Beste Beatrijs,
Wanneer ik op bezoek ben bij vrienden of kennissen en het
gesprek begint net lekker op gang te komen, komt een van de kinderen
binnen. Vanuit een onmetelijke ouderlijke trots wordt ogenblikkelijk aan
dat kind gevraagd om het mooiste pianostukje, het knapste circuskunstje
van de laatste cursus of de net verworven baltechniek te showen. Nu vind
ik kinderen leuk, zelfs die van een ander, maar ze zijn op hun leukst
wanneer ze onbevangen met een ander praten en uit zichzelf wat willen
laten zien. Onder druk van een ouder wordt het altijd een wat geforceerde
vertoning waarmee of het kind zelf of de ouder niet tevreden is. Ik voel
me dan in de rol van lovende toeschouwer gedwongen, terwijl ik het veel
leuker vind om zelf met een kind te praten. Dan zien we vanzelf wel waar
we uitkomen.
Applausmachine
Wie op bezoek komt bij ouders, komt ook op bezoek bij de kinderen, althans
wanneer het gezellig samenzijn zich voor kinderbedtijd afspeelt. De
beleefdheid eist dat bezoekers zich dus ook in enigerlei mate met de
kinderen bezighouden. In het algemeen zijn alleen grootouders zodanig
geļnteresseerd dat ze die pianodeuntjes ook werkelijk willen horen en de
koprol willen zien, desnoods tien keer achter elkaar. De voor ouders
droeve waarheid is dat gasten andermans kinderen best willen
begroeten, een handje geven, uitroepen ‘hoe groot ze zijn geworden’,
maar vervolgens de rest van het bezoek liefst niets meer van ze horen,
behalve ‘welterusten en tot ziens’. De hoeveeelheid tijd vrijwillig
besteed aan andermans jonge kinderen overschrijdt zelden de twee minuten.
Veel kinderen, zeker als ze in de basisschoolleeftijd komen, schuwen de
rol van gedresseerde aap en tonen zich weerspannig om hun kunstjes te
vertonen. Als u zo’n tafereel gadeslaat, kunt u benadrukken dat het kind
‘echt niet hoeft, als ie niet wil’. In de loop der jaren leren ouders
meestal wel af hun kinderen te laten optreden.
U stelt meer prijs op eigen initiatief van de kinderen. Ook dit bergt
gevaren in zich. Zelf heb ik eens meegemaakt hoe een gezelschap van twaalf
volwassenen onverhoeds door zes kinderen gedurende een half uur gegijzeld
werd voor een geļmproviseerd ‘toneelstuk’. Het schouwspel was niet om
aan te zien, hetgeen de jeugdige acteurs er niet van weerhield absolute
stilte te eisen, zodat het publiek bevangen werd door doffe, grondeloze
verveling, waaruit geen ontsnapping mogelijk was.
Initiatieven die de collectieve aandacht monopoliseren dienen ouders
onmiddellijk de kop in te drukken. Net zo min als zij hun kinderen mogen
dwingen een kunstje uit te voeren, mogen zij hun gasten verplichten langer
dan twee minuten kinderspel te observeren. Dit ligt natuurlijk anders,
wanneer een bezoeker en een kind duidelijk plezier aan elkaar beleven. Een
oplettende ouder moet het onderscheid kunnen waarnemen tussen beleefde
interactie (knap hoor, dat je zomaar op je hoofd kunt staan!) en echte
belangstelling (mag ik je uilebal-verzameling eens zien?).
Van bezoekers wordt behalve welwillendheid tenminste verwacht dat zij de
speciaal voor hen vervaardigde kindertekeningen onder oprechte dankzegging
ook inderdaad in binnenzak of damestasje stoppen. Niets zo teleurstellend
voor de kinderziel om de dag na de gezelligheid hun huisvlijt tussen de
lege glazen aan te treffen. En oom Karel zei nog wel dat hij hem thuis
ging ophangen!
