Beste Beatrijs,
Wij wonen heel plezierig aan een ringvaart in de polder. Vanaf onze
achtertuin kun je zo het water inspringen om te zwemmen. Onze kinderen
doen dat ’s zomers en er komen ook allerlei andere kinderen, al dan niet
uitgenodigd, bij ons zwemmen. Dat geeft heel wat geloop door onze
achtertuin, waar ik me weleens aan erger, maar goed, dat is nu eenmaal zo
gegroeid.
Nu hebben de overbuurjongens een boot met een moter op de kop getikt en
heeft mijn man in een vlaag van verstandsverbijstering toegezegd dat zij
dat bootje bij ons neer mogen leggen. En dat gaat me te ver. Na een tirade
van mijn kant ziet mijn man nu ook wel in dat ons erf geen openbare zwem-
en vaargelegenheid is, maar hoe vertellen wij dat onze buren zonder de
goede verstandhouding te verstoren?
Geen boot op m’n erf!
Beste Geen boot,
Ai, dat was een lelijke uitglijer van uw man. Zulke toezeggingen moet je
nooit doen zonder eerst met je wederhelft te overleggen. Nu zit er niets
anders op dan terugkrabbelen. Eerder gemaakte beloftes ongedaan maken is
een vervelend klusje, maar het zal toch moeten.
Vertel uw buren precies hoe het ligt: over de vele kinderen in uw tuin die
onuitgenodigd uw zwemwater gebruiken, en dat u, duizend maal excuses,
opziet tegen nog meer recreërenden en motorlawaai op uw erf of oever. Zeg
dat uw man zijn toezegging in een impuls heeft gedaan, maar dat het u bij
nader inzien toch geen goed plan lijkt. Nog meer excuses, misschien een
suggestie waar de buurman z’n bootje wel kwijt kan, en dan maar het
beste ervan hopen. In een geval als dit biedt eerlijkheid, gecombineerd
met ruim as op het hoofd en vriendelijkheid de meeste kans dat de
verhouding met de buren prettig blijft.
