| 1 | 2 |
Beste Beatrijs,
Toen ik vijftien jaar geleden naar ‘Les Misérables’ in Carré ging, was er na
afloop een minutenlange staande ovatie waar ik als elfjarige diep van onder
de indruk was. Gelukkig ben ik in de jaren daarna in de gelegenheid geweest
vaker mooie voorstellingen te zien waar ik graag een staande ovatie voor heb
gegeven. Wat mij echter opvalt, is dat er tegenwoordig voor iedere
voorstelling, ja zelfs voor vrijwel iedere try-out, staand wordt geklapt. Ik
gun iedere artiest zijn of haar applaus, maar de teloorgang van de waarde
van de staande ovatie gaat mij aan het hart. Ik heb het gevoel dat een
optreden niet goed is geweest als er géén staande ovatie voor komt! Ik ben
benieuwd wat u hiervan denkt en of het tij nog te keren is.
Blijf toch zitten!
Beste Blijf toch,
Klopt. Mensen applaudisseren tegenwoordig standaard staand. Dit gebruik is
de laatste tien jaar snel opgekomen in Nederland. Het past in de trend van
het overstatement (drie keer zoenen, terwijl een handdruk zou volstaan;
‘absoluut’ of ‘zeker weten’ zeggen, terwijl je ‘ja’ bedoelt) en in het
hijgerige jargon van de reclamewereld. Het woord ‘ovatie’ is trouwens niet
helemaal van toepassing. Vaak is het publiek helemaal niet wild van
enthousiasme. Dat valt af te meten aan de lengte en de intensiteit van het
applaus, eventueel aan geschreeuw en gestamp met voeten. Doorgaans klapt men
met normaal volume en niet overmatig lang. Dat het publiek er bij gaat staan
is geen uiting van vervoering, maar van beleefdheid. Gaan staan is
tegenwoordig de conventionele reactie van een zaal op een voorstelling. Maar
een ovatie is het niet.
U kunt het irritant vinden en dat is het misschien ook wel. Veel mensen
vinden het onnodig om op te staan, maar doen dit toch, omdat ze geen zin
hebben tijdens het applaus tegen de ruggen van de rechtopstaande mensen vóór
hen aan te kijken. U vraagt of dit tij te keren is. Ik denk het niet. Dit
soort (op zichzelf onschuldig) gedrag van een massa is moeilijk te sturen.
De enige manier om er iets aan te doen zou zijn om de komende tien jaar in
alle schouwburgen en concertzalen voorafgaande aan elke voorstelling naast
de aanmaning over het uitzetten van mobiele telefoons een mededeling te
laten weerklinken: ‘We vragen u om na afloop zittend te applaudisseren,
tenzij u door het dolle heen bent.’ Maar daar is het fenomeen weer niet
belangrijk genoeg voor, dus zit er niets anders op dan te accepteren dat het
publiek tegenwoordig in Nederland staand applaudisseert.
Beste Beatrijs,
Kunt u mij de regel voor het applaudisseren geven bij balletvoorstellingen
en klassieke concerten? Naar mijn idee wordt er namelijk nogal royaal
geapplaudisseerd.
Pijn in m’n handen
Beste Pijn in,
Het publiek bij ballet en klassieke concerten (bij alle uitvoerende
kunsten trouwens) is een zelfstandig opererende massa, die gezamenlijk een
bepaalde hoeveelheid enthousiasme produceert, die tot expressie komt in de
lengte en intensiteit van het applaus. Niemand heeft daar greep op. U kunt
vinden dat het te lang duurt. Voor de uitvoerenden kan het niet lang
genoeg duren. Er is geen instantie die ernaast staat met een stopwatch en
die een onafhankelijk oordeel kan geven: zo, nu is het wel genoeg na drie
minuten. Of: kom op, jongens, effe doorklappen! De massa volgt z’n eigen
aandrift.
U kunt natuurlijk altijd zelf ophouden met applaudisseren als u het
welletjes vindt. Dat doen wel meer mensen, ook omdat ze graag als eerste
bij de garderobe zijn.
