Spring naar inhoud


Anti-fooi

Beste Beatrijs,

Hoe is het nu eigenlijk gesteld met het fooienstelsel in Nederland? Is het aan het verdwijnen omdat de meeste rekeningen al inclusief zijn of wordt het nog steeds in stand gehouden door mensen die bang zijn voor ‘krenterig’ te worden versleten? In principe geef ik zelf nooit en nergens fooien. Ik vind het niet meer dan normaal dat iedereen zijn werk goed doet. Mensen horen niet afhankelijk te zijn van een willekeurige toegift op de meestal toch al hoge prijzen. Ik doe er in elk geval niet aan mee. Ben ik asociaal?

Anti-fooi

Beste Anti-fooi,

Asociaal durf ik niet te zeggen, maar u bevindt zich vast aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Traditioneel kantte links zich tegen liefdadigheid en fooien, omdat het een willekeurige manier van geld overhevelen is, die bovendien de ontvanger in een akelige positie van verplichte dankbaarheid manoeuvreert. Links houdt niet van ongelijkheid tussen mensen en rilt van rijke dames die pannetjes soep uitdelen. In een rechtvaardige wereld figureren geen heren met bolhoeden die dingen zeggen als ‘Witkiel, hier is uw drinkgeld’. Dan kun je maar beter meer belasting betalen, zodat de overheid achter de schermen de noodzakelijke inkomensherverdeling ter hand kan nemen.

Theoretisch valt er wel iets te zeggen voor het concept ‘Geen gezeik, iedereen rijk’, al zal de praktijk voorlopig wel achterblijven. In afwachting van utopia zijn het vooral de potentiële fooi-gevers die klagen over het systeem en vinden dat het maar eens moet worden afgeschaft. De fooi-ontvangers daarentegen vinden fooien helemaal niet bezwaarlijk of beschamend. Ze zijn er blij mee! Als u zelf niet echt riant betaald werk deed buiten kantooruren, zou u misschien ook wel blij zijn met een extraatje.

Het voordeel van het fooiensysteem is dat het puur werkt op vrijwilligheid. Niemand is verplicht om waar dan ook meer te dokken dan de rekening vermeldt. U heeft geen contract getekend dat u bindt de nieuwjaarswensen van uw krantenbezorger in klinkende munt terug te betalen. Aan de andere kant is hij/zij wel door weer en wind in touw op tijden dat u comfortabel achter uw computer zit of nog comfortabeler in uw bed ligt.

U vindt het niet meer dan normaal dat iedereen zijn werk goed doet. Waarom wordt er dan alom geklaagd over narrige obers, serveersters die er met de pet naar gooien, onbeschofte taxichauffeurs en slonzige kamermeisjes? Zo normaal is een goede dienstverlening blijkbaar ook weer niet. De fooi is het laatste machtsmiddel van de klant. Maak er gebruik van. Vergeet het hele begrip krenterigheid. Dat doet niet terzake bij een eenmalig contact tussen mensen. Als u ontevreden bent over de kwaliteit van de geboden dienstverlening, geeft u – heel eenvoudig – geen fooi. Als een ober of een serveerster u vriendelijk en efficiënt bedient, als een taxichauffeur vraagt waar u wilt zitten in de auto, het portier voor u openhoudt, geen harde muziek aan heeft en geen extremistische taal uitslaat, dan bent u als klant tevreden. Verzilver die tevredenheid. Temidden van alle onverschillige lompheid zal dit heus niet tot uw bankroet leiden en de fooi-ontvanger wordt zo aangemoedigd het goede werk voort te zetten. Klantgerichtheid loont: zo’n vijf à tien procent.

Artikelen in Horeca, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Een reactie

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.

  1. mr. H. Kapenga schrijft

    In de 70er jaren van de vorige eeuw werd in overleg tussen vakbonden, horeca en min. EZ het fooienstelsel in de horeca afgeschaft; de horeca-ondernemers mochten hun prijzen verhogen en dienden om de menukaart aan te geven welk percentage in hun prijzen was verwerkt. Dat schijnt iedereen vergeten te zijn.



Sommige HTML is toegestaan