| 1 | 2 |
Beste Beatrijs,
Onze zoon van 18 heeft sinds een paar maanden zijn rijbewijs. De lessen zijn
door ons betaald. In het begin zijn we ruimhartig geweest met het uitlenen
van de auto, omdat we vonden dat hij moest oefenen. De situatie is nu zo dat
hij voor elk tripje bijna dagelijks om de auto vraagt. Voor korte stukjes
gebruiken we zelf altijd de fiets. We wonen aan de rand van de stad vlak bij
een NS station en metrohalte. We vinden het niet nodig dat onze zoon de auto
gebruikt voor een afstand die met tien minuten fietsen of met de trein ook
goed te doen is. Bovendien heeft hij als student een OV-kaart. Maar de auto
is voor hem gratis, makkelijk en geeft status. Nu willen we, om dagelijks
vervelende discussies te voorkomen, graag regels stellen wanneer de auto
door hem gebruikt mag worden. Wat is redelijk?
Zoon achter het stuur
Beste Zoon achter,
Redelijk is dat het úw auto is, en dat u die in principe helemaal niet
uitleent, tenzij voor noodgevallen. Autorijden is een dure hobby. Het is
onnodig om uw zoon hierin te subsidiëren. Als hij in een duur restaurant wil
gaan eten of een weekendje naar Londen met vrienden, geeft u hem toch ook
geen geld mee? Fietsen kost niets en is gezond, en als hij verder weg moet,
heeft hij een OV-kaart. Als hij de auto vraagt om ergens heen te gaan, waar
geen station is, kunt u hem uitlenen, maar laat hem dan wel betalen voor de
benzinekosten. Uw zoon moet niet over uw auto kunnen beschikken alsof het de
zijne is. Opvoeding bestaat er onder andere uit om kinderen ervan te
doordringen dat luxe niet gratis in je schoot komt vallen.
Beste Beatrijs,
Mijn man heeft twee kinderen (19 en 21 jaar) uit zijn eerste huwelijk, die
niet bij ons wonen. Regelmatig vraagt een van hen aan mijn man of wij in
het weekend wat te doen hebben, want zo niet, dan willen ze onze auto
lenen om uit te gaan. Mijn man vraagt dan aan mij of we de auto nodig
hebben op vrijdag- of zaterdagavond en als dat niet het geval is, geeft
hij toestemming. De auto wordt als het ware gereserveerd. Mijn man wil
zijn kinderen graag ter wille zijn en ik ging en ga daar in mee. Ik bemerk
echter steeds meer weerstand bij mezelf. Aan het begin van de week begin
ik al te denken dat er wel om de auto gevraagd zal worden en dat ik daar
geen zin meer in heb. Ik voel het alsof mijn vrijheid in het gedrang komt
en dat we niet meer spontaan uit kunnen gaan, ook al doen we dat zelden of
nooit. Mijn man begrijpt mijn bezwaren niet. Moet ik mijn chagrijn
verbijten of een eind aan het uitlenen maken? Maar hoe kan ik dan
voorkomen als boze stiefmoeder te worden gezien?
(Te?) Bezitterig
Beste (Te?),
Uw irritatie over de auto als een soort gemeenschappelijk bezit is
begrijpelijk. Het is een vorm van parasitisme van kinderen op ouders,
zeker wanneer het uitlenen van de auto niet met verrekening van de
benzinekosten gepaard gaat. Iets in uw brief zegt me dat bij deze deal de
kinderbeurzen gesloten blijven. Dat lijkt een overbodige subsidiëring van
hun mobiliteit, nog los van de vraag of het überhaupt wel raadzaam is om
het uitgaan per auto te stimuleren, gezien de enorme hoeveelheden alcohol
die erdoorheen gaan in het uitgaanscircuit. Jongeren van omstreeks de 20
moeten in staat geacht worden om voor hun eigen vervoer te zorgen. Als u
niet thuis bent, gebruiken ze uw huiskamer en drankvoorraad toch ook niet
als gratis café? Waarom dan wel uw auto als gratis vervoermiddel?
Probeer met uw man tot overeenstemming te komen in een gesprek, waarin u
niet zozeer uw gevoelens van onvrijheid benadrukt (hoewel ook die legitiem
zijn), alswel het argument dat de kinderen op een leeftijd zijn om voor
zichzelf te zorgen. Een auto lenen moet iets uitzonderlijks zijn in
bijzondere omstandigheden, geen vanzelfsprekendheid. Misschien vindt uw
man deze opvatting onzin of zielig voor de kinderen of onsympathiek.
Gescheiden ouders vinden het vaak moeilijk om wensen van hun kinderen niet
te honoreren, omdat ze het idee hebben dat ze bij hen in de schuld staan.
Ter compensatie van het leed dat de kinderen is berokkend door het
mislukte huwelijk betonen ze zich in andere opzichten toegeeflijk. Als uw
man het niet over zijn hart kan verkrijgen om het sluipenderwijs gegroeide
bruikleenrecht op te zeggen, dan zit er niets anders op dan om u neer te
leggen bij de gegeven situatie. In zaken die de kinderen betreffen geeft
de ouder de doorslag en niet de stiefouder.
