u zei, bijvoorbeeld: ‘O, die jurk, dat is een
oudje, hoor, die ligt al tien jaar in de kast’ of: ‘Nou, zoveel stelt
het niet voor, dat pianospel van mij’ is dat ook niet prettig voor de
complimentgever. Dan is het net of zijn beoordelingsvaardigheid in twijfel
wordt getrokken.
Leg u erbij neer dat ‘dank je wel’ de conventionele respons is op een
compliment. En wel op álle complimenten: zowel de eerlijk gemeende, de
valse als de gelegenheidscomplimenten. De becomplimenteerde heeft toch
geen flauw benul in welke categorie de spreker spreekt en is geneigd elk
aardig woord voor zoete koek te slikken. Zoek er vooral verder niets
achter.
