Beste Beatrijs,
Als we met de auto op familiebezoek gaan elders in het land, rijdt mijn
zuster die hier in de buurt woont meestal met ons mee. Zij heeft wel een
auto, maar ze rijdt geen langere afstanden. De discussie daarover is
gesloten. Wij halen haar op en ze betaalt mee aan de reis. We hebben
onenigheid over de verdeling van de kosten. Mijn man zegt: ‘wij zijn een
eenheid, we rijden met onze auto, zij moet de helft van de benzinekosten
betalen.’ Mijn zus zegt: ‘we rijden met drie volwassenen, dus ik betaal
een derde deel.’ Wat is de juiste omslagformule?
Ruzie over de benzine
Beste Ruzie over,
Allemachtig, wat een miezerig gedoe, zeg! Je gaat toch niet een meelifter
(schoonzuster of wie dan ook) het vuur aan de schenen leggen voor zo’n
luttel bedrag? Er wordt hier stennis gemaakt over, pas op, een zesde deel
van de reiskosten! Wat kost zo’n tripje helemaal? Met 20 euro rijd je toch
het halve land door? Maar u moet per se bakkeleien over tien versus zeven
euro. Dat zullen geen gezellig autoritjes zijn zo met de familie. De normale
gang van zaken in zo’n geval is dat de meelifter aanbiedt bij te dragen in
de benzinekosten. Dit aanbod slaat de chauffeur vriendelijk af: ‘Ben je gek,
we moeten toch rijden!’ De meelifter blijft echter aandringen: ‘Nee, nee,
ik sta erop, anders zou ik me een profiteur voelen.’ Waarop de chauffeur het
aanbod genadiglijk aanneemt: ‘Nou vooruit, als je je daar prettig bij
voelt.’ Dat kan nu niet meer, de verhoudingen zijn al bedorven, dus het is
misschien maar het beste als u allen thuisblijft. Dan kan iedereen z’n geld
in z’n zak houden.
